Europa verdeelt de Denen nog altijd

De verkiezingen in Denemarken voor het Europarlement zijn meer dan elders echte Europese verkiezingen. Ze vormen niet, zoals in veel andere landen, een soort opiniepeiling over de nationale krachtsverhoudingen. Dat komt doordat de overgrote meerderheid van de Deense partijen pro-Europa is, terwijl een groot deel van de Denen nog altijd uiterst gereserveerd staat tegenover het Deense lidmaatschap van de Europese Unie. Hoe groot die scepsis is, zal vandaag duidelijk worden.

Volgens de laatste peilingen mag in elk geval op een flinke opkomst gerekend worden: zo'n 58 procent, zeggen de opiniepeilers. De verwachting is dat de twee anti-Europese lijsten die meedingen naar het Europarlement zeker vier van de zestien Deense zetels in het Europese parlement zullen binnen halen. Het gaat hierbij om de Volksbeweging tegen de Europese Unie, in 1972 opgezet na de Deense toetreding tot het verenigde Europa, en de Juni-beweging die tot stand kwam ten tijde van het eerste referendum over 'Maastricht', dat op 2 juni 1992 een Deens 'nee' tegen het verdrag opleverde.

Hoewel deze twee anti-Europese bewegingen stemmen trekken van alle partijen, ziet het ernaar uit dat de regerende sociaal-democraten van premier Poul Nyrup Rasmussen vandaag de grootste veer zullen moeten laten. Bij de laatste algemene verkiezingen in december 1990 waren de sociaal-democraten goed voor 37 procent van de stemmen, vandaag zullen ze al dik tevreden zijn als ze een kwart van de stemmen halen en hun vier zetels in Straatsburg weten te behouden.

De meest hartstochtelijke pro-Europeanen zitten in de Liberale Partij die wordt geleid door Uffe Ellemann-Jensen die van 1982 tot 1993 minister van buitenlandse zaken was. Hij maakte er in de campagne geen geheim van dat hij Denemarken weer volwaardig lid van de Europese Unie wil laten worden. Na het 'nee' tegen Europa van juni 1992 verkreeg Denemarken namelijk tijdens de top in Edinburgh in december 1992 een uitzonderingspositie in de EU. Het tweede referendum over 'Maastricht' leverde daarna op 18 mei 1993 een 'ja' op. Zo is Kopenhagen onder meer niet gebonden aan een gemeenschappelijke defensie- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie en kan het buiten de laatste fase van de Europese Monetaire Unie blijven.

Ellemann-Jensen wil van die voorbehouden, die 'opt-outs', zo snel mogelijk af. In de campagne verweet hij de centrum-linkse regering daarover te weinig duidelijkheid te geven. Zelf heeft hij aangedrongen op een nieuw referendum waardoor Denemarken alsnog lid van de Westeuropese Unie kan worden. Hij vergeleek de politiek van de huidige regering met het Deense beleid in de jaren dertig, toen Kopenhagen een politiek van ongewapende neutraliteit voerde tegenover nazi-Duitsland. Die geprononceerde opstelling heeft de Liberalen geen windeieren gelegd: de partij staat nu op zo'n dertig procent van de stemmen (tegen 16,6 procent in 1989), wat vijf zetels in het Europarlement zou betekenen.

Maar, net als in zoveel andere Europese landen, zit aan de Deense Euroverkiezingen ook een nationale geur. Dit najaar zullen namelijk algemene verkiezingen voor de Folketing worden gehouden. De uitslag van vandaag vormt een indicatie voor een mogelijke wisseling van de wacht. Ellemann-Jensen hoopt met een goed resultaat vandaag zich een gunstige uitgangspositie te verschaffen om Rasmussen dit najaar als premier op te volgen. De campagne had dan ook het karakter van een persoonlijke strijd tussen Ellemann-Jensen en premier Rasmussen.

Haast met Europa heeft Denemarken in elk geval niet. Elf EU-landen tellen de stemmen zondagavond, maar het ministerie van binnenlandse zaken in Kopenhagen heeft laten weten dat het tellen van de vandaag uitgebrachte stemmen pas maandagmorgen begint. Daarmee wordt drie miljoen gulden bespaard, het bedrag dat anders aan overuren had moeten worden uitbetaald.