Europarlement is kweekvijver voor politieke partijen

Straatsburg wordt vaak gebruikt in de carrièreplanning van de politici en sommige activiteiten van partijen die krap bij kas zitten, worden gefinancierd met geld uit Brussel.

“Straatsburg lijkt een beetje op een groot lunch-circuit”, zegt M. van Hulten (25), zoon van de vroegere staatssecretaris Van Hulten en negende op de PvdA-lijst. “Maar er vinden wel stevige debatten plaats.” In de groep van PvdA-kandidaten is hij de jongste. “In Nederland zijn de tegenstellingen te gering. Je praat in de Tweede Kamer vooral over kleine bijstellingen. Maar in het Europarlement moet je vooral scherp debatteren in je eigen fractie.”

De eerste plaatsen op de lijst worden ingenomen door politici - minister d'Ancona, ex-Kamerlid F. Castricum en staatssecretaris Dankert - die in Den Haag hun sporen al hebben verdiend. d'Ancona vond haar ministersschap erg zwaar en wil het in Europa rustiger aandoen. Als minister werd ze geleefd, maar vanuit het Europese Parlement kan ze zelf de politieke agenda bepalen. Dankert vindt het politieke bestaan in Europa boeiender dan Den Haag en Castricum, ooit waarnemend partijvoorzitter, is in Straatsburg ook goed onder de pannen. De vroegere leider van het PvdA-smaldeel in Europa, E. Woltjer, zit intussen in de Tweede Kamer. Officieel ging het om “uitwisseling van ervaring en kennis” maar en passant kwam het goed uit in het loopbaanbeleid zoals partijvoorzitter Rottenberg dat uitstippelt.

De Eurolijsten passen in het recruteringsbeleid waarin jongeren alvast kunnen oefenen in Straatsburg, terwijl oudgedienden in het Europese Parlement met behulp van een 'vertrekregeling' de 'verdiende' afronding van hun carrière tegemoet zien.

Het CDA heeft ook een roulatiestelsel. Minister Maij (WVC) zou weinig kans maken om terug te keren in een volgend kabinet en zij keert terug naar Europa als CDA-lijsttrekker, terwijl de afgetreden partijvoorzitter W. van Velzen ook naar het Europese Parlement gaat. Zijn CDA-voorzitterschap liep ten einde en Straatsburg werd reeds vóór zijn aftreden als een “eervolle oplossing” gezien.

Ook het CDA gebruikt het Palais de l'Europe als een kweekvijver. De vroegere Europarlementariër M. Verhagen kwam in 1989 als CDA-jongere in Straatsburg en ging via de Tweede-Kamerverkiezingen weer naar het Binnenhof. Hij had overigens geluk, want door het enorme verlies van het CDA zou hij de sprong naar Den Haag bijna hebben gemist. Partijen die enige tijd niet in de regering zaten, zoals VVD en D66, hebben minder gebruik kunnen maken van het roulatiestelsel. Als er echter een paarse coalitie komt, zou VVD-Europarlementariër G. de Vries volgens sommigen in zijn partij een “geschikte kandidaat” zijn voor de post van staatssecretaris voor Europese zaken.

De financiële regelingen geven Europarlementariërs een voet tussen de deur van hun partijkantoren. Grote partijen als PvdA en CDA kampen met ledenverlies en daardoor met afnemende inkomsten. De vertegenwoordigers in Europa krijgen echter een flink bedrag, niet voor hun verkiezingscampagnes, maar wel voor zogeheten 'informatiecampagnes'. Het geld voor deze campagnes is bedoeld voor informatie over Europa, maar de partijen weten hun activiteiten in het kader daarvan handig in te kleden. Ze geven nationale acties een Europees randje. De Europese gelden kunnen zo worden ingezet voor folders, partijbladen en informatiebijeenkomsten, zoals PvdA-briefings. De leden van het Europarlement gebruiken de financiële hefboom om bij de partijtop een plaats aan tafel te bedingen.

De verhouding van Europarlementariërs met hun partijgenoten op het Binnenhof is moeizamer. Vaak heerst er een gevoel van onderlinge concurrentie maar toch proberen beide parlementen een modus vivendi te vinden. “Er wordt gefaxt, gebeld en vergaderd, maar die verhouding is moeilijk te structureren”, zo zegt staatssecretaris Dankert. Enige jaren geleden werd er een commissie ingesteld waarin Kamerleden overlegden met Europarlementariërs. In de praktijk bleken de vergaderingen, die soms twee keer per jaar werde uitgeschreven, niet bevredigend. “Je praat met elkaar en daarna gaat een ieder weer zijn weegs”, zegt L. Van der Waal, Europarlementariër voor SGP/GPV/RPF. Er is wel een Kamercommissie Europese zaken, maar daarin zitten geen Europarlementsleden.

D66 vindt dat Europarlementariërs een 'spreek- en vraagrecht' in de Tweede Kamer moet krijgen. “Dit zou een goede noodoplossing zijn zolang het Europese Parlement geen volledige bevoegdheden heeft”, zegt D. Eisma (D66). Hij zat ooit in het Europarlement, werd Kamerlid en keert weer naar Straatsburg terug. Maar de Kamer verzet zich tegen het spreek- en vraagrecht van 'buitenstaanders', omdat zij dan het werk van Kamerleden overnemen. Anderen pleiten voor een Gemengde Commissie waarin Europarlementariërs en Kamerleden de ministers ondervragen. Dankert ziet er niet veel in. “In België zie je dat zo'n commissie niet functioneert. Het heeft de schijn van gelijkberechtiging.”

De PvdA zag vorig jaar het 'dubbelmandaat' als middel om de kloof tussen Den Haag en Straatsbrug te overbruggen. PvdA-lijsttrekker d'Ancona zou zowel in de Tweede Kamer als in het Europese parlement zitting nemen en in een “vrije rol” discussies in Nederland aanzwengelen. Maar het PvdA-congres wees dit idee van de hand, onder leiding van de PvdA-afdeling Brussel. Het dubbelmandaat zou een stap terug zijn naar de oude situatie toen sommige Tweede-Kamerleden tevens lid waren van het Europese Parlement. Het Europese werk zou bij het pendelen tussen Den Haag en Straatsburg tussen wal en schip vallen.

d'Ancona heeft nu een ander idee gelanceerd: het 'tweelingschap'. Een Europarlementariër zou samen met een Kamerlid als vast koppel optreden, overleggen, informeren. Het PvdA-smaldeel in Straatsburg gaat in Den Haag een bureau met assistenten inrichten dat dit 'tweelingschap' moet ondersteunen. “Een goede samenwerking van Tweede Kamer en Europees Parlement behoort tot mijn eerste zorg”, zei d'Ancona onlangs. De kloof blijft. Het dichten ervan blijft zoals voorheen toch afhankelijk van de collegiale samenwerking tussen partijgenoten die elkaars concurrenten zijn op de interne markt van de publiciteit.