Subsidie aan boer hoger dan inkomen

ROTTERDAM, 8 JUNI. De Nederlandse land- en tuinbouw krijgt globaal negen miljard gulden aan overheidssteun. Dat is meer dan het totaal aan besteedbare inkomens van de ongeveer 120.000 boeren en tuinders in Nederland, zo blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de stichting Natuur en Milieu.

De onderzoekers hebben alleen gekeken naar de subsidies die land- en tuinbouw extra krijgen in vergelijking met de rest van het bedrijfsleven. Hoeveel het totaal precies bedraagt, blijkt volgens de onderzoekers overigens niet op een miljard nauwkeurig te schatten.

De milieu-organisatie Natuur en Milieu meent dat de overheden door die subsidiëring belangrijk bijdragen aan de milieu-problemen, die worden veroorzaakt door boeren en tuinders. De steun zou dus beter kunnen worden omgebogen en worden besteed aan een milieuvriendelijker landbouw en verbetering van de leefbaarheid van het platteland, zo bepleit Natuur en Milieu. Natuurontwikkeling en recreatie bieden goede economische perspectieven en zouden dus een betere bestemming zijn voor de subsidies, stelt de stichting.

Natuur en Milieu presenteert het onderzoek op een moment dat een nieuw te vormen kabinet omziet naar posten om fors op te bezuinigen. Maar van de ongeveer 9 miljard stroomt 7,5 miljard gulden via Europese subsidies naar de Nederlandse land- en tuinbouw. Dat geld wordt grotendeels gebruikt om de Europese prijzen voor granen, suiker, zuivel en vlees op peil te houden. Die liggen hoger dan de prijzen op de wereldmarkt.

Van de Nederlandse overheid krijgt de agrarische sector jaarlijks anderhalf tot twee miljard gulden steun. Het meeste geld gaat op aan de financiering van onderwijs- en onderzoeksinstellingen en keuringsdiensten. Ook de landinrichting is een belangrijke kostenpost.

Directe steun ontvangen de boeren en tuinders ook, veelal in de vorm van vrijstelling van het betalen van omzetbelasting. Bovendien profiteren tuinders van een lage aardgasprijs. Daarnaast ligt de dieselaccijns voor boeren lager dan voor het wegverkeer.

Een groot deel van de Nederlandse land- en tuinbouw maakt slechte tijden door. Toegenomen internationale concurrentie en hoge milieu- en loonkosten hebben vooral de positie van de tuinbouw ernstig verzwakt.