Zorgmijders verpesten leven van hun buren

Jaarlijks vallen bij ruzies over lawaai drie doden, maakte de stichting geluidshinder gisteren bekend. In Amsterdam presenteren politie en hulpverlening vandaag een nieuwe aanpak van extreme overlast.

AMSTERDAM, 8 JUNI. Meneer en mevrouw Koeleman zakken naar het puntje van hun bloemetjesbankstel. Ze hebben de buitendeur gehoord. Hun blik volgt onzichtbare voetstappen de trap op. Mevrouw ademt als een muis. Meneer spiedt naar het plafond. “Hij is het.”

Het echtpaar Koeleman woont op nummer 13 aan een kalme gracht in Amsterdam-west. Af en toe schuurt over een nabijgelegen brug de tram. Daar wen je aan, zegt meneer. Maar aan 'hem', nooit. Hij leeft in de nacht, zegt mevrouw. Haar tas klemt ze tegen haar boezem. Half elf 's avonds en 'hij' is net thuisgekomen.

Hij is de bovenbuurman en zijn voetstappen domineren het leven onder hem. De voetbalwedstrijd kan de aandacht van echtpaar Koeleman niet meer vasthouden. En net als de bezoeker wil vragen of ze niet overdrijven, of ze niet gewoon hun tv een toontje luider moeten zetten, breekt boven de hel los. De buurman is slaags geraakt met een onderhuurder. Er wordt geschreeuwd en geworsteld. Doffe dreunen, geblaf van de buurhond. Even zit het echtpaar Koeleman als verstijfd, dan grijpt mevrouw de telefoon, drukt een enkele toets in en roept haar adres - “Snel!” Vier minuten later staat de politie voor de deur.

Zo'n 23.000 keer moest de Amsterdamse politie vorig jaar assistentie verlenen bij overlast in enige vorm. Ruzie was de grootste overlastbron die de politie moest dempen, lawaai de tweede. Het zijn vaak dezelfde adressen waar de politie komt. Van onverbeterlijke herrieschoppers en van verwarde geesten. Tweeduizend meldingen in 1993 werden gedaan wegens overlast door een gestoord persoon.

Het RIAGG noemt ze 'zorgwekkende zorgmijders'. Gestoorde mensen die los op straat rondlopen, in plaats van bij deze of gene geestelijke gezondheidsinstantie een 'duidelijke hulpvraag' te komen formuleren. Amsterdam raakt aan ze gewend, terwijl ze schreeuwend en vloekend over straat gaan. Voor degeen die onverwachts mikpunt van zo'n scheldkannonade wordt, is het even schrikken. Soms veel erger, zoals ruim een jaar geleden in de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, waar een zorgmijder een Turks meisje doodsloeg omdat hij dacht dat ze hem uitlachte.

Die gebeurtenis heeft de ontwikkeling versneld van een project in een ander stadsdeel, Westerpark. Daar is het 'meldpunt extreme overlast' in het leven geroepen. Stadsdeel, GG en GD en politie gaan samenwerken om de zorgwekkende zorgmijders in een vroeg stadium te signaleren. Vandaag hebben politieagenten Joke Vork en José Andrade met Westerpark-ambtenaar Wim van Ogtrop het project toegelicht ten overstaan van de deelraad, met de bedoeling dat de rest van de stad te zijner tijd op dezelfde manier zal werken. Nu bestaan al soortgelijke projecten in Oost ('Overlast weg!') en in West rond het Surinameplein en de beide Helmerstraten.

Politie of GG en GD onderzoeken de oorzaken van de overlast en ze kunnen de gestoorde lawaaimakers dwingen tot het aanvaarden van hulpverlening, met als stok achter de deur uitzetting uit de woning. Met woningbedrijf en RIAGG in Westerpark is een convenant gesloten. “Niemand wil zijn huis kwijtraken”, is de ervaring van René Zegerius van de GG en GD. Hij komt bijna dagelijks bij overlastveroorzakers in huis. Sinds het meldpunt als experiment begon, in juli vorig jaar, hebben politie en GG en GD zijn van zo'n honderd gevallen dossiers gemaakt.

Drugsverslaafden leveren de meeste problemen op. De man die met plantenbakken gooide en de kalk van de muren sloeg, toen hem zijn lastige gedrag onder ogen werd gebracht. Dan zit Zegerius in de kamer te wachten tot-ie is gekalmeerd. “Hij kan kiezen. En als hij niet kiest, kiezen wij voor hem.” Hij weet ook wel dat ze geen nette burgers zullen worden. De eerste recidivisten zijn alweer bij het meldpunt aangebracht. “Maar het net sluit zich snel opnieuw.” Zo zijn inmiddels zo'n veertig kernen van overlast van de kaart gehaald.

Een overlast-dagboek bijhouden is een van de dingen die Andrade en Vork de klagers aanraden. Dat wil de rechtbank nogal eens overtuigen. Meneer Koeleman was uit eigen beweging al begonnen aan een dagboek over zijn bovenbuurman. Om het van zich af te schrijven. Het zijn ruim 80 pagina's, begonnen in juli 1993 - “in vertwijfeling”, heeft hij erbij geschreven. Er staan zuchten in: “Hij is weg. Heerlijk rustig kan het zijn”. Ingehouden vloeken: “Laat je niet wegpesten door zo'n mafketel”. En vooral wanhoopskreten: “Het grijpt je letterlijk naar de keel. Je voelt je luchtpijp dichtgaan.”

Met het dagboek, met observaties en getuigenissen van Andrade, Vork en Zegerius is Koeleman ten slotte naar de rechter gestapt, die in maart oordeelde dat de bovenbuurman uit zijn woning moest worden gezet. Nu woont hij elders in Westerpark, begeleid door Hulp voor Onbehuisden en weten de Koelemans een rustige studente in het huis boven zich. De maagzweer van mevrouw is genezen, meneer is weer les gaan geven. Ze hebben er een jaar van hun leven aan zien opgaan. “Ik heb vaak de hele dag gehuild”, zegt mevrouw Koeleman.

Overlast is een systeem, waar zowel herrieschopper als klager zijn rol in speelt, zegt Zegerius van de GG en GD. Vandaar dat hij of de politieagenten zich bij het onderzoek niet beperken tot de lawaaimaker. Soms is het een ordinaire burenruzie die de een via de politie in zijn voordeel hoopt te beslechten. Politieagenten Vork en Andrade noemen het 'op gekkenpad gaan' als ze weer een melding onderzoeken - dat zijn er zo'n vier à vijf per week.

Het kan zijn dat ze op een jongen stuiten die gewoon 's nachts zijn stereotoren vol aan zet. Hij is niet gek, het kan hem gewoon geen moer schelen wat de buren denken. Tot de buurman gek wordt. “Ik heb nog nooit iets met justitie te maken gehad”, had zo'n buurman onlangs tegen Andrade gezegd. “Maar deze jongen maak ik af. Daar heb ik wel acht jaar gevangenis voor over.”

Maar vaker komen ze vereenzaamde mensen tegen. Die met medicijnen een wankel evenwicht bewaren, tot ze denken dat ze wel weer zonder kunnen. De man die op straat liep met een bajonet in zijn hand. En op Vorks vraag 'Waarom doe je dat?', antwoordde: “Ze zijn spijkers in de boom aan het slaan, er varen hier allemaal woonboten, dus hoe moet ik nou oversteken?”

Sommige gevallen, daar kan Joke Vork ook niet tegen. Als een man die in zijn onderbroek op de grond ligt, plakkende haren tegen zijn hoofd, een blikje bier aan zijn mond, rochelt: “Ik kan niet praten, ik ben nou dronken.” Dan heeft Vork de neiging hem een schop onder zijn kont te geven en hem op de bank te zetten. Dan is het maar goed dat er iemand van de GG en GD mee is. Die kunnen zo iemand dan met veel meer geduld benaderen.

Volgens de afdeling Vangnet en advies van de GG en GD, waar Zegerius werkt, zijn dat mensen die onderdeel uitmaken van de “missing link tussen behandeling binnen een inrichting en volledig zelfstandig wonen”. Een groep die is uitgedijd door de bezuinigingen in de intra-murale gezondheidszorg. Het resultaat is “een groeiproces op het gebied van de ambulante gezondheidszorg”, aldus Zegerius. Wordt er eentje na onderzoek toch weer opgenomen in het hulpverlenerscircuit, dat permament extra capaciteit beschikbaar houdt voor de extreme overlast, dan gaat hij bij het meldpunt in de 'rustmap'. Het is immers helemaal niet zeker dat de overlastige nooit meer overlastig is.