Turkije wil niets weten van kritiek op mensenrechten

ANKARA, 8 JUNI. Münir Ceylan, de voormalige voorzitter van de Turkse vakbond PetrolIs, heeft zich bij de gevangenis van Tekerdag, nabij Istanbul, gemeld voor het uitzitten van een straf van zeven maanden. De vakbondsman is schuldig bevonden aan het 'aanwakkeren van separatisme' in het artikel 'Morgen kan het wel eens te laat zijn' dat hij in 1991 schreef in het pro-Koerdische weekblad Yeni Ülke (Nieuw Land). Ceylan drong daarin aan op een vreedzame oplossing van het vraagstuk van de Koerden, omdat de oorlog in het zuidoosten van het land volgens hem ook een negatieve invloed heeft op de positie van de arbeiders in Turkije.

De Associatie voor de Rechten van de Mens in Ankara meldt dat in het afgelopen jaar 61 journalisten en schrijvers in Turkije zijn gearresteerd, van wie er inmiddels 17 zijn veroordeeld en achter de tralies zitten. In totaal zitten 75 publicisten in Turkse gevangenissen. Binnenkort komen daar nog eens vijf bij. Een militaire rechtbank in Istanbul veroordeelde hen vorige week ieder tot één jaar gevangenisstraf voor artikelen van hun hand die twee jaar geleden verschenen.

Volgens het vonnis hebben ook deze vijf intellectuelen de eenheid van de Turkse republiek ondermijnd. Het is een aanklacht die in vrijwel alle gevallen wordt gebruikt tegen journalisten, schrijvers en anderen die de officiële Turkse politiek met betrekking tot de Koerden ter discussie stellen. Berechting geschiedt op grond van de omstreden anti-terreurwet door een militair staatsveiligheidshof. Voor een veroordeling hoeven er geen aantoonbare banden te zijn met een terreurorganisatie.

“Turkije beroept zich er op een Westerse democratie te zijn”, zegt de politicoloog Haluk Gerger, “maar de realiteit is dat gedachten, meningen of ideeën die niet overeenkomen met de staatsideologie, niet alleen als staatsgevaarlijk worden beschouwd maar dat ze bovendien op één lijn worden gesteld met het daadwerkelijk bedrijven van terreur.” Gerger was als columnist verbonden aan de sinds kort niet meer bestaande pro-Koerdische krant Özgür Gündem (Vrije Agenda). Hij is veroordeeld tot twintig maanden gevangenis voor de boodschap die hij stuurde naar een bijeenkomst ter herdenking van de in 1971 opgehangen student Deniz Gezmis, die betrokken zou zijn geweest bij terroristische activiteit. De politicoloog verwacht elk moment te worden opgeroepen om zich te melden voor het uitzitten van zijn straf.

Andere 'gevangenen van het geweten' zijn Ismail Besikci, bekend om zijn boeken met betrekking tot de Koerden, en de hoogleraar Fikret Baskaya, wegens zijn werk 'De val van het paradigma'.

Premier Tansu Çiller ontkent niet dat de democratie in Turkije verbeterd kan worden - daartoe heeft ze vorige maand een hervormingsprogramma afgekondigd - maar aantijgingen als zou het ook met de naleving van de rechten van de mens nog steeds slecht zijn gesteld, wijst ze van de hand. Çiller reageerde dan ook furieus op de beslissing onlangs van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden om de hulp aan Turkije met een kwart te korten gezien de slechte staat van dienst wat betreft de rechten van de mens. “Ik heb president Bill Clinton uitgelegd”, hield ze vorige week de parlementariërs van haar conservatieve Partij van het Juiste Pad voor, “dat onze strijd tegen de [Koerdische, red.] terreur een gerechtvaardigde strijd is waarbij de rechten van de mens niet worden geschonden. Mochten de VS dat niet willen inzien, dan kunnen we er wel eens toe besluiten om de Amerikaanse hulp volledig te weigeren.”

De kritiek van de VS wordt ondersteund door de Europese Unie. Volgens de vertegenwoordiger van Brussel in Ankara, Michael Lake, heeft de douane-unie die Turkije en de Europese Unie op 1 januari 1995 aangaan, alleen kans van slagen als de grondwet volledig wordt gedemocratiseerd en Turkije ingrijpende maatregelen neemt om de naleving van de rechten van de mens te waarborgen. “Zolang er journalisten in de gevangenis zitten - om nog maar te zwijgen van de parlementariërs die nu in voorarrest worden vastgehouden - voor het uitdragen van gedachten en opinies, het uitspreken van toespraken en het schrijven van artikelen, zolang de Europese media berichten over het bombarderen, het verbranden en gedwongen evacueren van Koerdische dorpen - wat ook de provocatie is - en zolang arrestanten tijdens het politieverhoor worden geslagen, soms worden gemarteld en in een enkel geval zelfs sterven, zolang zal Turkije minder goederen op de Europese markt kunnen afzetten. Consumenten reageren, aldus Lake, vaak instinctmatig. En het imago dat ze van het Turkije van vandaag hebben is niet goed genoeg. Volgens de EU-ambassadeur zijn de landen in Centraal- en Oost-Europa Turkije in dat opzicht zelfs al voorbij gestreefd, omdat ze zo overtuigend onderstrepen dat ze zich via de weg van de democratie en het naleven van de rechten van de mens bevrijden van het communisme.

De cijfers die de Turkse groeperingen voor de rechten van de mens over 1993 hebben verzameld, onderstrepen het sombere beeld: zeker 500 mensen werden op mysterieuze wijze vermoord; 28 arrestanten 'verdwenen' tijdens politieverhoor, terwijl 323 anderen te kennen gaven tijdens hun arrestatie te zijn gefolterd. Gerger: “Dat is in tegenspraak met de belofte die de toenmalige premier Süleyman Demirel in 1991 deed om 'politiebureaus van glas' te bouwen.”

Hij heeft er weinig vertrouwen in dat het democratiseringsprogramma van premier Çiller, op basis waarvan onder andere ambtenaren het recht krijgen om zich te verenigen in vakbonden, maar de Koerden nog steeds het recht op onderwijs en regionale televisie-uitzendingen in de eigen taal wordt onthouden, het tij in Turkije ten goede zal keren. “Feitelijk verkeren we nu zelfs in een slechtere situatie dan in de nadagen van de militaire staatsgreep in 1980. Terwijl er een sociaal-democratische partij aan de macht is, verdwijnen er nog steeds tientallen schrijvers en journalisten in de gevangenis en worden er nog steeds wetten opgesteld met een restrictief karakter.”

“Wat de staat tot nu toe altijd heeft gedaan is zowel de werkelijkheid ontkennen, als afwijkende meningen op een gewelddadige wijze onderdrukken. Kijk maar naar het Koerdenvraagstuk, dat momenteel in Turkije alles beheerst. Officieel ontkent de staat dat er zoiets bestaat - Turkije kampt met terreur - maar er speelt zich tegelijkertijd wel een oorlog af in het zuidoosten van het land.” Gerger hoopt dat Turkije door de eis van de Koerden hun identiteit te kunnen uitdragen, uiteindelijk wordt gedwongen zich te democratiseren. “De Koerden leggen ons momenteel op de operatietafel. Door hen worden we gedwongen om aan onszelf te sleutelen, om toleranter, om opener, om menselijker te worden. Als we erin slagen die operatie goed af te ronden, de Koerdenkwestie dus tot een oplossing te brengen, dan opent dat de weg voor een democratischer Turkije. Maar mijn sombere inschatting is dat de situatie in het zuidoosten de komende tijd eerder verder verslechtert.”