Sanering bij garages

Garagehouders zien een onvermijdelijke sanering van hun sector naderen. De toegenomen autoverkopen van de laatste maanden veranderen niets aan de sombere toestand bij veel garagebedrijven.

Volgens berekeningen van de Bovag, waarbij 4.300 autodealers en 3.200 niet aan een merk gebonden garages zijn aangesloten, halen vooral dealers dikwijls geen rendement dat voor een gezonde bedrijfsvoering minimaal noodzakelijk is. De dealers komen dikwijls niet tot de helft van het minimale resultaat dat twee procent van de omzet zou moeten zijn. De marges bij bedrijven die alleen auto's repareren zijn beduidend hoger.

De verkoopafdelingen van veel autodealers werken verliesgevend. Dat komt omdat de winstmarges die de autofabrikanten toestaan dikwijls lager zijn dan de kosten van investeringen in een showroom, de voorraad nieuwe auto's, de afschrijving op winkeldochters en loonkosten. Bovendien bedingen grote afnemers als lease-maatschappijen maximale kortingen, waar tegenover staat dat het nauwgezette onderhoud van hun auto's in de garages winstgevend is. Dealers gaan door met de verkoop van nieuwe auto's omdat dat klanten voor de werkplaats oplevert.

Fabrikanten slagen erin auto's te maken die steeds minder onderhoud vergen. Het sleutelen aan de auto's wordt per merk zo gespecialiseerd, dat zelfs de wegenwacht aan de nieuwste modellen steeds minder kan doen. Wel maakt de toepassing van elektronica in auto's het voor beunhazen moeilijker om garages te beconcurreren. Maar gespecialiseerde bedrijven voor banden, uitlaten, ruiten, LPG-installaties en APK-keuringen halen werk bij de garages weg. De resultaten van garages worden ook gedrukt door kostenstijging als gevolg van milieumaatregelen.

Volgens de Bovag is tweederde van de dealerbedrijven financieel niet gezond. Veel garagehouders zitten tot hun nek in de schulden en kunnen slechts voortbestaan omdat ze een steuntje in de rug krijgen van auto-importeurs die een verkooppunt niet willen verliezen.

Het beeld wordt nog somberder als rekening wordt gehouden met de verwachting dat Nederlanders in de toekomst meer auto's bij buitenlandse verkopers aanschaffen. Dit verschijnsel heeft in Duitsland en Frankrijk al een omvang aangenomen van zo'n 600.000 auto's per jaar. Men koopt de auto in het land waar deze netto - zonder belastingen - het goedkoopst is en voert hem daarna in eigen land in. De belangstelling van Nederlanders voor auto's uit het buitenland neemt vermoedelijk toe als dit financieel aantrekkelijker wordt na verdere harmonisering van de Europese belastingen.

De autosector is bovendien bevreesd voor verandering van de Europese richtlijn 123/85. Volgens die richtlijn is het toegestaan dat autofabrikanten, als uitzondering op het verbod van concurrentiebeperkende maatregelen, dealers een exclusief vestigingsrecht in een gebied toewijzen. Een speciale service per merk in ieder gebied zou de verkeersveiligheid bevorderen. De richtlijn moet volgend jaar worden verlengd. De vrees is dat wijzigingen worden aangebracht die de dealer in een rayon minder exclusieve rechten toestaan. Als gevolg daarvan zou de concurrentie tussen dealers toenemen.

De autofabrikanten spelen ook een rol bij de problemen van veel dealers. Die fabrikanten hebben de afgelopen jaren gewerkt aan verlaging van produktiekosten en verlaging van de kosten van toeleveranciers. Veel van die fabrikanten willen nu de distributiekosten omlaag brengen, die zo'n 25 procent van een auto kunnen belopen. Mercedes-Benz loopt in de ogen van concurrenten voorop bij het nemen van maatregelen om te zorgen dat het dealernet financieel gezond is. In de jaren zeventig waren van dit merk nog 180 vestigingen in Nederland, allemaal aparte bedrijven. Nu zijn er nog 116 vestigingen, die in handen zijn van maar 46 bedrijven. Grotere bedrijven moeten financieel sterk genoeg zijn om het merk ook in slechtere tijden goed te presenteren. Die grotere bedrijven hebben niet alleen het voordeel van lagere overheadkosten, ze kunnen ook in een groter gebied dan de traditionele dealers werken. Bij sanering van een dealernet is een probleem dat de financiële gezondheid van een dealer voortdurend op gespannen voet staat met het verlangen van de Nederlandse klant een garage op 25 tot 30 minuten afstand van huis te hebben.

Veel auto-importeurs worden niet in staat geacht een ingrijpende sanering van het dealernet door te voeren. Bovendien zijn kleinere garagehouders dikwijls zo aan hun bedrijf verknocht, dat ze het zeer moeilijk opgeven. Daarom is de verwachting dat een koud saneringsproces in de autosector onontkoombaar is.