Verjaring van delicten terug te voeren op het oude Rome

Justitie onderzoekt of een onlangs wegens wurgmoord veroordeelde inwoner van Geldrop - bijgenaamd 'Geile Willem' - mogelijk een seriemoordenaar is. Volgens een analyst die een opleiding in de Verenigde Staten heeft gevolgd zou de 56-jarige man passen in het FBI-profiel van een 'serial killer'. In Zuid-Nederland gaat het om negentien vrouwen die sinds 1960 zijn verdwenen. Een aantal van de onopgeloste zaken valt de man in elk geval niet meer ten laste te leggen omdat zij langer dan 18 jaar geleden zijn voorgevallen en dus zijn verjaard.

Ook in het Friese Augustinusga stuit de justitie op de grenzen van de verjaring. De dochter van een bejaarde landbouwer heeft haar vader (opnieuw) aangeklaagd wegens seksueel misbruik gedurende de periode 1970-1977. Zelfs als dit alsnog wordt bewezen kan het niet leiden tot strafvervolging, want bloedschande verjaart na 12 jaar. De justitie concentreert zich thans dan ook op de zo mogelijk nog moeilijker aanklacht van babymoord, die op het misbruik zou zijn gevolgd.

Het is een juridisch axioma dat strafbare feiten na een bepaalde tijd verjaren, zodat de justitie het recht op strafvervolging verliest. Er is een uitzondering gemaakt voor oorlogsmisdaden, maar die bevestigt slechts de oude stelregel dat “het tijdsverloop de wonden van de rechtsorde heelt”. Deze gedachte gaat terug tot het oude Rome. Daar had iedere vijf jaar een officiële godsdienstige reinigingsceremonie plaats met de naam 'lustrum'. Met name voor delicten in de sfeer van de zedelijkheid gold deze als verjaringstermijn.

De gedachte was dat wanneer voor de goden vijf jaar voldoende waren om ongeoorloofde zaken te vergeten, de wereldlijke overheid geen strengere eis diende te stellen, zei de huidige advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr.A.J.A. van Dorst in het proefschrift over de verjaring dat hij in 1985 verdedigde. In het oud-Frankische recht was de praktische omstandigheid dat de rondreizende gezanten van de vorst slechts een maal per jaar een rechtszitting (“jaerwaerhede”) hielden, een reden de verjaringstermijn zelfs te beperken tot een jaar en een dag.

Na de Franse revolutie is het beginsel van de verjaring in heel Europa in de wet opgenomen. Engeland wil daar overigens nog steeds niet veel van weten en laat het oordeel over de wissende werking van de tijd primair over aan de rechter en de jury in een concrete zaak. Een belangrijk argument voor de Nederlandse regering om de verjaring in 1886 op te nemen in de strafwet was “het insluimeren van het publieke geweten dat uiteindelijk geen straf meer vordert”. Ook werd er zwaar aan getild dat het bewijs “allengs moeilijker, ja onmogelijk” wordt. “De rust van de maatschappij zowel als van de families als de ingezetenen vordert dat er eenmaal een eind moet zijn aan rechterlijke vervolgingen”, had de rechtsgeleerde J. de Bosch Kemper reeds in 1840 geconcludeerd.

Deze oude waarheid staat nu echter onder druk, met name door de toegenomen aandacht voor incest. Veel indruk maakte in 1989 een rapport in opdracht van de regering door drs. N. Drayer over seksueel misbruik van meisjes door verwanten. Daaruit bleek dat slachtoffers de herinnering aan incest vaak verdringen zodat het besef van het gebeurde pas na een periode van jaren terugkomt. De huidige verjaringstermijn van 12 jaar houdt echter geen rekening met het langdurige proces van verwerking.

In oktober 1992 heeft minister Hirsch Ballin van justitie een wetswijziging ingediend om daar wat aan te doen. Zijn oplossing was de verjaringstermijn niet, zoals gebruikelijk, te laten ingaan op het moment dat het strafbare feit wordt gepleegd, maar pas op het moment dat het slachtoffer meerderjarig is geworden. Het slachtoffer moet eerst de kans krijgen zich te ontworstelen aan de (gezins)situatie die vaak het misbruik juist mogelijk heeft gemaakt. Dit wetsvoorstel werd door alle fracties in de Tweede Kamer verwelkomd en is begin dit jaar dan ook met algemene stemmen aangenomen.

Sommige woordvoerders maakten zich overigens weinig illusies. De afgevaardigde Soutendijk-van Appeldoorn (CDA) zei zelfs te verwachten dat het opschuiven van de verjaringstermijn het “emotioneel nog zwaarder” maakt voor het slachtoffer. Hoe langer er mag worden gewacht met gerechtelijke actie, des te moeilijker wordt het een zaak rond te krijgen, zodat deze nog zeldzamer dan thans tot een vervolging of een veroordeling zal leiden. Mevrouw Soutendijk: “Als men eindelijk na zoveel jaren de moed bij elkaar geraapt heeft om met het verhaal naar buiten te komen, zal een niet-vervolging of een niet-veroordeling extra hard aankomen”.

Helemaal zonder precedent is de nieuwe regeling niet. Bij enkele milieudelicten is bepaald dat de verjaring pas gaat lopen wanneer het misdrijf is opgespoord. Een beetje willekeurig blijft het wel: als een moordenaar het lijk zo goed verstopt dat zijn daad pas na vele jaren wordt ontdekt, blijft de verjaring gewoon gelden. De strafrechtsgeleerde G.A. van Hamel betoogde in het begin van deze eeuw dan ook dat er een uitzondering dient te worden gemaakt voor zeer zware misdrijven en voor zware recidivisten.

Nu is het echter vooral het belang van het slachtoffer dat de doorslag geeft. “De behoefte aan rechtsherstel via het strafrecht wordt wel degelijk door hen gevoeld”, zei het Kamerlid Swildens-Rozendaal (PvdA) bij de behandeling van het wetsvoorstel, “ook al is men zich ervan bewust dat het leveren van bewijs niet makkelijk zal zijn”.

Dat laatste blijft dan wel een forse complicatie. De ervaring met de late berechting van oorlogsmisdrijven leert dat het gevaar van “herinneringsvervalsing” niet denkbeeldig is, zoals de rechtbank in Maastricht het noemde toen zij in 1983 een voormalige kampoudste van een dergelijke aanklacht vrijsprak. Nederland volgt nu een beetje het Engelse voorbeeld door niet in de wet een streep te trekken, maar dat over te laten aan de rechterlijke macht. De nieuwe wet maakt haar taak er niet eenvoudiger op. Minister Hirsch Ballin heeft ook wel toegegeven “dat de aangifte van seksueel misbruik soms kritische aandacht behoeft, vooral bij jonge kinderen die inzet zouden kunnen zijn van echtscheidingsprocedures”.

Maar hoe zit het met volwassenen die na vele jaren met een klacht komen? En wat is de rol van de hulpverleners? In de Verenigde Staten is een zekere Gary Ramona een unieke procedure begonnen tegen de therapeuten van zijn dochter die haar mede door het gebruik van medicamenten zouden hebben aangezet tot een valse aanklacht. Vorige maand kende een jury in Californië hem een schadevergoeding van een half miljoen dollar toe.