Een kloosterkerk gereconstrueerd; La realite virtuelle de Cluny III

De videoband en een bijbehorend boekje 'Cluny ou la gloire retrouvée' zijn verkrijgbaar à 150 FF elk in het Musée Ochier in Cluny (nabij Macon) en in het Musée National du Moyen Age (hotel Cluny) in Parijs.

Op de tentoonstelling 'Bataven, boeren en bondgenoten. De Maaskant in de Romeinse tijd' in Het Noord-Brabants Museum in Den Bosch (tot 17 juli) zijn twee video's te zien met reconstructies op basis van recente opgravingen van een Romeinse brug bij Cuijk en een Romeinse tempel bij Empel.

Van een van de grootste en meest prestigieuze bouwwerken uit de Romaanse bouwgeschiedenis staan alleen nog twee torens en een stuk muur overeind. Ruim 850 jaar geleden torende de kloosterkerk van Cluny in de Franse Bourgogne 35 meter boven het maaiveld uit. Van apsis tot voorportaal mat de kerk 187 meter. Daartussen lagen een dubbele transept, een middenschip van 42 meter breed met elf nissen in de dubbele zijvleugels en een voorschip met vijf nissen aan beide kanten. Het voorportaal werd geflankeerd door twee torens, de Barabans genaamd. In totaal zes torens accentueerden de grandeur in horizontale richting.

Midden in de glooiingen van de Grosne-vallei representeerde het bouwwerk de macht van het klooster van Cluny. Een macht die zich uitstrekte over meer dan elfhonderd kloosters in Frankrijk, Italië, Spanje en Engeland. Sinds hertog Willem van Aquitanië de abdij in 909 stichtte, stond de orde onder direct gezag van de paus. Bisschoppen, noch wereldlijke machthebbers hadden zeggenschap over het klooster. Het uitsluiten van iedere wereldlijke invloed en de strikte naleving van de Benedictijnse regel, bleken in een wereld waarin de kerk steeds verder in verval raakte, de grond voor het succes van Cluny.

De oorspronkelijke kerk, Cluny I genaamd, en de bijbehorende kloostergebouwen waren al snel te klein, zodat abt Majolus tot uitbreiding besloot. De nieuwe abdij-kerk (Cluny II) werd in 981 ingewijd. Over de uiterlijke vorm daarvan is weinig bekend, over het uiterlijk van Cluny III des te meer. De derde grootscheepse verbouwing werd in 1088 in gang gezet door abt Hugo nadat hij eerst het abdijcomplex had uitgebreid met gastenverblijven, stallen, een verwarmde refter, een ziekenzaal en een kapel.

Van de abdij zijn nu alleen de stallen nog over. Van de kerk staan de zuidelijke arm van de grote transept, een stuk van de zuidmuur van het schip en een van de Barabans nog overeind. De kerk doorstond de eeuwen en overleefde de Franse Revolutie, maar was niet opgewassen tegen de slopershamer die vlak daarna ter hand werd genomen. Maar nu kunnen bezoekers weer een indruk krijgen van hoe de kerk er in zijn volle glorie moet hebben uitgezien. In het naastgelegen Musée Ochier geeft een multimediaprogramma, gebaseerd op een met de computer gemaakte reconstructie van de kloosterkerk, een verbluffend beeld van binnen- en buitenkant van dat machtige bouwwerk.

De virtuele reconstructie van Cluny werd bedacht door twee studenten van de Ecole Nationale Supérieure des Arts et Métiers in Parijs, en uitgevoerd met hulp van de computerfirma IBM, een bouwkundig ingenieur, historici en archeologen. Een team van ontwerpers van computergraphics maakte het project in het laatste stadium af.

Cluny was zeer geschikt voor het project, omdat er een groot aantal gegevens over bestond. Met name de opgravingen die de Amerikaan K.J. Conant in de jaren dertig en veertig uitvoerde, boden een schat aan informatie. Conant publiceerde zijn conclusies in 1968 in zijn boek Cluny, les églises et la maison du chef d'ordre.

Op basis van deze gegevens werd Cluny III in de computer opnieuw opgebouwd. Het resultaat is een wat kale, maar niettemin indrukwekkende verbeelding van wat eens werkelijkheid was. De buitenkant, onberoerd door weer en wind en duivenpoep en verstoken van enig beeldhouwwerk, heeft een wel erg steriele aanblik. Maar in vogelvluchtperspectief is goed te zien wat een pompeuze taart deze kerk was. Het interieur is voorzien van iets meer detaillering, maar alleen daar waar enige zekerheid over de oorspronkelijke versieringen bestond. Het fraaiste resultaat werd bereikt in het koor, waarvan de vloer is belegd met een mozaïek. Op het plafond van de apsis is een schildering ingetekend. De enige vrijheid die de samensteller van de beelden zich veroorloofde was een virtuele zonnestraal.Wat echter vooral treft, is de ruimtelijke indruk die van de kathedraal wordt verkregen. In principe kunnen de computerbeelden dienen voor een virtuele wandeling door de kerk. Met een virtual-reality-helm met twee kleine beeldschermpjes voor de ogen kan men zich dan werkelijk in de kerk wanen. De apparatuur daarvoor is echter nog te kostbaar, zodat men het moet doen met een videoprogramma dat op basis van de computersimulatie is gemaakt. Maar hierop is al mooi te zien hoe de 'camera' het godsgebouw binnenglijdt. In het voorschip komt in de verte een monnik op van rechts, een nietig figuurtje in de immens hoge ruimte. Zuilen schieten links en rechts voorbij als de camera door het middenschip naar het koor rijdt waar plots die zonnestraal naar binnen valt. Voor die beelden neemt men alle spielerei met draadmodellen die uit het niets worden opgetrokken graag voor lief.

Cluny is niet de eerste virtual-reality-reconstructie van verloren gegaan cultureel erfgoed. In 1988 werd een reconstructie gemaakt van het tempelcomplex van Karnak, nabij Luxor in Egypte. Twee jaar later werd ook het klooster van Saint-Guilhem-le-Désert in computerbeelden herbouwd. Ook is een digitale verbeelding gemaakt van de oude Romeinse thermen in Parijs, de Thèrmes de Lutèce, waarvan in het Musée National du Moyen Age in het hartje van het Parijse Quartier Latin nog één zaal overeind staat. Bij dit project is meer vrijheid genomen bij de reconstructie van de interieurs, juist om een indruk te geven van de rijkdom die marmer, mozaïek, fresco's en beeldhouwwerken hier uitstraalden. De beelden zullen worden gebruikt voor een interactief computerprogramma dat te zijner tijd in de nog bestaande badzaal te raadplegen is.

Digitale verbeelding van verloren cultuurgoed; dat biedt ongekende mogelijkheden, en niet alleen voor historici. Wie zich even laat meevoeren in zijn dromen, ziet zichzelf binnenkort over een virtueel Forum Romanum wandelen, om daarna direct over te stappen naar een digitale Acropolis of een synthetisch Troje.