Controle op vormfouten geldt als tweederangs activiteit

DEN HAAG, 9 JUNI. De verdachte van een poging tot doodslag wordt in oktober 1990 op vrije voeten gesteld omdat de termijn van voorlopige hechtenis is afgelopen. De officier van justitie is - wegens vakantie - een paar dagen te laat geweest met het uitbrengen van de dagvaarding. Als hij op kantoor komt ligt er een grote stapel papier op zijn bureau. De zaak van genoemde verdachte komt hij één dag te laat tegen. Het gerechtelijk vooronderzoek had al vertraging opgelopen omdat de rechter-commissaris op vakantie was gegaan en het slachtoffer niet kon worden gehoord wegens verblijf in het buitenland.

De commissie-Donner, die gisteren rapport uitbracht over het openbaar ministerie, liet een apart onderzoek doen naar vormfouten in de strafvervolging. De termijnoverschrijding in de onderzochte zaak ontsnapte aan de aandacht van de officier omdat hij niet tijdig was ingelicht door de administratie. Die probeerde hem van het dreigende gevaar op de hoogte te stellen, maar staakte de pogingen nadat hij enkele malen onbereikbaar was geweest en vervolgens het signaal van de administratie negeerde.

Fouten als deze komen volgens het onderzoek vaker voor: in 3 procent van de 220.000 misdrijven die 1992 werden behandeld. Vormvoorschriften voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten zijn bedoeld om de kwaliteit van de 'waarheidsvinding' in het proces en de bescherming van de verdachte te waarborgen. Maar veel zaken lopen mis door de ondercapaciteit bij het OM, met als directe gevolgen tijdsdruk en - op sommige parketten - een structureel gebrekkige controle. Zo komen tenlasteleggingen, veelal geformuleerd door de administratie, onvoldoende onder ogen van de officier. Gerechtelijke stukken komen vaak niet aan op de plaats van bestemming of worden onjuist opgesteld. Bij 20 procent van de dagvaardingen die nietig worden verklaard blijkt een verkeerd adres van de verdachte de oorzaak. Tekortkomingen in dossiers blijven vaak onopgemerkt omdat de officier die de zaak heeft voorbereid niet dezelfde is als degene die op de rechtszitting verschijnt.

Door de toegenomen aandacht voor vormfouten zijn de laatste jaren vereenvoudigingen aangebracht in de vormvoorschriften. Sommige ongewenste consequenties - bij zeer ernstige delicten - kunnen in tweede instantie worden gerepareerd door ingrijpen van de rechter. Volgens het gisteren gepubliceerde rapport over vormfouten moet het OM meer aandacht besteden aan het controleren van tenlasteleggingen, wat te vaak als “tweederangs activiteit” wordt beschouwd.

Verder heerst binnen het OM te veel een “knuffelcultuur”; toetsing van andermans werk wordt op het parket al snel als bemoeizucht gezien. Een beter controle-mechanisme is volgens de commissie een belangrijk wapen in de strijd tegen de vormfouten. De commissie adviseert verder onder meer dagvaardingen, waar mogelijk, direct door de politie te laten uitreiken op het politiebureau, bijvoorbeeld aan personen die worden verdacht van rijden onder invloed. Ook moet worden onderzocht of een nieuwe dagvaarding direct aan de raadsman van een verdachte kan worden uitgereikt op het moment dat hoger beroep wordt aangetekend.