Oeso wil met 'open blik' internationale rol behouden

PARIJS, 9 JUNI. Het beeld van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) als een gesloten club van rijke industriële landen, is niet in overeenstemming met de werkelijkheid. De toetreding van Mexico en het gisteren gesloten samenwerkingsverdrag met Rusland bewijzen volgens hoge OESO-functionarissen dat de uit 25 lidstaten bestaande organisatie nog steeds over een open blik op maatschappelijke en economische ontwikkelingen beschikt.

De tweede dag van de jaarlijkse ministerraad in het OESO-hoofdkantoor in Parijs stond gisteren in het teken van de mogelijke uitbreiding van de in 1961 opgerichte organisatie. De daar aanwezige ministers van buitenlandse zaken kwamen opnieuw tot de conclusie dat de organisatie - die alom geroemd wordt om haar gedegen studies van nationale en internationale ontwikkelingen - zich open moet blijven stellen voor nieuwe leden. Volgens minster Kooijmans (buitenlandse zaken) kan de OESO “met een open oriëntatie” een essentiële verbindingsrol blijven vervullen: “Naarmate er meer blokvorming optreedt in de wereld, is het belangrijk dat de relaties tussen de verschillende blokken goed blijven”.

De OESO, die de afgelopen jaren veel kritiek heeft gekregen voor haar afwachtende houding ten opzichte van de economische hervormingen in de voormalige communistische landen, zal “op korte termijn” de onderhandelingen beginnen met de Visegrad-landen (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije) over mogelijke toetreding. Zuid-Korea zal naar verwachting in 1996 deel gaan uitmaken van de OESO, terwijl met China - dat zich internationaal gezien ontwikkelt tot een steeds belangrijker economische factor - contacten zullen worden opgenomen om tot enige vorm van samenwerking te komen.

Hoe de samenwerking met China er uit zou moeten zien, is nog onduidelijk. Volgens minister Kooijmans moet de OESO proberen om met China tot eenzelfde soort akkoord te komen als gisteren met Rusland is gesloten. Op basis van dit raamverdrag zal de OESO ieder jaar op verschillende gebieden een concreet samenwerkingsterrein met Rusland afspreken. De OESO zal daarbij vooral een technisch ondersteunende rol spelen, bijvoorbeeld op het gebied van belastingwetgeving en het verzamelen van statistische gegevens.

Hoewel de opvolging van de huidige secretaris-generaal, de Fransman Jean-Claude Paye, tijdens de ministersraad in Parijs, formeel niet aan de orde is gekomen, is er volgens Kooijmans informeel besloten om deze kwestie door te schuiven “wellicht tot na de bijeenkomst in juli van de G-7 in Napels”. Dat Paye, die zelf graag nog een derde termijn van vijf jaar wil volmaken, zijn functie behoudt, is echter onwaarschijnlijk. De Canadese kandidaat, Donald Jonhston, die sterk gesteund wordt door de Amerikanen, lijkt op dit moment de beste kaarten in handen te hebben. De andere kandidaten zijn de voormalige Britse minister van financiën Nigel Lawson en de Duitser Lorenz Schomerus.

In de slotverklaring die gistermiddag werd uitgegeven, bevestigden de OESO-ministers dat zij er alles aan zullen doen om belemmerende factoren voor vrijhandel in de wereld op te heffen en er voor te zorgen dat de afgesproken startdatum voor de nieuwe wereldhandelsorganisatie (WTO) op 1 januari 1995 gehaald wordt. De ministers hebben ook besloten dat de OESO-landen maatregelen moeten nemen om omkoping bij internationale transacties tegen te gaan. Die maatregelen zijn nodig omdat alle lidstaten omkoping in eigen land strafbaar hebben gesteld, maar er nauwelijks sancties zijn op het omkopen van functionarissen in het buitenland.