Surinaamse regering vertraagt Nederlands particulier hulpfonds

ROTTERDAM, 9 JUNI. De besteding van Nederlandse ontwikkelingsgelden via particuliere organisaties in Suriname dreigt vertraging op te lopen. “Het ministerie van planning wil het beheer te veel onder zich houden,” aldus directeur H. Wesenhagen van het bureau van de ruim zestig belangrijkste Surinaamse non-gouvernementele organisaties (ngo's).

Wesenhagen was afgelopen week in Nederland om te overleggen met Nederlandse particuliere organisaties, waaronder Icco, Cebemo en Solidaridad, en met het ministerie van ontwikkelingssamenwerking.

Vorige maand bereikten de Nederlandse en Surinaamse regering overeenstemming over de oprichting van een speciaal fonds voor de non-gouvernementale organisaties van vijf miljoen gulden. De gelden zouden al op 1 juli uit de verdragsmiddelen beschikbaar komen. Volgens een woordvoerder van Ontwikkelingssamenwerking is aan Suriname een voorstel gedaan voor de inrichting van het fonds dat er op neerkomt dat de Surinaamse overheid “op afstand wordt gezet en niet de uiteindelijke zeggenschap krijgt”. Het ministerie heeft nog geen reactie uit Paramaribo ontvangen.

Het is voor het eerst dat Nederlandse ontwikkelingsgelden rechtstreeks naar Surinaamse particuliere organisaties gaan. De Surinaamse ngo's hebben de afgelopen jaren de krachten gebundeld om de Surinaamse regering ertoe te bewegen een deel van de ontwikkelingsgelden aan hen toe te wijzen. Het gaat onder meer om kredietverlening aan ondernemers in de informele sector en aan kleine landbouwers. Ook in de directe armoedebestrijding kunnen de ngo's volgens Wesenhagen een belangrijke rol spelen. Volgens recente onderzoekingen leeft nu zo'n 80 procent van de Surinamers onder de armoedegrens, die is vastgesteld op 15.000 Surinaamse gulden per maand (ca. 150 Nederlandse gulden).

“De Surinaamse regering blijkt niet in staat de directe armoedeproblemen het hoofd te bieden,” aldus Wesenhagen. Hij wijt dat aan “etnische politiekvoering, vriendjespolitiek en nepotisme” die volgens hem in Suriname nog steeds een grote rol spelen. Hij wijst in dit verband op de ondervoeding onder kinderen. Toen daarover recentelijk in de Surinaamse pers werd bericht, verklaarden ministers niet op de hoogte te zijn geweest van de feiten. “Ze wisten wel van de ondervoeding, er moet over zijn gerapporteerd. Het speelt al lang. Er waren al acties geweest om broodjes uit te delen onder schoolkinderen. De politici weten wat er in Suriname gebeurt, maar om politieke redenen vindt men het moeilijk dat te erkennen.”