Maatregel tegen mestoverschot 'fraudegevoelig'

DEN HAAG, 9 JUNI. Belangrijke maatregelen die de ministers Bukman (landbouw) en Alders (milieu) willen nemen om het mestoverschot terug te dringen, zijn oncontroleerbaar en te fraudegevoelig. Als het mestbeleid niet wordt aangepast zal het mislukken, waarschuwt een ambtelijke werkgroep.

Ambtenaren van de ministeries van landbouw, milieu en justitie en vertegenwoordigers van het landbouwbedrijfsleven constateren in hun rapport 'Mineralen onder controle' dat maar weinig veehouders er voor voelen om een mineralenboekhouding in te voeren. Dat betekent dat de bereidheid om de regelgeving die voor de derde fase van het mestbeleid (1995-2000) is vastgesteld onder sterke druk staat, aldus het rapport. De 'misbruikdruk' is groot.

In 1996 moet elke veehouder een 'regulerende' mineralenboekhouding hebben. Daarmee registreren ze hoeveel mineralen (fosfaat, stikstof) op een bedrijf worden aangevoerd, bijvoorbeeld in de vorm van veevoer, en hoeveel mineralen, met name in de vorm van mest, het bedrijf verlaten. Veehouders die meer dan een bepaalde hoeveelheid mineralen afvoeren worden beboet. Een meerderheid in de Tweede Kamer bestempelde de mineralenboekhouding eind vorig jaar nog als de 'spil' van het mestbeleid.

De ambtelijke werkgroep adviseert de bewindslieden om door te gaan met de ontwikkeling van de mineralenboekhouding en de invoering ervan op vrijwillige basis te blijven bevorderen. Pas als het systeem voldoende is ontwikkeld, kan het verplicht worden ingevoerd.

De bewindslieden zouden zich volgens de werkgroep voorlopig moeten concentreren op het alternatief voor de mineralenboekhouding, het mestafzetscenario. Bij dit systeem krijgen veehouders een hoge strafheffing voor het fosfaatoverschot dat ze niet kunnen afzetten. Het mestafzetscenario kan beter gestuurd worden dan de minderalenboekhouding en is minder fraudegevoelig, aldus de ambtelijke werkgroep. Dit alternatief kan worden versterkt door een betrouwbaar systeem van het nemen van monsters te ontwikkelen. Ook zou er meer gecontroleerd moeten worden door de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. De personele bezetting van de AID moet zodanig worden opgevoerd totdat een veehouderij gemiddeld eens in de zes jaar wordt gecontroleerd. Volgende week beraden Bukman en Alders zich over de gevolgen die de ambtelijke rapportage heeft voor het mestbeleid.