Kat (1)

Met grote verbazing heb ik het artikel gelezen over de opgehangen kater (opgezet) van kunstenaar Berend Strik (NRC Handelsblad, 4 juni). Dit is een ethisch volstrekt onaanvaardbaar werk. Juridisch gaat het hier niet om dierenmishandeling, wel is echter sprake van respectloos handelen van Strik jegens het individuele dier en dieren in het algemeen. Wat wettelijk is toegestaan, is niet altijd toelaatbaar. Eenzelfde onsmakelijk tafereel als met de kater, maar nu met een dood mens als lijdend voorwerp, had terecht tot heftige nationale verontwaardiging geleid binnen onze samenleving. Nu het 'slechts' een dier betreft wordt er laconiek gereageerd.

Afgezien van de smakeloosheid van Striks werk, is ook zijn visie achter de creatie hoogst opmerkelijk. Strik wil laten zien, althans dit beweert hij, dat mensen eerder aanstoot nemen aan de directe aanblik van een dood huisdier dan aan de dagelijkse wreedheden die mensen elkaar aandoen en onze beeldbuis passeren. Zegt hij eigenlijk niet: zolang mensen lijden is het leed dat dieren doormaken niet de moeite waard om je druk over te maken? Ik ben goddank opgevoed met respect voor alles wat leeft. Lijden, wreedheden zijn universeel en overstijgen de soortgrens. Laat deze kunstenaar na zijn dood zijn lichaam ter beschikking stellen aan de kunst. Hij kan dan opgezet achter een tafel vol met produkten uit de bio-industrie plaatsnemen, met de mond open. Een titel voor dit kunstwerk weet ik al: 'pas bij de dood van de mens stopt de exploitatie van het dier'.