'Paarse' fracties positief over rapport Donner

DEN HAAG, 8 JUNI. De 'paarse' Tweede-Kamerfracties, PvdA, D66 en VVD, hebben het rapport van de commissie-Donner over het functioneren van het openbaar ministerie met instemming ontvangen.

Volgens de fractiewoordvoerders voor justitie heeft het rapport de tekortkomingen van het OM duidelijk aangetoond en kan de Kamer met een groot deel van de aanbevelingen uit de voeten. De CDA-fractie kon vandaag nog geen reactie geven.

Demissionair minister Kosto (justitie), die vanmorgen het rapport-Donner in ontvangst nam, sprak in een reactie van een “baanbrekend rapport van hoge kwaliteit”. Kosto, die het rapport naar de informateurs en naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, zei zich in grote lijnen in de aanbevelingen te kunnen vinden. Het nieuwe kabinet en de Kamer moeten beoordelen in hoeverre de adviezen worden overgenomen, aldus Kosto.

De aanbevelingen van de commissie-Donner leveren een “buitengewoon nuttige bijdrage” aan de discussie over de veranderende rol van het openbaar ministerie, zei het D66-Kamerlid Wolffensperger vanmiddag in een reactie. Wolffensperger kan zich vinden in het voorstel om een landelijk parket in stellen dat zich bezighoudt met de zware georganiseerde criminaliteit. Wolffensperger zei nog vragen te hebben over de politieke verantwoordelijkheid van de minister van justitie voor het functioneren van het OM. Met een grotere mate van zelfstandigheid en een centrale leiding “mag de greep van de minister op het OM niet verzwakken”, aldus Wolffensperger.

Het Kamerlid Kalsbeek (PvdA), dat vorig jaar om het onderzoek had gevraagd, zegt dat de commissie “goed en grondig” te werk is gegaan. Zij kan zich vinden in het voorstel van een centraal leidinggevend college van het OM, in plaats van de huidige vergadering van PG's. “De PG's zijn goede vakmensen, topjuristen die zich omhoog hebben gewerkt. Maar zij zijn niet voor dergelijke managementsfuncties opgeleid”, aldus Kalsbeek.

B. Korthals (VVD), die “geen wild voorstander” was van het onderzoek, noemt het rapport “heel nuttig”. Korthals vindt dat de commissie zich te expliciet heeft uitgelaten over de ministeriële verantwoordelijkheid over het OM. “De minister is verantwoordelijk voor het functioneren, maar nooit voor het vervolgingsbeleid in individuele strafzaken.” Korthals verwacht dat een centraal college, dat verantwoording schuldig is aan de minister maar geen onderdeel is van diens departement, problemen kan krijgen. Het college zou volgens de VVD-woordvoerder rechtstreeks onder het ministerie moeten vallen. “Volgens de commissie mag het college een beetje zelfstandig zijn. Dat wekt wantrouwen.”