Isabelle Hupperts Orlando is baldadig en ernstig

Voorstelling: Orlando naar Virginia Woolf. Bewerking van Darryl Pinckney, Robert Wilson. Decor, regie: Robert Wilson. Licht: Heinrich Brunke. Spel: Isabelle Huppert. Gezien: 31/5, Théâtre de l'Odéon, Parijs. Nog te zien aldaar: t/m 3/7. Inl. 00-19-33-1-44413636.

“Ik was alleen”, luidt de eerste zin van Orlando, in de theaterbewerking van Robert Wilson en Darryl Pinckney. “Maar ik ben alleen”, zijn de laatste woorden, twee uur later. Tussen de herinnering en het heden liggen werelden. Bijna vier eeuwen immers doorkruist de onveranderlijk jeugdige titelfiguur van Viginia Woolfs roman. En maatschappelijke klassen en een geslachtsverandering. Eerst is hij een jonge lord, gunsteling van Elisabeth I, dan ambassadeur in het achttiende-eeuwse Constantinopel, dan wordt hij vrouw - “Vreemd, maar tot nu toe heb ik me nooit afgevraagd tot welk geslacht ik behoor” - en uiteindelijk is Orlando schrijfster, veroordeeld tot een huwelijk met een avonturier in het Victoriaanse Engeland.

Zoveel reizen, zoveel gezien, zoveel gedaantes, zoveel levens en zoveel verschillende tijden, maar nog altijd of weer alleen. Het klinkt somber, net als aan het begin, maar het lukt Huppert in haar woorden ook wijsheid door te laten klinken - of berusting, wat in dit geval hetzelfde is. Even ervoor heeft ze vastgesteld dat “de wereld zijn gang gaat” en dat “alles zijn plaats vindt”. Ze pochte: “Ik kan even snel van 'ik' veranderen als ik rijden kan” maar tegelijkertijd beklaagde ze zich, dat van al haar 'ikken' het bewuste 'ik', het enige dat “tot verlangen in staat is”, onbereikbaar is. Verlangen doet ze dan ook niet aan het slot, ze stelt enkel maar vast dat zij haar naam vergeten is, naast een eik staat, dat een koude bries haar wangen kleurt en dat ze alleen is.

De fantasiewereld van Woolf, waarin alles voortdurend transformeert, wisselt, bedriegt en niet is wat het lijkt en die juist daarom misschien wel realistisch is, leent zich er uitstekend voor verbeeld te worden. Cineaste Sally Potter bewees dat samen met actrice Tilda Swinton in de film Orlando, Robert Wilson bewijst dat met zijn theaterversie. Alle beelden zijn goed voor dit verhaal, iedere interpretatie kan zich bij voorbaat met de andere meten. Als er maar verandering is, van kleuren en kostuums, van stemmingen en toon, van omgeving en tijd. En als er maar schoonheid is en een krachtige maar tegelijkertijd bijna gezichtsloze vertolker van de titelrol.

Het weergaloos transparante en tijdloze uiterlijk van Swinton heeft Isabelle Huppert niet, maar ze vervult haar ongrijpbare rol met overtuiging. Ze is frêle en watervlug, ze heeft een warm en diep stemgeluid en ze blijft op een wonderlijke manier op afstand, als een ongenaakbare majesteit. Nee, als een autistisch kind, geheel en al verdiept in het eigen spel, ernstig en geconcentreerd maar ook baldadig en onvoorspelbaar. In werkelijkheid speelt ze echter een solo, met als opdracht gedurende twee uur een heel podium te vullen en een - alleen al dank zij haar naam - volgestroomd theater te boeien.

Daarin slaagt ze en dat is haar verdienste maar niet minder die van Bob Wilson. Dat hij eens Orlando zou ensceneren - het was niet meer dan een kwestie van tijd. Sprookjesachtige, niet direct te duiden beelden die onmerkbaar in elkaar vloeien en vooral niet te vergeten: schoonheid, zijn immers zijn specialiteit. In de vorm van decor en belichting bezorgt hij Huppert dan ook een tegenspeler, waarop ze vertrouwen kan. De voorstelling (vorig jaar gemaakt en nu opnieuw een maandlang te zien in het Parijse Th´âtre de l'Odéon) moduleert van zwart/wit-tonen naar kleur, van donker via schemering naar helderheid, van volgspot- via achtergrondlicht naar frontale belichting.

Wilson en zijn lichtman Heinrich Brunke toveren met silhouetten, met helle uitsparingen in het donkere achterdoek die in horizontale en verticale richting groter en weer kleiner worden, die de esthetische contouren van een trap scherp aftekenen of de huid van een enorme boomstam strelen. En het oog van de toeschouwer. Die schitterende boom, zo veelvuldig beschreven door Woolf, is bij Wilson het pièce de résistance. Hij is slechts stam, zijn kruin wordt aan het zicht ontrokken door de toneellijst. Het enige nut van dit reusachtige gevaarte is Huppert beschutting verschaffen voor de wisseling van weer een kostuum, maar zijn dramatische kracht is groot. Hij is een wereld op zichzelf, immuun voor de tijd en voor verandering, zoals de titelheld zelf.