Klerks: parallel-importen exploderen

DEN HAAG, 8 JUNI. “Je doet eigenlijk gewoon wat een goeie huisvrouw behoort te doen: je koopt daar in waar het goedkoop is. Zo eenvoudig is het”.

K. Klerks van de Van Caem-Klerks Groep in Leiden vat het fenomeen van de zogeheten parallel-import bondig samen. Gegeven de prijsverschillen binnen de Europese Unie - maar ook daarbuiten - loont het bijzonder merkartikelen elders te kopen en hier op de markt te brengen.

Een steeds groter deel van de geneesmiddelenmarkt in Nederland bestaat uit parallel-import en dus mag het geen verwondering wekken dat ook de Van Caem-Klerks Groep, Nederlands grootste parallel-importeur, zich nu op medicamenten gaat storten. Het bedrijf is tot op heden alleen actief geweest op het gebied van sterke drank, tabak, diamanten, parfum, Zwitserse horloges, Italiaanse haute-couture, leder en Engels porselein. Als het maar om merken van naam gaat.

Hoe groot het aandeel van parallel-import op de Nederlandse geneesmiddelenmarkt is weet niemand. Ingewijden houden het op een procent of tien, wat zou neerkomen op een omzet van zo'n 350 miljoen gulden. Op legale wijze worden specialité's (merkgeneesmiddelen) door erkende groothandels uit andere EU-landen gehaald. Griekenland, Portugal, België en Engeland zijn populaire landen om geneesmiddelen van te betrekken want de grote multinationale farmaceutische ondernemingen hanteren daar aanzienlijk lagere prijzen dan in landen als Duitsland, Denemarken en Nederland. Dat die bedrijven hier zulke hoge prijzen rekenen heeft voor een goed deel te maken met het feit dat in een land als Nederland relatief weinig geneesmiddelen worden geslikt en de afzet dus gering is. Daarnaast zijn er natuurlijk nog verschillende wisselkoersen. Bij parallel-import speelt de Nederlandse vestiging van zo'n multinational dus geen enkele rol.

De parallelhandel in geneesmiddelen is een stuk ingewikkelder dan die in bijvoorbeeld drank of parfum. Die multinationals hebben voor het importeren van een geneesmiddel speciale vergunningen gekregen. Deze registraties zijn door het College ter beoordeling van geneesmiddelen van WVC ingeschreven in het Register van Geneesmiddelen (RVG).

Wie bij een groothandel in Athene een partij geneesmiddelen koopt kan een behoorlijke winst maken door die in Nederland op de markt te brengen. Maar daartoe moet het college wel een registratie-nummer afgeven voor het parallel geïmporteerde produkt. Zo'n vergunning wordt niet alleen gegeven per specialité, maar ook per specifieke toedieningsvorm en sterkte. De parallel-importeur wordt tevens beschouwd als groothandelaar en dient volgens de wet dus een apotheker in dienst te hebben.

Niet bekend

Voor parallel geïmporteerde medicijnen krijgt de apotheker een lagere vergoeding van de ziektekostenverzekeraar dan voor het 'officieel' geïmporteerde medicijn. De overheid is echter groot voorstander van parallel-import en gunt apothekers een derde van het prijsverschil. Die zogeheten stimulans en de grote marges verklaren waarom de parallel-import zo'n opmars maakt. De voorschrijvende arts heeft bij dat alles geen enkel belang. Hij wil alleen maar dat zijn patiënt krijgt wat hij heeft voorgeschreven, ongeacht uit welk land het middel komt. Volgens IMS heeft inmiddels zestien procent van alle registraties betrekking op parallel-import.

Het spreekt dat de parallel-importeurs zich richten op medicijnen met hoge marges, die bovendien veel worden voorgeschreven. Zo zou volgens het bedrijf Centrafarm in Nederland per jaar voor 39,2 miljoen omzet worden bereikt met de parallel-import van het maagpreparaat Zantac. Andere 'runners' zijn Zantacs grootste concurrent Losec (29,2 miljoen), de pil Marvelon (22,1 miljoen) en de hoge bloeddrukpreparaten Capoten (17,3 miljoen) en Renitec (8,7 miljoen).

Deze markt is interessant voor de Van Caem-Klerks Groep, die met de andere business dit jaar een omzet van 200 miljoen verwacht. Van Caem, sinds 1978 al parallel-importeur op allerlei gebied (behalve medicijnen) en Klerks, eigenaar van een slijterij-keten in en rond Leiden, opereren samen sinds 1992.

“De parallel-handel is interessant, omdat het voor het merendeel om illusies gaat, om merkengekte. Een Australiër bijvoorbeeld wordt niet al te warm of koud van Johnnie Walker whisky. Dat merk is daar dus laag geprijsd. Wij halen die whisky daar vandaan hierheen en kunnen fors concurreren met de prijs die Johnnie Walker hier hanteert. Chivas Regal is relatief goedkoop in Afrikaanse landen, maar in Japan, Taiwan en Hongkong ongekend duur. Die brengen we dus van Afrika naar het Verre Oosten.

Zo ook met Heineken. Die exporteren wij zelf hier vandaan naar Japan. Jenever doet in het verhaal niet mee want die wordt verder nergens gedronken. Maar parfums vormen een illusie-markt bij uitstek. Neem Estée Lauder. Gewild in de VS en in Europa, maar een B-merk in Azië. Dus loont het om daar in te kopen en er hier mee de markt op te gaan. In Frankrijk verkopen wij Courvoisier, omdat die cognac hier een stuk goedkoper is dan in Frankrijk zelf. We hebben het dan steeds over marges van tussen tien en twintig procent”, zegt Kees Klerks, terwijl hij een flesje likeur laat zien van over de duizend gulden, die Japanners heel graag hun gasten voorzetten. “Die grote merken creëren vooral illusies, waar mensen heel gevoelig voor zijn. Er worden onvoorstelbare winsten mee gemaakt”.

De Van Caem-Klerks Groep doet in food en non-food, als het maar om klinkende merken gaat. De handel in diamanten met Afrika is een ander verhaal. “Maar verder doen we in horloges, porselein, mode en zonnebrillen die we bijvoorbeeld uit de VS halen en hier slijten aan ketens als het Kruidvat en de Kijkshop. Sigaretten laten we bijvoorbeeld via België naar Afrika lopen. Vandaar worden ze naar 'embargo-landen' als Libië en Irak gesmokkeld. Dat doen we natuurlijk niet zelf. Maar daar zie je die illusie opnieuw. Wat is er voor een Libiër mooier dan een Marlborootje op te kunnen steken?”

Parallelhandel is volgens Klerks eenvoudig als je je 'netwerk' goed op orde hebt, dat je voorziet van informatie. De administratieve handelingen zijn verder relatief eenvoudig als je maar weet hoe het werkt met accijns, importbelasting en andere eisen. “Wat je bij dat alles geweldig helpt zijn de moderne communicatie-mogelijkheden en het feit dat vervoerskosten zo'n beetje te verwaarlozen zijn”.

Naast Van Caem-Klerks is er - voor zover het niet om geneesmiddelen gaat - nog een viertal kleinere parallel-importeurs op de markt. “Halverwege deze maand beginnen we met geneesmiddelen”, zegt Klerks vastbesloten. “We hebben er een arts en een apotheker voor aangetrokken. Natuurlijk proberen we de Nederlandse markt te gaan bedienen, maar dat wordt niet de enige activiteit. We willen ook gaan exporteren naar bijvoorbeeld de Afrikaanse landen. Het zal daarbij vooral gaan om generieke, merkloze geneesmiddelen waar veel behoefte aan is. Wij kennen de kanalen. Daarnaast is Oost-Europa een markt. Natuurlijk, we beginnen heel klein en bescheiden, maar vast staat dat we de grootste worden. We moeten nu op die geneesmiddelenmarkt inspringen, want één ding is duidelijk, die gaat binnen enkele jaren volledig op z'n kop. Dat ziet iedereen aankomen”.