Lubbers en Brussel

DE SCHEIDENDE Nederlandse premier Lubbers vindt zichzelf in een wezensvreemde situatie terug. Een paar jaar lang is er - door anderen overigens - gespeculeerd op zijn toekomstige voorzitterschap van de Europese Commissie. Hij leek een geschikte kandidaat nu een politicus uit een van de kleine landen èn uit het christen-democratische kamp aan de beurt was. De huidige Commissievoorzitter Delors wilde het graag en van Delors was bekend dat hij speciale verbindingen met het Elysée heeft.

Nu puntje bij paaltje komt geeft Frankrijk de voorkeur aan een Belg, zelfs al is strikt genomen premier Dehaene niet beschikbaar. Bondskanselier Kohl volgt deze Franse voorkeur, enerzijds om de Fransen niet voor de voeten te lopen en conflicten te vermijden waar dat mogelijk is, anderzijds omdat de hartstocht voor Lubbers in Bonn grenzen kent. Helmut Kohl is niet vergeten dat zijn vriend Lubbers op een vervelend moment in januari 1990 een vervelende opmerking over de Duitse eenheid heeft gemaakt en zich - aldus Kohl destijds voor zijn CDU-fractie - “op kosten van Duitsland profileert”. Helaas voor Lubbers heeft Kohl een scherp ontwikkeld geheugen voor zulke dingen, zoals menig Duits ex-politicus kan vertellen.

MAAR GOED - welke premier rijdt in twaalf lange jaren een volmaakt vlekkeloze Kür? Feit is dat premier Lubbers een rijke ervaring heeft opgebouwd en vertrouwd is geraakt met de Europese problematiek en dat hij als Nederlands coalitie-dier een tweede natuur heeft ontwikkeld en verfijnd om tegenstellingen te overbruggen en impasses te doorbreken. Dat zijn eigenschappen die een Commissievoorzitter van pas komen. In vergelijking met de overigens vaardige Dehaene komt daar nog bij dat Lubbers betere papieren heeft als het er om gaat de Britten zoveel mogelijk bij de Europese les te houden. Dit laatste wordt zowel in Parijs als in Bonn onderkend - in de eerste stad werkt het in zijn nadeel, in de tweede te weinig in zijn voordeel, naar het schijnt.

Nederland en België hadden beide een christen-democratische kandidaat - Lubbers en Martens. Dan valt de Belg af en blijft de Nederlander over en ten slotte besluiten Kohl en Mitterrand om een andere Belg - Dehaene - te vragen en laten zij Lubbers weten dat hij beter een “elegante aftocht” kan blazen. Daarbij deert het kennelijk ook niet dat Nederland al enkele jaren consequent achter het net vist bij internationale functies en projecten.

DE VERONTWAARDIGING bij Lubbers over de gang van zaken is begrijpelijk, maar of het verstandig en effectief is om vervolgens de strijd met het 'Frans-Duitse directoraat' aan te binden is een tweede. De openlijke kandidatuur van Lubbers was al merkwaardig, want naar dit soort functies solliciteert men niet via de media. Een vraaggesprek met Lubbers in de Financial Times en zijn daar geuite ongenoegen over het Frans-Duitse onderonsje zullen de twee landen misschien ook eerder in hun voornemen stijven de niet-kandidaat Dehaene te kiezen. Tegen een samenwerkend Parijs en Bonn lukt niets in Europa, mét deze beide kan men een eind komen en dat hoort een kandidaat-Commissievoorzitter, ook al is deze afkomstig uit Nederland, te weten.

Trekt men een paar emoties en onhandigheden van de hele affaire af dan blijft toch het feit dat Nederland zich in een positie bevindt waarin het kennelijk met het grootste gemak kan worden genegeerd. Dat is een bittere les, die weliswaar al op Zwarte Maandag (met de rigoureuze afwijzing van de Nederlandse voorstellen voor Maastricht) werd opgedaan, maar die toch een paar consequenties heeft of zou moeten hebben. Ten eerste vergroten zulke ervaringen hier niet het enthousiasme voor Europa en ten tweede zou het tot zelfonderzoek over het buitenlandse beleid moeten leiden, over prioriteiten, mogelijkheden en grenzen.

NATUURLIJK, een Nederlandse Commissievoorzitter dient op zichzelf geen Nederlands belang. Sterker nog, juist Nederlanders hebben op internationale posten de neiging zich extra in te spannen om belangenverstrengeling te voorkomen. Maar tegelijkertijd zijn internationale benoemingen ook een graadmeter voor prestige en gezag van een land en in die zin is de consequentie van een en ander niet gering, namelijk dat Frankrijk geen Nederlander wenst als voorzitter van de Europese Commissie en dat het derhalve dus ook niet zal gebeuren.

Tenzij Lubbers nog iets bijzonders verzint. Ooit had hij toch de bijnaam Zondagskind.