Venz' hagelslag blijft anno '94 scoren

Twee kinderen schuilen onder een grote paraplu en beleggen hun boterham door die even onder de stortbui van hagelslag te houden. “Het hagelt, het hagelt, grote korrels Venz”, aldus de reclamespot waarmee generaties zijn opgegroeid. De broodpret met chocoladekorrels is sinds 1936 onlosmakelijk verbonden met de hagelslagfabriek Venz die dit jaar op de kop af een eeuw bestaat. Nederland eet per dag drie miljoen boterhammen met hagelslag en daarvan is een derde belegd met het strooisel van Venz. Tien miljoen pakken verlaten jaarlijks de fabriek waarvoor 30 miljoen consumentenguldens worden neergeteld. Daardoor staat in één op de vijf huishoudens een pak Venz hagelslag op tafel.

Boterfabrikanten varen wel bij de verkoop van hagelslag, want zonder een laagje smeerboter op beschuit of boterham is het strooisel bijzonder onhandig broodbeleg. Venz zegt dat dat ook de reden is waarom Duitsland niet valt over te halen tot het gebruik van hagelslag op brood. “Bij het Duitse ontbijt moet ordnung heersen. Die korrels geven veel te veel rotzooi”, meent verkoopdirecteur J. Berkenbosch. In Engeland liepen consumententesten helemaal uit op een mislukking. Op diverse proefsessies weigerden sommige Engelsen een hap te nemen uit een boterham met hagelslag. Berkenbosch bekijkt het ook van een andere kant: “Het is maar goed dat er geen internationale markt is voor hagelslag. Anders had Venz al lang niet meer onafhankelijk bestaan.”

Aan de wieg van Venz stond Hendrik de Vries, grossier in koeken en beschuiten. Hij besloot in 1894, na de geboorte van zijn twee zonen Gerard en Henk, de naam van zijn bedrijf om te dopen tot H. de Vries en Zn., kortweg Venz naar de eerste letters van zijn onderneming. Het waren de broers Gerard en Henk die de fabriek van hun vader uitbouwden tot een bloeiende onderneming. In 1929 verhuisde Venz wegens ruimtegebrek van de Plantage Muidergracht in Amsterdam naar het Veluwse Vaassen. De broers wisten de fabriek tijdens de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog draaiende te houden met de produktie van stroop. In 1947 brak weer een periode van bloei aan. Op de internationale markt was grote vraag naar chocola en het halffabrikaat 'couverture'.

Koffiebrander en tabaksfabrikant Van Nelle verwierf in 1973 een meerderheidsbelang in Venz en kocht tevens de chocoladefabrieken Droste en Donkers op. Vijftien jaar later 'verwelkomden' de werknemers van Venz hun collega's van Droste in de Vaassense fabriek. Vervolgens nam Sara Lee/Douwe Egberts in 1989 Van Nelle over en verkocht Droste/Venz een jaar later aan de Centrale Suiker Maatschappij (CSM). Deze maatschappij bracht Venz onder in haar zoetwarendivisie waaronder ook Koninklijke De Ruijter valt.

“Het was een heel moeilijk proces”, zegt Berkenbosch over al die wisselingen van eigenaar. Sommige werknemers van De Ruijter stonden te huilen omdat ze zich niet konden voorstellen dat ze moesten samenwerken met Venz waartegen ze jarenlang hadden opgebokst.” De Ruijter had in die tijd op de hagelslagmarkt een aandeel van zeven procent, tegen twintig van Venz. Nu heeft Venz dertig procent van de totale markt in handen. De rest ligt bij de vele private labels waarvan Albert Heijn een grote is. Volgens de verkoopdirecteur van Venz is er nu “rust in de tent”. Hij vertelt dat CSM juist de kleine gaten op de suikermarkt wil vullen en beklemtoont dat geen sprake is van onzekerheid over de toekomst van Venz.

De Venz-fabriek is altijd een belangrijke werkgever gebleven voor het 13.000 inwoners tellende Veluwse dorp Vaassen. Veel arbeiders werkten hier hun hele loopbaan. Sinds 1929 is de produktie nooit meer verplaatst met als gevolg dat Venz heel wat heeft moeten verspijkeren aan de fabriek. De komst van Droste leidde tot een moderne aanbouw die eind jaren tachtig gereed kwam. In het oude gedeelte, waar de hagelslag wordt gemaakt is het warm en overheersen de indringende geur van cacao en de machinegeluiden van 'de hagellijn'. In een kwartier wordt 800 kilo cacaodeeg tot chocoladevermicelli geperst. Zodra de slierten zijn afgekoeld, breken ze door van de ene lopende band op een andere te vallen. De produktielijn wordt bediend door dertig in witte stofjassen en petjes gestoken produktiemedewerkers. “Gelukkig gaat nog niet alles automatisch”, zegt produktieleider F.E. Fiene die al 35 jaar in de chocola zit. “Er komt ook nog wat vakwerk bij kijken.” Fiene neemt een hand hagelslag van de lopende band en laat zien dat het nog niet de goede kleur heeft. Door kristallen uit de cacaoboter is strooisel dof en wit uitgeslagen. De oplossing hiervoor is een uitvinding van Venz. In de aangrenzende hal draaien 160 met hagelslag gevulde pannen zes uur lang om hun as. Door de toevoeging van suikerwater aan het proces poetsen de korrels zichzelf op. Bang voor de beruchtte salmonella-bacterie is Fiene niet: “Die groeien hoofdzakelijk in een vochtige omgeving en dus niet in onze fabriek.”

Nadat te grote en te kleine stukjes uit de bulk zijn gezeefd, wordt de hagelslag in doosjes van 200 en 400 gram verpakt. Fiene: “Het is de kunst om een mooie fijne korrel te maken die lekker hard is. Dat willen de mensen op brood.” De produktieleider vertelt dat in de zomer de afzet altijd iets minder is. “Bij warm weer willen de mensen fris broodbeleg. Zodra de aardbeien komen, moeten wij iets inleveren.”

De prijs van een pak hagelslag is sterk afhankelijk van de cacaokoers op de wereldmarkt. Vlak na Hemelvaart schoot de prijs naar het hoogste peil sinds vier jaar, omdat cacao-producerende boeren overstappen op landbouwprodukten die meer opbrengen terwijl de vraag naar chocola blijft groeien. De koers is ook opgevoerd doordat beleggingsfondsen speculeren op de fluctuerende prijzen van grondstoffen. Maar de stijgende prijs van cacao baart Venz voorlopig geen zorgen. De fabriek koopt in op de termijnmarkt en is tot het einde van dit jaar verzekerd van betaalbare cacao. Berkenbosch: “Het is hetzelfde als bij die hoge koffieprijzen van vandaag de dag. Als je maar goed inkoopt kun je de hoge prijsgolf wel even uitzitten. Maar zodra het echt lang duurt, kun je niets anders doen dan de produktprijs opvoeren.”

Meer zorgen heeft Berkenbosch over de fabriek van dochter Koninklijke De Ruijter in Baarn. Het gebouw is sinds de oprichting omringd door woningbouw en zou bij nog strengere milieu-eisen, moeten verhuizen. “Nu is dat niet aan de orde maar als we wegmoeten, trekken we in bij Droste/Venz in Vaassen”, zegt de verkoopdirecteur. “Dat zou voor ons een financiële catastrofe zijn.”

De directie ziet in dat de produktielijn van hagelslag in Venz niet nog eens honderd jaar meegaat. “Ze hebben destijds in Vaassen een heel economische fabriek neergezet die, hoewel die nokkie-nokkie zit, nog steeds vreselijk efficiënt is. Om de boterham-eter van na 2000 van hagelslag op brood te verzekeren, maakt de directie grote plannen om het produktieproces moderniseren. Binnen twee jaar neemt Venz hierover een besluit.