Lagere subsidies mogelijk bij lastenverlichting

DEN HAAG, 8 JUNI. Op subsidies van de overheid kan vijf procent worden bezuinigd zonder “ernstige gevolgen” voor inkomens, als tegelijkertijd de belasting wordt verlaagd.

Dit concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het vandaag verschenen memorandum dat het ten behoeve van de kabinetsformatie heeft gemaakt.

In de kabinetsformatie wordt gesproken over een lastenverlichting voor burgers en bedrijven van negen miljard gulden. Eén van de middelen is een verlaging van het tarief van de loon- en inkomstenbelasting in de eerste schijf. Het SCP heeft de effecten berekend wanneer een aantal subsidies en fiscale aftrekposten in vier jaar met vijf of tien procent wordt verlaagd. Een verlaging van de subsidies leidt tot hogere eigen bijdragen voor de burgers.

Bij een vermindering met vijf procent heeft dit volgens het SCP “geen ernstige gevolgen” voor de inkomens. Dit levert een besparing van 2,5 miljard op (prijspeil 1991). Een korting op de subsidies met tien procent (besparing 3,9 miljard) leidt ertoe dat twee tot vier procent van de laagste inkomens er in vier jaar meer dan 5 procent op achteruit gaat. Bij een dergelijke verlaging van de subsidies kan de loon- en inkomstenbelasting in de eerste schijf met twee procent omlaag. Alle grote politieke partijen willen een verlaging van dit tarief.

Het ministerie van sociale zaken reageert positief op de analyse van het SCP. Het stelt vast dat het verminderen van de subsidies onder gelijktijdige verlaging van de inkomstenbelasting “geen grote inkomensgevolgen” hoeft te hebben, “terwijl de positieve effecten aanzienlijk zijn”. Het ministerie wijst erop dat het verlagen van de belasting gunstig uitwerkt op de werkgelegenheid. Ook het effect dat subsidieregelingen inkomensverbeteringen teniet doen wordt verminderd, evenals het 'rondpompen' van geld door de overheid.

De inkomensachteruitgang treft vooral eenoudergezinnen en zelfstandigen.Volgens het SCP zijn maatregelen denkbaar om de inkomensachteruitgang te beperken door sommige subsidies (cultuur, recreatie) nog meer te korten en andere (studiefinanciering, gezinsverzorging) juist minder. Ook zouden inkomensafhankelijke regelingen als de individuele huursubsidie, gezinsverzorging en studiefinanciering zo kunnen worden ingericht dat de laagste inkomens bij een korting daarop worden ontzien.