NS-top organiseerde staking bij eigen bedrijf

UTRECHT, 9 JUNI. Hij vertoonde zich gisteren de hele dag niet, maar zeker is dat NS-topman R. den Besten de wilde staking die gistermorgen het treinverkeer in de Randstad platlegde, niet heeft zien aankomen. Die staking was namelijk niet meer dan een indirect gevolg van de afslanking van de spoorwegen met 4.800 arbeidsplaatsen. Directe aanleiding was gebrekkige communicatie binnen de top van het bedrijf. De staking was daarmee een onverwacht bij-effect van de verzelfstandiging van de verschillende bedrijfsonderdelen, een van de pijlers van de reorganisatie van de NS.

Kern van het conflict waarover vakbonden en NS vandaag verder hebben gepraat, is een zogeheten overcompleetverklaring van 110 machinisten en 360 conducteurs. Dit voorstel om bijna 500 werknemers aan het einde van de zomer de wacht aan te zeggen werd op 1 juni gedaan door directeur G. Hammer van NS-Reizigers, waar tussen april 1993 en april 1998 zo'n 2.300 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen. Het gebeurde in wat de NS een regulier overleg met de bonden noemen.

Het voorlaatste overleg met de bonden had op 23 februari plaats. Ook toen al noemde Hammer aantallen, maar die waren beduidend kleiner. Het zou, liet hij weten, om ruim 200 machinisten en conducteurs aan het einde van het jaar gaan. De geschrokken bonden vroegen om opschorting van het overleg over de overcompleetverklaring. De CAO-onderhandelingen waren in volle gang en de bonden verwachtten dat daar werkgelegenheidsafspraken konden worden gemaakt. Ze dachten met name aan een vierdaagse werkweek voor 50-plussers, die honderden banen zou moeten opleveren. Besloten werd om het overleg op 1 juni voort te zetten.

Maar tussen 23 februari en 1 juni werden bij NS-Reizigers de getallen bijgesteld. Leidende gedachte was dat er hoe dan ook honderden arbeidsplaatsen moesten verdwijnen, en dat het misschien maar beter was iedereen zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. In plaats van steeds een kleine groep overcompleet te verklaren, zoals in december nog was gebeurd voor bijna 50 machinisten en conducteurs, werd besloten een groter aantal te nemen. Tegelijk zou dan worden gegarandeerd dat tot 1996 geen overcompleetverklaringen meer zouden volgen.

Directeur Hammer nam daarmee een groot risico. De kans bestond immers dat dit soort duidelijkheid behalve tot geruststelling, ook tot onrust in het bedrijf zou leiden. Verder zouden de bonden kunnen menen dat er sprake was van kwade opzet. In het sociaal plan dat de NS in 1993 met de bonden afsloten is overeengekomen dat voor elke overcomplete werknemer gedurende drie jaar zal worden gezocht naar een andere functie binnen het bedrijf. Maar een bulk van bijna 500 machinisten en conducteurs reduceert de kans op zo'n herplaatsing aanzienlijk.

Hammers echte strategie-fout bestond echter uit het negeren van de lopende CAO-onderhandelingen. Die hadden eigenlijk al in april moeten zijn afgerond, maar ze sleepten zich moeizaam voort. Pas op 30 mei werd een 'onderhandelaarsakkoord' bereikt, twee dagen voor het reguliere overleg waarop Hammer tot verrassing van ook de raad van bestuur met zijn nieuwe overcompleetverklaring kwam. Het CAO-onderhandelaarsakkoord behelsde onder meer een vrijwillige vierdaagse werkweek met behoud van 92 procent van het salaris, een veel slechter resultaat dan de bonden hadden gewenst. Vooral de spoorwegvakbond FSV had grote moeite met het akkoord. De bond verwachtte dat de achterban er niet mee in zou stemmen.

Onder deze omstandigheden werkte de overcompleetverklaring van 1 juni als een lont in een kruitvat. Boze machinisten en conducteurs kondigden een wilde staking aan, terwijl de bonden, de FSV voorop, hun kans schoon zagen om het CAO-overleg weer open te breken. Gistermorgen lieten CNV en FSV al snel na aanvang van het spoedoverleg weten het idee te hebben dat ze “aan de verkeerde tafel” zaten. Zij wilden praten met de raad van bestuur en het daarbij hebben over een verplichte vierdaagse werkweek voor 50-plussers, met behoud van volledig salaris. Dit zou de spoorwegen, had Den Besten eerder al laten weten, zo'n vijftig miljoen gulden kosten. En dat geld is er niet.

De FNV, die zich ook in de CAO-onderhandelingen al begripvoller jegens de NS had opgesteld, was gisteren als enige bond bereid over bijstelling van de overcompleetverklaring te praten. Maar het voorstel van Hammer om het aantal overcomplete machinisten en conducteurs terug te brengen tot respectievelijk 50 en 200 haalde het niet. FNV-onderhandelaar W. Korteweg, gesecondeerd door een Amsterdamse en een Rotterdamse actievoerder, wilde de hele overcompleetverklaring van tafel hebben.

Vandaag heeft Den Besten het roer weer van Hammer overgenomen. Gisteren volgde hij het overleg nog vanuit zijn eigen kantoor, in een ander gebouw. Nu ook het overleg met Den Besten is gestrand, zullen FSV, CNV en FNV hun leden oproepen maandag te staken. Het treurige hiervan is dat de stakingen van gisteren en maandag eigenlijk niet nodig waren geweest. De CAO-onderhandelingen waren afgerond en wachtten op accordering door de achterban, terwijl over het verdwijnen van 2.300 arbeidsplaatsen bij NS-Reizigers een jaar geleden al een akkoord werd bereikt. De NS, concludeerde Korteweg gisteren dan ook, hebben hun eigen staking georganiseerd.