VS straffen met heffing; Akzo schuldig aan dumping van aramide

WASHINGTON/ROTTERDAM, 8 JUNI. De Amerikaanse internationale handelscommissie ITC heeft gisteren unaniem bepaald dat Akzo Nobel zich schuldig heeft gemaakt aan dumping van aramidevezels in de Verenigde Staten. Het Nederlandse chemieconcern dient vele miljoenen dollars aan importheffingen aan de Amerikaanse overheid te betalen.

Akzo Nobel zegt de Amerikaanse beslissing te betreuren, temeer omdat zijn vezel “tot dusver in de Verenigde Staten tegen marktprijs werd aangeboden”. De heffing belemmert, aldus het concern, “zowel de vrije toegang tot de Amerikaanse markt als de ontwikkeling ervan”. Akzo Nobel weigert “uit concurrentie-overwegingen” te zeggen hoeveel ton aramide het naar de VS heeft verscheept en hoeveel het aan de importheffing kwijt is.

De ITC deed haar uitspraak naar aanleiding van een klacht wegens dumping door Akzo, die het Amerikaanse chemieconcern DuPont de Nemours vorig jaar juli indiende. Volgens DuPont levert zijn concurrent in de VS onder kostprijs. Het ministerie van handel legde het Nederlandse concern daarop een voorlopige heffing van 47 procent op, die het vorige maand verhoogde tot 56 procent. Volgende week bepaalt het ministerie of het de importheffing op die hoogte handhaaft.

Akzo Nobel wijst erop dat in 1996 zal worden vastgesteld hoeveel aramide het in de periode eind 1993-medio 1995 “volgens de Amerikaanse normen” heeft gedumpt, op basis waarvan de definitieve heffing wordt vastgesteld. De huidige opslag zou “een vrij maximaal percentage” betreffen. De geïnde heffingen worden sinds vorig jaar door de Amerikaanse autoriteiten in deposito gehouden.

DuPont is met Kevlar 's werelds grootste fabrikant van aramidevezels en domineert de Amerikaanse markt. Akzo Nobel is met Twaron de grote concurrent. De Verenigde Staten zijn het belangrijkste afzetgebied voor de lichte en supersterke aramidevezels, waarvan met name de auto- en vliegtuigindustrie grote afnemers zijn. Prijzen van aramide variëren volgens DuPont van zo'n 35 tot 450 gulden per kilo, afhankelijk van vorm en toepassing.

Akzo Nobel heeft nog de mogelijkheid van hoger beroep bij het Amerikaanse Hof voor Internationale Handel en later bij het Federale Hof van Beroep. Voor het concern daarover kan beslissen, moeten de advocaten eerst inzage krijgen in de motivering van de leden van de ITC, die pas eind deze maand beschikbaar komt.

De antidumping-procedure werkt in het voordeel van de Amerikaanse klagers. Zo wordt bij de bepaling van een redelijke prijs voor het buitenlandse produkt uitgegaan van een winstmarge van acht procent per jaar. Koerswisselingen worden niet in aanmerking genomen; als de prijs van Nederlandse aramide daalt door een stijging van de dollar is dat niet relevant voor de beoordeling van de klacht.

Akzo en DuPont hebben jarenlang een juridische strijd uitgevochten over de aramidevezel. DuPont betichtte Akzo daarin van schending van octrooirechten. De affaire leidde in 1988 tot een schikking. Uitvloeisel daarvan was dat Akzo pas in 1992 aramide op de Amerikaanse markt mocht verkopen.

Ondanks de jongste tegenslag op de Amerikaanse markt zet Akzo Nobel zijn plannen voort de capaciteit van de aramidefabriek in Emmen uit te breiden van 3500 tot 10.500 ton. Akzo meent dat de grote groeimarkt voor aramide in Zuidoost-Azië ligt. De wereldmarkt voor aramidevezels omvat ongeveer 20.000 ton. Akzo Nobel suggereert dat de bezetting van de produktiecapaciteit van de fabriek in Emmen nagenoeg volledig wordt benut. De produktie wordt gelijkelijk afgezet op de Amerikaanse, Europese en Aziatische markt.