Nieuwe luchtaanval Israel op Hezbollah

JERUZALEM/BA'ALBEK, 9 JUNI. De Israelische luchtmacht heeft gisteren een nieuwe aanval uitgevoerd op posities van de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah in het zuiden van Libanon. De actie volgde op een raketaanval door de pro-Iraanse beweging op doelen in de door Israel afgekondigde veiligheidszone in Zuid-Libanon. Een week geleden vielen tientallen doden bij een Israelische luchtaanval op een basis van Hezbollah in de Oostlibanese Beka'a-vallei.

De raketten van Hezbollah waren volgens radio Beiroet gericht op troepenconcentraties van het Israelische leger en de lokale pro-Israelische Libanese militie in de veiligheidszone. Maar volgens veiligheidskringen ter plaatse kwamen de raketten neer in het centrum van de stad Marjayoun en in de naburige bergen, waarbij enkele scholen net gespaard bleven.

De Israelische onderminister van defensie Mordechai Gur noemde de aanval een boodschap aan Syrië, dat ruim 30.000 man troepen in Libanon heeft gelegerd, dat het op militair gebied niet tegen Israel is opgewassen mocht er in Damascus de gedachte opkomen aan beëindiging van het vredesproces. Overigens wordt in Israel redelijk optimistisch gedacht over de onderhandelingen met Syrië. Onderminister van buitenlandse zaken Yossi Beilin zei gisteren nog dat het in principe mogelijk is binnen enkele maanden een vredesovereenkomst met Damascus te bereiken.

In de Beka'a-vallei ontvoerde Hezbollah gisteren zes Libanezen en een gepensioneerde Syrische militair, naar verluidt in het kader van zijn onderzoek naar de Israelische ontvoering van een Hezbollah-commandant, vorige maand. De man Mustafa Dirani, werd meegenomen door Israelische commando's die per helikopter waren aan- en afgevoerd zonder dat hun enig verzet werd geboden, en Hezbollah-leiders hebben gesproken van plaatselijke medeplichtigheid. De zeven gisteren ontvoerden werden enkele uren later weer vrijgelaten onder druk van het Syrische leger. Dat had gedreigd op zijn beurt enkele Hezbollah-leiders te ontvoeren. (Reuter, AP, AFP)