Kolonisten in Gaza ontmoedigd; 'Met zoveel gevaren is het moeilijk stand te houden'

GUSH KATIF, 9 JUNI. De Thaise landarbeider Patjang Indjok (24) is één van de weinigen in Gush Katif in de Gazastrook die nog ongedwongen kan schateren. De 5.000 Israeliërs in 17 nederzettingen aan de kust van de Middellandse zee die worden omringd door de jonge Palestijnse autonomie, is het lachen vergaan. Zij voelen zich achter hun lange prikkeldraadhekken bedreigd, in de steek gelaten zelfs en niet meer zeker van hun toekomst.

Patjang Indjok wel. Over een jaar vliegt hij met zijn gespaarde dollars terug naar zijn jonge vrouw in een dorpje op 600 kilometer van Bangkok. De naam van zijn vorige week geboren dochtertje weet hij nog niet. “Ik wacht op de brief”, zegt hij bij de ingang van de bloedhete kas in de nederzetting Gan Or.

Jarenlang heeft de broeikassen-economie in Gush Katif gedraaid op goedkope Palestijnse arbeid uit de aangrenzende Palestijnse stad Khan Yunis en de nabij gelegen vluchtelingenkampen. De intifadah heeft echter een dure streep door de economische dromen van de kolonisten gezet. Om veiligheidsredenen hebben zij 25 procent van de Palestijnse arbeid in Gush Katif vervangen door bijna viermaal zo dure arbeidskrachten uit Thailand. De Palestijnen die in de kassen tomaten plukken en bloemen snijden, gaan met 13 dollar per dag naar huis. De kosten van een Thaise landarbeider bedragen 47 dollar per dag.

Ehud Neor wacht in zijn kantoor in Gan Or op een telefoontje van de bank. Er moet geld worden overgemaakt naar de spaarrekeningen in Thailand. Deze 34-jarige orthodoxe jood (een bekeerling, die sinds 17 jaar in Israel is) uit de VS betwijfelt of de in Gush Katif opgezette broeikas-economie met zulke dure werkkrachten en met zoveel internationale concurrentie nog lang levensvatbaar is. De prachtige tomaten (60 procent van de Israelische tomatenexport komt uit Gush Katif) die hier zorgvuldig worden geplukt, moeten opboksen tegen goedkopere tomaten uit Spanje en Marokko - verbouwd met onder andere Israelische deskundigheid. En dus concentreren de kolonisten zich nu meer op bloemen.

Economische onzekerheid is niet de grootste zorg van Ehud Neor. “We hebben het gevoel dat we geen steun meer hebben. Onze motivatie wordt minder, we worden zwakker. Met zoveel gevaren om ons heen is het moeilijk om stand te houden.” Volgens Ehud Neor heeft premier Yitzhak Rabin een onvergeeflijke fout gemaakt door niet direct na de ondertekening van de autonomie-akkoorden naar Gush Katif te komen met de boodschap: we hebben jullie niet vergeten. Als daarna de opdracht was gekomen 'in te pakken' zouden de bewoners van Gush Katif zijn weggegaan. “Nu hebben we besloten tot het einde stand te houden”, zegt Ehud Neor. Maar het klinkt niet overtuigend, want hij laat erop volgen een meerderheidsbesluit van het Israelische volk om Gush Katif op te geven te zullen respecteren. “De mensen hier zijn geen fanatici”, legt hij uit. Als ze tot het einde stand houden, betekent dat niets anders dan dat deze kolonisten op een aanvaardbare schadeloosstelling wachten als het moment van de waarheid aanbreekt.

Ehud Neor is er zeker van dat de stichting van een Palestijnse staat onvermijdelijk is als de regering van Rabin aan de macht blijft. “Ik bid dat links gelijk heeft, wij bidden dat het (vredes)experiment slaagt. Als de vrede slaagt, hebben wij ongelijk gehad.” De kans van slagen van de regering-Rabin slaat hij echter niet te hoog aan. Een nieuwe oorlog lijkt hem waarschijnlijker.

Een groot deel van de Israelische troepen die jarenlang in de nauwe stegen van de vluchtelingenkampen in de Gazastrook de intifadah hebben bevochten, zijn nu ter beveiliging van Gush Katif en twee buiten dit gebied liggende nederzettingen in militaire kampen in het nederzettingengebied gelegerd. Vijftienduizend soldaten beschermen er vijfduizend kolonisten. Het onverschillige gedrag van de soldaten knaagt meer dan iets anders aan het moreel van de kolonisten. Datia Herskowits, de eens zo vurige en trotse woordvoerster van Gush Katif, klaagt er steen en been over. Het wantrouwen in de bereidheid van de soldaten zich voor de volle honderd procent voor de beveiling van hen in te zetten is zo groot dat de kolonisten naar haar zeggen zelf patrouillediensten hebben georganiseerd. “De soldaten zijn heel zielig. Ze weten niet eens hoe zich te verdedigen, zo onduidelijk is de situatie als gevolg van het autonomie-akkoord”, zegt ze. “Tshahal (het leger) neemt geen verantwoordelijkheid. De soldaten schieten niet omdat ze niet het risico willen nemen voor de militaire rechter te worden gesleept.” Een paar jaar geleden leidde zij haar (journalistieke) gasten met enthousiasme rond. Nu blijft ze nukkig in haar kantoortje in de nederzetting Neve Dekaliem zitten. Ze gedraagt zich zoals de sfeer in Gush Katif is. “De sfeer is niet goed, er is veel onduidelijkheid”, zegt ze. “Maar aan inpakken wordt nog niet gedacht.”

Yael, een jonge vrome vrouw met twee kinderen, woont sedert een paar maanden in een caravan in de kleine nederzetting Kfar Drom, net buiten Gush Katif, midden in de Palestijnse autonomie. Gisteren werd er op de nederzetting geschoten. Israelische soldaten beantwoordden het vuur en er werd zoals dat tegenwoordig gaat een klacht ingediend bij de Palestijnse politie. “Is het niet gevaarlijk en onverantwoordelijk daar te wonen”, vroeg ik Yael, die met haar twee peuters boodschappen in Neve Dekaliem deed. “Ik ben niet bang. God beschermt ons. Bij Rosh Hashana (nieuw jaar) tekent hij in een boek op wie leeft en wie zal sterven.” Rustig rijdt ze weg, ongewapend, vertrouwend op de Almachtige in een onzekere omgeving.

De 12-jarige Eviatar Gross uit Neve Dekaliem vertelt dat er op school veel over de onveilige situatie wordt gesproken. “Als we op sabbat in de beit-knesset (synagoge) zijn, doen de terroristen pogingen in onze nederzettingen door te dringen. Dat is al een paar keer gebeurd en niet alleen op sabbat.” Datia Herskowits heeft geen vertrouwen in het lange elektronische veiligheidshek dat het leger voor honderden miljoenen guldens rondom Gush Katif bouwt. “De terroristen knippen het gewoon door. Wat hebben we daaraan? Het leger moet in de (Palestijnse) steden zijn en de Palestijnse terroristische organisaties verdelgen!”

De werkelijkheid is anders. Op de terugtocht door het schitterende duinlandschap waar de joodse nederzettingen zijn gesticht staat bij een duin een militaire jeep met een oranje vlag langs de kant van de weg. Dat is het teken van een gemengde Israelisch-Palestijnse patrouille. Een Israelische soldaat plast op het witte zand. Een meter van hem staat een lachende Palestijnse politieagent met het geweer in de hand alsof hij zijn Israelische collega beschermt. Twee Palestijnse agenten in de jeep zwaaien.

Bij de uitgang van Gush Katif staat een groot geel bord. Met grote zwarte letters staat er in het Hebreeuws en Arabisch geschreven: “Attentie: U gaat de onder Palestijnse jurisdictie staande autonomie binnen, toegang moet met het Israelische leger worden geregeld.” De tijd dat de kolonisten zich naar willekeur in de strook van Gaza konden verplaatsen is voorbij. In Gush Katif wordt de betekenis van deze ontwikkeling in het Israelisch-Palestijnse geschil begrepen. Het trekken van conclusies is slechts een kwestie van tijd.