Lagere beleningsrente

AMSTERDAM, 8 JUNI. Maandag jongstleden verlaagde De Nederlandsche Bank (DNB) de beleningsrente met 0,1 procentpunt naar 5 procent. De rentestap werd mogelijk gemaakt door de koersontwikkeling van de gulden t.o.v. de D-mark. De koers van de D-mark daalde de afgelopen weken gestaag van 1,1230 gulden naar 1,1210 gulden vrijdag jl., zeer ruim onder de EMS-spilkoers van 1,1267 gulden.

Hoewel de gulden nog steeds een zeer krachtige valuta is in het EMS, heeft de munt de afgelopen maanden wel iets van zijn glans verloren. Dit blijkt niet zozeer uit de wisselkoers, als wel uit het rente-écart met Duitsland op de geldmarkt. Zo is het 3-maands écart in die tijd gereduceerd van meer dan 0,6 procentpunt naar nihil. DNB heeft in die periode verschillende renteverlagingen van de Bundesbank niet of in mindere mate gevolgd.

Door de jongste rentestap van DNB ligt het Nederlandse beleningstarief nog steeds iets onder de Duitse. De Bundesbank verlaagde de Repo-rente vanochtend andermaal met 5 basispunten naar 5,10 procent. Hiermee geeft zij invulling aan haar eerdere verklaringen, dat de officiële tarieven voorlopig niet, maar de Repo-rente wel verder omlaag kan.

In de weekstaat valt de vrij omvangrijke post 'waarderingsverschillen' op. Dit is vooral het gevolg van de dollarkoersstijging in de afgelopen dagen van 1,84 gulden naar 1,87 gulden. De Amerikaanse munt profiteerde van de stijgende obligatiekoersen aan de andere zijde van de oceaan, samenhangend met signalen van een iets afzwakkend economisch groeitempo aldaar. Voorts is het Schatkistsaldo met 3,3 miljard gulden toegenomen, vooral als gevolg van de maandelijkse belastingafdrachten. Daar tevens de hoeveelheid bankbiljetten in omloop met 0,3 miljard gulden toenam, werd de geldmarkt met 3,6 miljard gulden verkrapt. Tegelijkertijd nam DNB echter 3,5 miljard minder uit de markt, zijnde het saldo van lagere kasreserve en de hogere post 'bankcertificaten'. Derhalve hoefden de banken hun beroep op DNB slechts met 0,1 miljard op te voeren. Daar DNB echter tevens een 2,7 miljard gulden grotere belening ter beschikking stelde, konden de banken hun contingentsberoep (post 'voorschotten') met 2,6 miljard gulden afbouwen. Als gevolg hiervan werd een besparing op het contingentsberoep opgebouwd van 1,3 procentpunt (ca. de helft van de contingenstperiode is thans verstreken). In de lopende verslagweek worden geen grote verkappingen/verruimingen van de geldmarkt verwacht. Pas rond 15 juni komt er weer 5 miljard in de markt als gevolg van rente- en aflossingbetalingen door het Rijk, gevolgd op de 20e door de (verkrappende) storting op de KPN-emissie.

Bron: Economisch Bureau ING Groep