De 'queue de Paris' komt terug

Een lamsvel-rok voor mannen, een slip met jarretels die losbungelen omdat de kousen op het been zijn geschilderd, een parodie op Dolly Parton..., dat zijn zo wat interpretaties die de 14 deelnemers aan de Smirnoff Fashion Award-show gaven aan het thema: 'het veranderende imago' ofwel: 'In de wereld waarin we leven is weinig meer datgene wat het op het eerste gezicht lijkt'.

Zo'n thema is natuurlijk een open deur voor leerlingen van mode-academies. De 1200 toeschouwers in de Amsterdamse Westergasfabriek kregen afgelopen weekend een breed scala aan Sf-achtige modevormgeving gepresenteerd en de jury die de prijs van ƒ 10.000 mocht toewijzen had 't buitengewoon moeilijk. Met een parade van hoog gepruikte Dolly Partons in gewaden waarvan de borst- en bil-partijen waren opgevuld tot ridicule dimensies gooide Pauline van der Heijden van de Rietveld Academie hoge ogen vanwege het theatrale gehalte van de presentatie. Toch besloot de jury de Smirnoff Fashion Award toe te kennen aan haar tegenpool: Wendela van Dijk van de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam.

Verwarring ontstond toen de juryvoorzitter bekend maakte dat Van Dijk de prijs te danken had aan haar 'blauwe jurk', waarmee ze Nederland zal vertegenwoordigen op de internationale finale in Dublin later dit jaar. Want er waren twee blauwe jurken in haar collectie; een van zachtglanzende latex, die aan de achterkant een vrolijk uitzicht gaf op de blote billen van het model, en een fel-korenblauwe stretchjurk, die met een ingenieuze plooienpartij ook, maar dan subtieler, het achterwerk benadrukte. De laatste bleek de favoriet.

Op het eerste gezicht had haar introverte collectie weinig show-appeal - sommige toeschouwers maakten hun misnoegen over de uitverkiezing dan ook luidruchtig kenbaar -, bij nader inzien wel veel ontwerp-kwaliteit. Geheel volgens het thema: Weinig is meer dan datgene wat het op het eerste gezicht lijkt.

“Het binnenwerk is belangrijker dan de uiterlijk vorm,” legt Wendela van Dijk uit. Van dichtbij is pas te zien hoe ingewikkeld de modellen in elkaar zitten: schuin gebreid, schuine naden, uitsnedes, delen op vilt gezet. De ontwerpster kiest bij voorkeur vervormbare materialen als breisels, stretchstoffen, vilt en latex (rubber), waar je “zó een stuk kunt afknippen en er een ander stuk kunt aanbreien of aangieten.” De kledingstukken zijn door de rekbaarheid niet tot één figuur beperkt. “De blauwe jurk bijvoorbeeld is uit vloeibare latex gegoten; wèl in een bepaalde coupe, maar het rubber is elastisch en de mouwen zitten alleen vast in de hoeken, zodat hij toch een groot pasbereik heeft.”

De soepele snit, de nonchalant om de heupen gebonden trui-delen en de golfschoenen waarop de mannequins over de catwalk spijkerden, leken geïnspireerd op sportkleding. Volgens van Dijk een onjuiste conclusie, al doet sport haar wel denken aan het ontwikkelen van nieuwe materialen. “Die gebruik ik in combinatie met klassieke elementen. Ik ga uit van herkenbare vormen, zoals de boorden onderaan een trui, en laat ze functioneren in een nieuwe context.” Dat Wendela van Dijk zich behalve door films en videokunst laat inspireren door de mode van de Japanse ontwerpster Rei Kawakubo van Comme des Garçons zal de insiders niet verbazen. Al vóór de 24-jarige Rotterdamse werd geboren, gaf Kawakubo met haar schuine breisels, vilt, ongestreken naden en dergelijke een geheel nieuwe wending aan de gangbare opvattingen over dameskleding. Er zijn slechtere voorbeelden.