Twee literaire prijzen op een dag voor Hugo Claus

AMSTERDAM, 8 JUNI. De Belgische schrijver Hugo Claus (65) heeft gisteren kort na elkaar twee literaire prijzen gekregen. 's Morgens werd bekend dat hij de Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zal ontvangen en 's avonds werd hem in het culturele centrum De Rode Hoed de eerste VSB-prijs voor Poëzie, groot vijftigduizend gulden, overhandigd.

De beide prijzen waren zo ongeveer de laatste die Claus nog niet had. Hij is al geruime tijd de meeste bekroonde auteur van het Nederlandse taalgebied. In België kreeg hij diverse keren de Staatsprijs, in Nederland kreeg hij voor zijn volledige werk de Constantijn Huygensprijs, en in 1986 kreeg hij uit handen van Koningin Beatrix de Grote Prijs der Nederlandse Letteren. Er zit voor hem nu dan ook niet veel anders op dan te wachten op de Nobelprijs. Claus zal dit najaar in Stockholm één van de belangrijkste kandidaten zijn. Door het winnen van nog weer twee prijzen nemen zijn toch al grote kansen verder toe.

De Prijs voor Meesterschap is één van de zeven prijzen van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De prijs, een penning, is ingesteld in 1920 en wordt eens in de vijf jaar uitgereikt voor bewezen meesterschap op het gebied van literatuur, taal- of letterkunde en geschiedenis. Eerdere winnaars in de categorie literatuur waren Van Looy, Boutens, Henriette Roland Holst, Vestdijk en Ida Gerhardt.

De VSB-prijs is een nieuwe, particulier gesponsorde prijs voor poëzie. Voor deze prijs waren 69 bundels ingezonden die in de loop van 1993 zijn gepubliceerd. Zeven daarvan zijn door een jury (Hugo Brems, Wiel Kusters, Bareber van de Pol, Huub Oosterhuis en Agaath Witteman) uitgekozen voor de eindronde, en van deze zeven werd de bundel Atlantis van de Nederlands-Amerikaanse dichter Lloyd Haft als de meest verrassende aangewezen: “Als in een middeleeuws miniatuur schikt en voegt Haft zijn woorden en klanken tot compacte en toch bijna vluchtige kunstwerkjes.”

Na lang wikken en wegen is uiteindelijk echter gekozen voor een dichter die het 'juist niet van de finesse, maar van het grote gebaar' moet hebben. De Sporen van Hugo Claus prijst de jury als een bundel gedichten die 'soms cryptisch en soms toegankelijk zijn, soms tragisch en soms burlesk, soms verheven en soms plat, maar altijd virtuoos, zelfs in het relativeren en ondergraven van die virtuositeit, en altijd aangrijpend, al worden sentiment en pathos telkens weer door ironie en platitudes verdringen.'

De VSB-prijs kwam voor Claus, naar hij zei, geheel onverwacht. “Ik heb vanmorgen al een prijs gehad, en bovendien ben ik geen Nederlander” zo vertelde hij kort voordat het juryverslag aan de onzekerheid een einde maakte. Ook op de Prijs voor Meesterschap - 'en dat voor een analfabeet' - had hij in het geheel niet gerekend: “Ik heb mij altijd van de meesters afgewend.” Hij dacht ook dat je voor een dergelijke prijs toch minstens lid van Maatschappij der Nederlandse Letterkunde moest zijn. Een paar jaar geleden werd hij wegens wanbetaling geroyeerd.

De plechtigheden bij het uitreiken van de VSB prijs waren, vergeleken met het jaarlijkse ritueel rond de AKO- en Librisprijs, sober en ingetogen. Gedurende een uur droegen acteurs en scholieren gedichten voor uit de ingezonden bundels, 'muzikaal omlijst', zoals het heette, door improvisaties van de pianist Louis van Dijk. “Zo dacht ik op mijn twaalfde dat poëzie moest zijn,” aldus een licht verbaasde Hugo Claus aan het eind van de avond.