Ornamenten

De drang om anders te bouwen dan de buurman levert doorgaans alleen wat laffe variaties op, de deur nadrukkelijk links in plaats van rechts en het enige venster niet liggend maar staand. Dezelfde drang zorgt ook voor juweeltjes van vrijbuitersarchitectuur. Dan is het of men anders wil bouwen dan heel het dorp, heel de provincie, heel de wereld.

Er bestaan boeken over stadsbrievenbussen, sinaasappelwikkels, stationsoverkappingen, maar bij mijn weten geen over deze emigrant follies. Het zou een verbazend boek zijn.

Ik denk daarbij niet eens aan de extremen. Ook in Portugal heb je de types die een huis bouwen in de vorm van een reuzeschoen, met schoorsteen en veters en al, of in de vorm van een topzware ijshoorn. In het hoge noorden zag ik eens, aan een stille landweg in het midden van niets, een vooroorlogs vliegtuig. Het huis ernaast was geheel opgetrokken in wat de eigenaar aanzag voor vooroorlogse vliegtuigstijl, een soort mini-hangar met waarschuwingslampen en uitkijktoren. Het contrast tussen de half-nostalgische, half-futuristische onderdelen van de schroothoop en de blinkend gepoetste vensters met de sanseveria's ervoor was aandoenlijk. Het tuinpad was uitgedost als landingsbaan.

Over dit soort bizarre bouwsels zijn er boeken genoeg. Maar niet over de follies die getuigen van stille waanzin, van onderhuidse furor. Over de follies waarvan je niet eens zou kunnen zeggen waarvan ze getuigen. Behalve dan van een manifeste liefde voor het cement, de krul en het teveel.

Betonnen huisvlijt.

Een koninklijk bordes, barok verwrongen, tegen een blinde muur. Een brede staatsietrap die naar een simpele keukendeur leidt. Een (betonnen) wenteltrap die twee meter hoger eindigt dan het hoogste punt van het dak. Een voorgevel met zeven in de muur gemetselde afdakjes. Een veranda met twintig Romeinse (betonnen) zuilen rondom een verder volstrekt tuttige blokkendoos. Een standaard voorgevel met twee Middeleeuwse (betonnen) torens. Een cakewalk (van golfbeton) die vanuit de tuin golvend toegang geeft tot de tweede verdieping. Een dakrand met (betonnen) kabouters. Een balkon op de tweede verdieping zonder deur. Een openslaande deur op de tweede verdieping zonder balkon. Veel marmer overal, veel marmer ook. Marmeren en betonnen ornamenten.

Zinloze ornamenten. Vergeef me het pleonasme. Gezegende zinloze ornamenten.

We weten dat architecten zich niets aantrekken van wat het volk wil, maar deze architectuur maakt duidelijk dat het volk zich zeker niets aantrekt van wat de architecten willen.