Rusland centraal bij beraad Navo

In Istanbul vergaderen vandaag en morgen de ministers van buitenlandse zaken van de NAVO en de met deze organisatie verbonden landen in Midden- en Oost-Europa. Centraal staat de relatie met Moskou.

ISTANBUL, 9 JUNI. De meest dwingende vraag die de ministers van buitenlandse zaken van de zestien lidstaten van de NAVO en de in de Noordatlantische Samenwerkingsraad opgenomen Midden- en Oosteuropese partners vandaag en morgen in Istanbul bezighoudt, is hoe de relatie tussen de NAVO en Rusland gestalte moet krijgen. Generaal Pavel Gratsjov, de Russische minister van defensie, kondigde vorige maand tijdens een bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier in Brussel weliswaar aan dat Moskou had besloten om het zogeheten Partnership-for-Peace-programma te ondertekenen, maar hij legde zich niet vast op een datum. Bovendien liet Gratsjov er geen twijfel over bestaan dat het programma “een eerste stap op weg is”, maar volstrekt ontoereikend voor het aangaan van een duurzame samenwerking met een zo grote mogendheid als Rusland.

Het is de eerste keer in de geschiedenis van het Westerse bondgenootschap dat in totaal 41 staten met elkaar rond de tafel zitten. Twintig Midden- en Oosteuropese landen hebben inmiddels het Partnership-for-Peace-programma ondertekend en daarmee hun relatie met de NAVO verder aangehaald. Het is een proces dat zich in een razendsnel tempo heeft voltrokken, want het idee van het Partnership-for-Peace-programma dateert van eind vorig jaar. Het werd formeel gelanceerd begin januari van dit jaar op de top van de regeringsleiders van de NAVO in Brussel als tegemoetkoming aan al die landen in Midden- en Oost-Europa die de dringende wens hebben toe te treden tot het bondgenootschap.

Amerikaanse diplomaten bij de NAVO lieten er gisteren in Istanbul geen twijfel over bestaan dat zij Moskou aan hun woord zullen houden dat het Partnership-for-Peace-programma zonder verdere voorwaarden wordt ondertekend. Want de formule is - net als met de andere landen die hun handtekening inmiddels hebben gezet - dat de bilaterale relatie pas daarna in de vorm van een individueel partnerprogramma wordt uitgewerkt. Met zes landen, waaronder Polen en Hongarije, zijn de onderhandelingen daarover al in een vergevorderd stadium.

Ook de Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, zei gisteren dat de NAVO niet vanuit Moskou gedicteerd wil krijgen hoe het moet opereren. Turkije maakt zich steeds meer zorgen over de agressieve expansionistische politiek die Rusland de laatste tijd tentoonspreidt. Moskou is er niet alleen zo goed als in geslaagd om de landen van de voormalige Sovjet-Unie weer in de eigen invloedsfeer te krijgen, maar het manifesteert zich ook militair. Georgië op de Kaukasus is daarvan een van de meest uitgesproken voorbeelden.

De chef van de Turkse generale staven, Dogan Güres, omschreef Rusland dezer dagen in een vraaggesprek als “een bedreiging voor Turkije”. “Wat Ankara dan ook voorstaat”, beklemtoonde Çetin, “is dat de relatie die de NAVO en Rusland uiteindelijk aangaan de vrede en veiligheid in de aan Turkije grenzende regio bevordert.” Turkije verzet zich daarom fel tegen de Russische wens om honderden extra tanks en ander conventioneel militair materieel op de Kaukasus te stationeren, gezien de conflicten die in deze regio heersen. Daarmee zou de overeenkomst die Moskou en de NAVO in 1990 sloten om de conventionele bewapening wederzijds aan een plafond te binden - het zogenoemde CFE-akkoord - worden ondermijnd.

Het is duidelijk hoe de kaarten op de tweedaagse NAVO-top in Istanbul liggen. Rusland heeft dwingend te kennen gegeven meer van Brussel te verwachten dan het partnerschapsakkoord en het Westerse bondgenootschap staat nu voor de taak om grenzen te stellen aan de bereidheid een strategische dialoog met Moskou aan te knopen teneinde een “collectief veiligheids- en stabiliteitssysteem in Europa” op poten te zetten. Moskou wil erkenning van de NAVO dat het niet alleen nog steeds een grote mogendheid is, maar bovendien een nucleaire grote mogendheid. En dat vraagt om een specifieke vorm van samenwerking. Wellicht moet het stelsel wel geregeld worden in een aanvullend “politiek partnerschap”.

Rusland heeft al laten doorschemeren dat ze daartoe de rol van de CVSE (Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa) wil opwaarderen. Westerse diplomaten gaven gisteren aan dat duidelijk is waar die wens vandaan komt: de Russische invloed in de CVSE is nu eenmaal stukken groter dan die in de NAVO. Maar de vraag die nog onbeantwoord is, is welke rol er - in de ogen van Moskou - dan nog overblijft voor de NAVO in het streven naar het vernieuwd collectief veiligheidssysteem in Europa. De NAVO wil zich zeker niet ondergeschikt maken aan de CVSE.

De verwachting is dat de NAVO-lidstaten deze twee dagen in Istanbul kunnen besluiten tot het opstellen tot een speciale verklaring over de specifieke rol van Rusland, zonder zich daarmee nu al vast te leggen op de inhoud van de toekomstige relatie tussen Brussel en Moskou. Dat zou de haviken in het Russische militaire apparaat wat milder kunnen stemmen - Koude-Oorloggedachten leven nog steeds in deze kringen - waardoor Moskou de speelruimte krijgt om deze zomer in Brussel de handtekening te zetten onder het Partnership-for-Peace-programma.