Pensioenfonds stort 220 miljoen in kas van Unilever

ROTTERDAM, 9 JUNI. Progress, het ondernemingspensioenfonds van Unilever in Nederland, stort 220 miljoen gulden in de kas van Unilever. Dit schrijft het fonds bij de presentatie van de beleggingsresultaten over 1993.

De storting is volgens Progress gerechtvaardigd na het 'unieke' beleggingsjaar 1993, waarin het pensioenfonds een rendement behaalde van 26,2 procent. Over 1992 bedroeg het rendement nog 10,6 procent. Het resultaat op de beleggingen heeft de financiële positie van het fonds verder versterkt. Het belegd vermogen steeg van 3,99 miljard gulden tot 4,23 miljard gulden.

De gunstige ontwikkeling van de resultaten heeft er voor gezorgd dat de 'premiepauze' die vanaf 1989 bestaat, ook in het lopende jaar is voortgezet. Zowel de werkgever als de werknemers hoeven hierbij geen pensioenbijdrage te leveren. Bovendien zijn de pensioenen vrijwillig verhoogd met 2 procent.

De terugstorting van 220 miljoen gulden in de kas van Unilever is onderdeel van gemaakte afspraken. “De werkgever draagt het risico als de pensioenreserves te laag zijn, maar kan daarom ook aanspraken maken op overwinst, zij het dat die wel exact moet worden gedefinieerd,” zei Progress-directeur Van Niekerk vanmorgen. Ook een woordvoerder van de Industriebond FNV zei vanmorgen dat de storting gerechtvaardigd is, “zolang het niet ten koste gaat van de verplichtingen op de lange termijn.” Hij denkt dat, bij een voortgaande gunstige ontwikkeling van het beleggingsresultaat, in de toekomst ook aan een - indirecte - bijdrage door Progress aan een Vut-regeling zou kunnen worden gedacht.

Progress behaalde het beste resultaat bij beleggingen in aandelen en converteerbare obligaties, die een rendement van 43,2 procent opleverden, tegen 9,9 procent in 1992. Met name koersstijgingen van Nederlandse en Duitse aandelen en goede resultaten in het Verre Oosten droegen aan het resultaat bij.

Op vastrentende waarden (obligaties) boekte Progress een rendement van 19 procent tegen 12,3 procent in het voorgaande jaar. De rentedaling in Europa leidde tot forse koerswinsten op de obligatieportefeuille. Progress zegt de obligatieportefeuille fors te hebben uitgebreid van 1313 miljoen gulden naar 1766 miljoen gulden, waarbij de looptijd is verlengd. Het totale rendement op vastgoed nam toe van 9,3 tot 10,6 procent, ondanks de volgens Progress slechte situatie op de kantorenmarkt.