Fusie effecten- en optiebeurs strandt op veto handel

AMSTERDAM, 8 JUNI. Het Damrak en het Rokin mogen in het Amsterdamse stratenplan nog in elkaars verlengde liggen, de daar gevestigde beurzen zijn de afgelopen dagen verder van elkaar weggeraakt. De aangekondigde fusie van de effectenbeurs met de EOE-optiebeurs is vorige week stukgelopen op een veto van de optiehandelaren en de verdeeldheid onder handelaren in aandelen.

Voor drs. B.F. baron van Ittersum is dit een streep door de rekening. Van Ittersum is onlangs herbenoemd als voorzitter van de Vereniging voor de Effectenhandel (de aandelenbeurs) om zijn “karwei af te maken”. Het grote karwei is de lopende reorganisatie om de concurrentiepositie van de Amsterdamse effectenbeurs te versterken. Een samengaan met de optiebeurs was daarbij vergeleken een kleiner karwei, maar in de ogen van onder meer Van Ittersum wel een mogelijkheid om financieel Amsterdam verder leven in te blazen. Nadat het beursbestuur er de afgelopen jaren behoorlijk in is geslaagd om allerlei impopulaire maatregelen er door te drukken is dit de eerste kink in de kabel.

Het afketsen van de fusie lijkt echter geen al te groot verlies te zijn in de strijd van de Nederlandse overheid en beurshandelaren om de kapitaalmarkten in Amsterdam te versterken. Op dit moment is de effectenbeurs bezig met invoering van een grotendeels geautomatiseerde handel om de kosten te verlagen, terwijl ook wordt gewerkt aan een geheel vernieuwd systeem om de orders snel en betrouwbaar te verwerken. Amsterdam hoopt een groot deel van de handel in Nederlandse aandelen terug te halen van de veel grotere beurs in Londen, die de afgelopen tien jaar meer dan de helft heeft opgeslokt. De vraag is wat de optiebeurs hieraan had kunnen toevoegen.

Ruim een jaar geleden leek het antwoord op deze vraag vooral de grote banken ABN Amro, ING en Rabo nog heel duidelijk: kostenbesparing. De grootste partijen op de beurzen hadden niet veel zin om twee relatief dure organisaties in stand te houden met hun bijdragen. Op 1 april 1993 kreeg het joint executive committee - het samenwerkingsberaad van beide beurzen - onder druk van de grootbanken de opdracht om de al anderhalf jaar voortkabbelende gesprekken te intensiveren. Het was in de ogen van de banken goedkoper om te werken met een kleiner bestuursapparaat, een gezamenlijk toezicht en één juridische afdeling. Misschien kon de optiebeurs wel intrekken bij de effectenbeurs, waar de vloer steeds leger werd door de verplaatsing van de handel naar de beeldschermen in de dealing rooms bij banken.

Enkele maanden later berekende het adviesbureau McKinsey echter dat de kostenbesparing in het gunstigste geval 10 miljoen gulden zou bedragen. Dat was lager dan vooraf was gehoopt en kan bovendien deels worden gerealiseerd door operationele samenwerking, zoals ook nu nog wordt onderzocht. Het enige wat toen feitelijk overbleef was het idee van samen-tegen-de-rest, van een 'gezamenlijke slagkracht' die ook is genoemd in de plannen die vorige week aan het bestuur werden voorgelegd.

Het samen-sterk-gevoel was niet sterk genoeg om de beurzen over de streep te trekken. De kleinere partijen op beide beurzen voelden al niet veel voor een samengaan, omdat dit hun invloed in de besturen zou verkleinen. Op dit moment wordt hun getalsmatige overwicht nog vertaald in de helft van de stemmen bij de aandelenbeurs en zelfs een meerderheid bij de optiebeurs, terwijl in de nieuwe combinatie de massa van de grootbanken zwaarder zou wegen.

Bovendien is er een sterk cultuurverschil tussen traditionele handelaren in de bijna vier eeuwen oude aandelenbeurs en de 'snelle jongens' van de optiebeurs, die pas eind jaren zeventig werd opgericht. De hausse op de beurzen vorig jaar heeft het gevoel van urgentie bovendien sterk verminderd. De handelaren hebben fors verdiend en zijn in een aanzienlijk optimistischere stemming dan een jaar geleden toen de beleggers nauwelijks actief waren.

De noodzaak om de kapitaalmarkt in Nederland te wapenen tegen de zuigkracht van andere Europese beurzen is daarmee niet verminderd. Door de verregaande automatisering kunnen grote Nederlandse maar internationale fondsen even gemakkelijk worden verhandeld in Londen als in Amsterdam en - nu nog - goedkoper ook.

De komst van nieuwe fondsen op de beursvloer is daarbij echter veel belangrijker dan de komst van optiehandelaren. De pogingen van de effectenbeurs om nieuwe fondsen in de notering te krijgen hebben - hoe vruchteloos misschien ook - meer belang dan de fusieplannen. De beursgang van KPN, straks de nummer drie op het Damrak, maakt meer goed dan door het afbreken van de fusie verloren is gegaan.