Ontduiking van pensioenwet mogelijk

Een pensioentoezegging waaraan de werkgever geen reële financiële bijdrage levert, mag een pensioenfonds niet uitvoeren. Dit besliste het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 31 mei in een geschil tussen het Pensioenfonds GAK en de Verzekeringskamer. Het geschil betrof de uitvoering van een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen door het Pensioenfonds.

De discussie over het begrip pensioentoezegging is ontstaan naar aanleiding van de onderbrenging bij pensioenfondsen van regelingen ter dekking van het WAO-gat. Toen vorig jaar de WAO-uitkeringen werden beperkt, is in grote delen van het bedrijfsleven afgesproken dat het hierdoor ontstane inkomensgat door een aanvullende verzekering zou worden gedicht. In pensioentermen is er dan sprake van een toezegging van de werkgever inzake invaliditeits- of arbeidsongeschiktheidspensioen. Zo'n pensioentoezegging kan op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet worden uitgevoerd door een verzekeringsmaatschappij of door een pensioenfonds. Bij pensioenfondsen werd de WAO-gatverzekering meestal ingebed in de reeds bestaande pensioenregeling. Tot zover was er nog niets aan de hand. Een probleem ontstond doordat veel WAO-gatverzekeringen geheel of nagenoeg geheel door werknemerspremies werden gefinancierd, zonder dat de werkgever een substantiële bijdrage aan deze toezegging betaalde. In een brief van 10 maart 1993 aan de pensioenuitvoerders stelde de Verzekeringskamer dat een dergelijke verzekering waaraan de werkgever geen reële financiële bijdrage levert, niet door pensioenfondsen mag worden uitgevoerd. Er zou namelijk zonder werkgeversbijdrage geen sprake zijn van een pensioentoezegging.