Stagiair wint geding tegen TNO om octrooi

AMSTERDAM, 9 JUNI. De organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) kan geen rechten doen gelden op de uitvinding van een oud-stagiair van het instituut. Met deze uitspraak heeft de rechtbank in Den Haag gisteren een eind gemaakt aan een al ruim twee jaar slepende procedure.

Tijdens een stage bij TNO deed de Delftse student technische natuurkunde, A. de Klerk, in 1989 een vondst bij het reduceren van statische elektriciteit op films. Zijn bevindingen verwerkte hij in een stageverslag. Dat verslag is vervolgens, bewerkt en ontdaan van al te gevoelige bedrijfsinformatie, openbaar gemaakt door TNO.

Een jaar later volgde De Klerk - “volstrekt toevallig”, zoals hij zegt - het keuzevak octrooirecht. Bij wijze van examen voor dit vak kon hij een eigen uitvinding presenteren. Hij bedacht een toepassing van het principe dat hij tijdens zijn stage had ontdekt. Zijn docent octrooirecht, mr.ir. A. Rijlaarsdam moedigde hem aan het octrooi ook daadwerkelijk aan te vragen. Hij kreeg er zelfs subsidie voor en wendde zich tot het Nederlandsch Octrooibureau.

Daar liet hij de overeenkomst zien die hij, zoals alle stagiairs, met TNO had gesloten. Artikel 7 daarvan anticipeert op de mogelijkheid dat de stagiair een vinding doet: “De stagiair heeft geen recht op de resultaten van de door hem in genoemde hoedanigheid (...) verrichte werkzaamheden.” Op grond van de stage-overeenkomst zou De Klerk het octrooi moeten overschrijven op naam van TNO, aldus het instituut. En mocht het octrooi ooit te gelde worden gemaakt, dan moest hij 75 procent van zijn inkomsten afstaan aan TNO.

Over de inhoud van artikel 7 is sindsdien gestreden, tot gisteren aan toe. Volgens TNO heeft De Klerk de overeenkomst geschonden met zijn octrooi-aanvraag. De Klerk heeft steeds volgehouden dat hij octrooi heeft aangevraagd op een toepassing van zijn vinding. Een toepassing die meer is gebaseerd op kennis die hij ná zijn stage heeft opgedaan, dan tijdens zijn stage. Die vraag is twee jaar geleden aan de rechter voorgelegd.

Een jaar geleden besloot de Haagse rechtbank advies te vragen aan de Octrooiraad. De bijzondere afdeling van deze raad kwam al in augustus tot de conclusie dat “de verschillen tussen het praktische uitvoeringsvoorbeeld” van De Klerk “en de experimentele opstelling uit het stageverslag evident zijn.” En vervolgt: “De door De Klerk ingediende aanvrage bevat (...) geen materie die besloten ligt in het meergenoemde stageverslag.” Met andere woorden, ook zonder zijn stage bij TNO had De Klerk tot zijn uitvinding kunnen komen.

De rechtbank in Den Haag heeft de conclusies van de Octrooiraad gisteren overgenomen. Artikel 7 van de stage-overeenkomst met TNO is niet van toepassing op de octrooi-aanvraag van De Klerk. Onbegrijpelijk, vindt L. Bouwer, hoofd Commercieel beleid van TNO. Volgens hem heeft De Klerk gebruik gemaakt van 'geheime kennis' die hij bij TNO heeft opgedaan. De oud-stagiair ontkent dit.

De Klerk, inmiddels in dienst bij een bedrijf voor kunststoffen, weet nog niet of hij geld kan verdienen aan zijn octrooi. “Ik ga misschien een intermediair zoeken om het te gelde te maken. Eigenlijk zou TNO dat het beste kunnen, maar ja.”