Ons landje

Laatst zei een juffrouw van de TROS nog eens dat Nederland een heel mooi landje is.

Met landje wordt in dit cliché een land bedoeld dat weerloos is, een beetje onvolgroeid en dikwijls onderschat. Met dit verkleinwoord staat bij voorbaat vast dat wie kritiek heeft tot in het merg gemeen moet zijn.

Dus laat ik niet sarcastisch doen. Natuurlijk is zo'n TROS-juffrouw, die met de trein naar buiten is geweest of aan de nationale fietsdag deelgenomen heeft en met haar eigen ogen heeft gezien dat alles dik in orde is, iets heel bemoedigends.

En ja, het is ook zo. Een prachtig land voor mensen die op mais en mest en meeuwen, motorrijders, mountain-bikers en op joggers zijn gesteld. Een heerlijkheid voor wie van kastomaten, Engels raaigras, pijpestrootje en van asfalt, buitenwijken, business-centers en reclamezuilen, Marlboro, Oase en Mc Donald's houdt. Een paradijs als je een hekel hebt aan salamanders, leeuwerikjes en een koekoeksbloem, de pest aan heggen, overhoekjes, oneffenheden of een kromme dijk. De wereldtop voor wie niet tegen duisternis en stilte of alleen-zijn kan. En morgen is ons land voor deze mensen zelfs nog mooier dan vandaag.

Als iedereen die Nederland te vol vindt, naar het buitenland verhuist, is hier het laatste vuiltje uit de lucht.