Europese crisis als positieve uitdaging

André Leysen is een Belgische topondernemer. Zijn brede Europese ervaring culmineerde in een moeilijk te overtreffen aantal commissariaten; van BMW, Bayer, Veba en Hapag Lloyd in Duitsland, en van Philips, Aegon en SHV in Nederland tot reeksen Franse en Belgische ondernemingen. Leysen is ook een overtuigd Europeaan. Een gesprek over 'le mal Européen'.

Het is vandaag de dag niet eenvoudig om zelfbewustzijn, laat staan trots te ontlenen aan de status van Europeaan. In dezelfde week waarin fiere Amerikaanse bejaarden op de Normandische stranden uitleggen hoe zij vijftig jaar geleden Europa bevrijdden, strompelt het oude continent op weinig fiere wijze naar de verkiezing van zijn 'parlement' in Straatsburg. Terwijl in Azië de 'tijgers' brullen, de VS hun technologisch leiderschap in de wereld heroveren, heeft Europa weinig reden tot uitbundigheid. De economieën klimmen er weliswaar wat uit het conjuncturele dal, maar ondermaatse innovatievermogens en bovenmatige sociale lasten blijven drukken, terwijl de werklozenmassa's nauwelijks indikken.

In het kantoor van 'zijn' Agfa Gevaert in de Antwerpse wijk Mortsel stelt Leysen de diagnose over 'le mal Européen': “De cohesie is weg, de mensen vragen zich af waar Europa voor dient en een heldere visie op Europa's toekomst ontbreekt. Het regionalisme bloeit op, men trekt zich terug op de eigen kerktoren en de vrees voor de beslissing veraf is groter geworden.”

Waarom? Leysen: “Na de laatste wereldoorlog leefde sterk de idee dat wij soevereiniteit moesten delegeren naar Europese instanties om de bloedige nationale rivaliteiten van eeuwen her voor eens en altijd achter ons te laten. Wel, dat is gelukt. Europa kent eindelijk duurzame vrede. Bij onze generatie leeft dat samenbindende idee nog wel, maar bij onze kinderen en kleinkinderen steeds minder. Voor hen is vrede normaal.”

Dan was er in 1989/90 de 'fluwelen revolutie', de ondergang van het communistische oostblok. André Leysen zegt: “Het communistische gevaar was van 1950 tot 1990 een scherpe prikkel voor Europese eenheid. Je zou nu wat ironisch kunnen zeggen dat deze vijand ons te vroeg is ontvallen. Tegen veler verwachting in volgden na 1990 reactie als 'het is allemaal niet meer zo dringend', 'het gevaar is toch voorbij' of 'waarom zouden we macht afstaan aan verre organisaties in Brussel of Luxemburg?”

Daarbij komt, volgens André Leysen, dat de hoopvol tegemoet geziene introductie van Europa '92 - de grenzenloze interne markt - anderhalf jaar geleden samenviel met het dieptepunt van de diepste recessie sinds de jaren dertig. Nog in 1988 voorspelde de Europese Commissie dat de invoering van die gemeenschappelijke markt op redelijke termijn zou leiden tot een gemiddelde Europese prijsverlaging van 6 procent, tot de creatie van 2 miljoen nieuwe banen en een groei van de Europese economie met 4,5 procent. In plaats daarvan krompen vorig jaar vele economieën en bereikte de Europese werkloosheid een explosieve 12 procent. Dus volgde de reactie: waar dient die Europese Unie met z'n interne markt eigenlijk voor?

Toch hebben de Europeanen, volgens Leysen, geen andere keuze dan zich te 'hervinden' en aan verdere eenheid te werken. “Want in de moderne wereld zal het zonder blokvorming niet meer gaan, als wij tenminste nog enige invloed op het wereldgebeuren willen uitoefenen. Kijk naar de formidabele opkomst van de Aziatische regio en de oprichting van het NAFTA-blok in noordelijk Amerika.” Daar komt volgens Leysen nog wat bij. “Ik denk dat Rusland terugkomt als grootmacht. De Russen zullen eerst hun traditionele invloed herstellen in de voormalige Sovjet-regio's en daarna streven naar neutralisering van Centraal-Europa. Dat kan twintig of dertig jaar duren maar de omvang van Rusland, zijn bewonertal en zijn grondstoffen maken dat onvermijdelijk. Europese eenheid is een absoluut noodzakelijk tegenwicht.”

Voor het moment schuilt de grootste dreiging voor een verenigd Europa echter in Europa zelf, oordeelt de Belgische grootondernemer. Hij citeert met instemming de voormalige Sony-chef Akito Morita die Europa ooit omschreef als 'een wereld waar verminderde prestatiedrang, onbetaalbare sociale systemen, budgettaire laksheid, vertroeteling van de jeugd en tekortschietende onderwijsinspanningen elkaar de hand reiken.” Leysen: “Ik wil daaraan toevoegen dat in Europa de lange termijnplanning, die onderzoek en technologische ontwikkeling veronderstelt, al te vaak plaats moest maken voor korte termijn-beleid, met alle schade van dien voor Europa's toekomst. Nu lopen wij in de meeste hoog-technologische sectoren achter.”

André Leysen vervolgt zijn litanie: “Wij verzanden de laatste jaren in een samenleving zonder visie waar het naakte materialisme prevaleert en waar individuele of bekrompen groepsbelangen de toon zetten.” Dat wordt naar zijn oordeel versterkt door onze huidige 'herverdelingsmaatschappij', waar prestatie en beloning zijn ontkoppeld en waar de staat een soort zelfbedieningswinkel is geworden waarin iedereen naar hartelust kan graaien. “Alexis de Tocqueville voorspelde het al in 1835: het gevaar dat bij toenemende gelijkheid toenemende ontevredenheid ontstaat, dat de kleinste ongelijkheid een bron van ergernis wordt, en dat de werkelijke behoefte wordt overvleugeld door de politieke herverdelingsdagenda.”

Europa's werkelijke opgave ligt, aldus Leysen, in het primaat van het gemeenschappelijke belang over het individuele belang, in de 'herkoppeling' van het haalbare aan het betaalbare, en van prestatie aan beloning. Toch blijkt de Belg allerminst gecharmeerd van de individualistische en prestatiegerichte Angelsaksische variant van het kapitalisme. “Dat systeem verwaarloost de menselijke factor wat wel grote flexibiliteit oplevert maar zich op termijn wreekt. Het continentaal-Europese of Rijnlandse kapitalistische model met zijn nadruk op consensus en evenwicht tussen de grote maatschappelijke belangen verdient veruit de voorkeur. Het heeft ons bijna een halve eeuw groeiende welvaart gebracht, het is een waardevol en humaan systeem. Al is het door de hierboven gesignaleerde uitwassen uit zijn voegen geraakt en moet het nu dringend worden bijgesteld.”

André Leysen ziet dat als de belangrijkste opdracht van de Europa's politici én burgers. “De burgers stellen nu nog hun kortzichtige eisen aan de politici en die antwoorden met kortzichtig beleid en vliegen er in ons democratisch bestel vervolgens uit. Wat wij nodig hebben zijn geen nieuwe politici maar een nieuwe mentaliteit onder alle burgers: minder zelfbeklag en meer optimisme, geen potverteren maar creatieve dadendrang, geen apathie maar een nieuw élan gecombineerd met flexibeler denken en meer geestelijke beweeglijkheid. Dan wordt de crisis een positieve uitdaging.”

Leysen toont zich - hoe zou het ook anders kunnen - optimistisch, zeker ook waar het de Europese eenheid betreft. De schamperheid en scepsis waarmee vaak over Europa '92 wordt gesproken en geschreven zijn aan hem niet besteed. “De voordelen van het wegvallen van de binnengrenzen zijn onmiskenbaar”, zegt hij. “Je kunt nu kris-kras door Europa reizen zonder je paspoort te tonen en de zakelijke mogelijkheden nemen toe. Natuurlijk is er nog veel te doen en proberen velen zich tijdens een recessie af te schermen van grotere openheid. Maar zodra de conjunctuur aantrekt kijkt iedereen er weer makkelijker tegen aan en zal de neiging om dingen vrij te geven toenemen. In feite is de beloofde Euro-bonus er al, maar wordt die in kleine en minder opvallende hoeveelheden uitgereikt. Men went er aan omdat men de voordelen snel vergeet en de resterende nadelen nog lang ziet. Als je kijkt wat er nu kan en tien jaar geleden, dan zijn we spectaculair vooruitgegaan.”

Is een Europese gemeenschappelijke markt mogelijk zonder een monetaire en politieke unie, zoals Euro-sceptici in Londen en enkele andere Europese hoofdsteden hopen?

André Leysen: “Ikzelf blijf ervan overtuigd dat het om een heilige, economisch-monetair-politieke drievuldigheid gaat. Je moet natuurlijk niet bovenaan maar van onderen beginnen, met de economische eenheid dus en de gemeenschappelijke markt. Naarmate dat vordert - wat ondanks alle scepsis gebeurt - verplicht dat tot een steeds meer gemeenschappelijke economische politiek en dat leidt automatisch tot monetaire stabiliteit. Sinds het uiteenvallen van het Europese monetaire systeem een paar jaar geleden zie je de Europese munten weer naar elkaar toegroeien. De kronen op deze ontwikkeling zullen een monetaire unie en een gemeenschappelijke munt zijn, al zal dat langer duren en moet je zoiets nooit forceren want dat werkt volstrekt averechts. Daaruit zal uiteindelijk een soort van politieke unie groeien, maar dan over een nog veel langere periode van misschien wel enkele generaties. Voordat de Brit serieus rekening zal houden met de gevoelens van de Italiaan, en andersom! Al die Europese nationaliteiten zijn duizenden jaren uit elkaar gegroeid en dat verenig je niet in een paar jaar. Vorige eeuw hadden de 34 Duitse deelstaten 70 jaar nodig om naar een tolunie en een politieke eenheid te groeien. Dat we nu al 30 à 35 jaar bezig zijn met een verenigd Europa is dus geen reden om te wanhopen. Belangrijk is dat we stap voor stap convergerend vooruitgaan naar het gemeenschappelijke doel.”

Maar wat moeten we dan aan met de tijdslimieten van 'Maastricht' die nog niet eens tot het jaar 2000 reiken?

“Soms moet je bepaalde data stellen om de dynamiek er in te houden”, oordeelt André Leysen. “De Single European Act waarmee in 1986 Europa '92 werd aangekondigd, gaf zo'n dynamiek. Maar Maastricht is blijkbaar te vroeg gekomen. We waren er nog niet rijp voor Maar dat wisten we tevoren ook niet.”

De Belgische ondernemer vervolgt: “Het grote probleem dat nu op ons af komt: we moeten de Europese samenwerking verdiepen maar tegelijk ook verruimen. Taktisch gezien zou het beter zijn de Unie eerst te verdiepen - want dat is met twaalf landen al moeilijk genoeg - en pas over tien tot vijftien jaar uit te breiden. Maar dat zou politiek onwijs zijn omdat we de Visegrad-landen - Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije - aansluiting moeten bieden voordat de Russen er hun invloedssfeer vestigen. Desnoods stappen we over op het Europa van de twee of meerdere snelheden. Vast staat dat wij die landen niet opnieuw in de steek kunnen laten. Waar het om gaat is dat wij het gothische Europa, dus alle gebieden waar gothische kerken staan en die ooit vanuit Rome zijn gechristianiseerd, toegang tot de Europese Unie bieden. Dat zijn behalve de Visegrad-landen ook de Baltische staten. Dat heeft niet eens zozeer met religie te maken als wel met de gemeenschappelijke cultuur.”

'De onmisbare mythische dimensie die het nationalisme kan neutraliseren en het gemenebest kan inspireren' ontbreekt, volgens de Nederlandse historicus H.A. Oberman, op 'het Maastrichtse gezicht van Europa'. Daarop tekenen zich hoogstens ecu's of euro-dollars af. Leysen acht de mythische dimensie als spirituele ruggesteun voor een verenigd Europa ook onmisbaar maar erkent tegelijk dat de gothische cultuur vermoedelijk geen inspiratiebron meer is voor jongeren. Ziet hij een alternatief?

André Leysen zwijgt eerst en filosofeert dan: “Ik moet bekennen dat ik het niet weet. We leven natuurlijk niet bij brood alleen maar de wereld wordt wel meer en meer gedomineerd door economische factoren. De wereld is ook open, er is sterke competitie en Oost-Azië gaat ons overtroeven, daar is geen twijfel aan. De 21-ste eeuw wordt de Aziatische eeuw. En als 1,2 miljard Chinezen ooit doorstoten op het economische toneel kan Europa een soort van uithoek worden op het grote Euro-Aziatische continent.”

Niettemin besluit de Belgische grootondernemer met een optimistische noot. “Gelukkig is er in de moderne wereld volop interactie”, verzekert hij, “en op actie volgt reactie. Dus ontstaat er in Europa op den duur het besef dat je je niet voortdurend kunt laten onderspitten, dat er een 'renouveau' moet komen en dat presteren moet prevaleren boven profiteren. Dat gebeurt al, zij het nog onderhuids. Het is waar dat Europa de wereld nooit meer zo zal domineren als vroeger. Maar ik geloof dat er door Europa's unieke diversiteit en door eenheid in diversiteit op dit continent meer dan voldoende krachten zullen vrijkomen om te regenereren en opnieuw een leidende rol te spelen.”