Duitsland wordt 'Europa-moeheid' de baas

BONN, 8 JUNI. Een slordige 14 miljoen mark hebben de Duitse regering en de in de Bondsdag vertegenwoordigde grote partijen uitgegeven om de kiezers ertoe te brengen komende zondag aan de Europese verkiezingen deel te nemen. Onder het motto “Europa is politiek én economisch goed voor Duitsland” hebben dit keer ook grote bedrijven (Siemens, VW) en de grote Duitse banken (de Deutsche en de Dresdner bijvoorbeeld) aan zulke wervende campagnes meegedaan.

Naar het lijkt is dat allemaal, ondanks de veel beklaagde 'Europa-moeheid', niet zonder resultaat gebleven. Blijkens recente enquêtes is 69 procent van de ruim 61 miljoen kiesgerechtigde Duitsers “vast van plan” om (toch) te gaan stemmen, wat volgens onderzoekers zal leiden tot een landelijk gemiddeld opkomstpercentage van 63 (1989: 62,3; 1989 Nederland: 47,2). Dat de Duitse economie bezig is uit een conjunctureel dal te klauteren zal tot een zeker vertrouwensherstel in de politiek hebben geleid.

De Euroverkiezingen gaan in Duitsland vermoedelijk méér over Europa dan in veel landen elders in het Uniegebied. De verdragen van Maastricht - in het bijzonder de in het EMU-verdrag voorziene verdwijning van de D-mark ten gunste van de ecu - hebben in het verenigde Duitsland her en der voor ongekende anti-Europese en 'nationale' sentimenten gezorgd, die reiken van Der Spiegel en het massablad Bild Zeitung tot de anti-Maastricht-partij van de vroegere Brusselse topambtenaar Manfred Brunner, de 'Bund Freier Bürger'.

De aantasting van nationale soevereiniteit (die, zoals het Constitutionele Hof vorig jaar beklemtoonde, grondwettelijk immers van het Duitse-, niet van het Europese volk uitgaat), het vraagstuk of 'Maastricht' naar een Europese statenbond of een bondsstaat voert, de klachten over een gebrek aan democratie in Europa (te weinig rechten voor het parlement in Straatsburg), het in de Duitse deelstaten verontwaardigd besproken tekort aan 'subsidiariteit' (te veel regelgeving op een te hoog, centraal-ambtelijk 'Brussels' niveau) - het zijn evenzoveel bezwaren die Brunner en anderen in de Bondsrepubliek ter discussie hebben gesteld. Algemene teleurstelling over de economische recessie en brede frustratie over 'de politiek' zorgden, vooral vorig jaar, voor een bijpassend decor.

Nu moet worden gezegd dat Brunner, die begin dit jaar op weg leek naar een aardig succes, inmiddels alweer veel aanhang lijkt te hebben verspeeld door zich bij zijn spreekbeurten in grote steden (en op zijn aanplakbiljetten) te laten vergezellen door zijn vriend Jörg Haider, leider van de Oostenrijkse nationaal-chauvinistische FPÖ. Dat leverde nogal wat vechtpartijtjes en dus nogal wat publiciteit op, maar joeg ook potentiële kiezers weg. Over zijn zwart-witte posters - 'Voor een vrij en pluriform Europa' - zijn in veel gevallen al paarse en gele stroken geplakt met als tekst: 'Stem niet op een nazipartij!'.

Volgens jongste enquêtes blijft Brunner ondanks een slimme advertentiecampagne - “Op 12 juni gaat het om de ECU tegen de D-mark!” - in elk geval onder de kiesdrempel van 5 procent steken. Hij gaat daarmee het lot delen van veel andere, meer of minder exotische partijtjes. Zoals de PDS (opvolgster van de vroegere Oostduitse SED), de Partij voor Automobilisten, de 'Grijze panters' (bejaarden), de 'Partei Bibeltreuer Christen' (PBC) en - de mooiste onder de 26 deelnemende partijen - de 'Naturgesetzpartei' (die de wereld wil redden door 7.000 yoga-beoefenaren in te zetten). De extreem-rechtse Republikaner, die in '89 met ruim 7 procent een akelige sensatie brachten, staan nu met circa 2 procent ver onder de kiesdrempel.

De Duitse Euroverkiezingen gaan in dit superverkiezingsjaar natuurlijk niet alleen over Europa. Ze zijn ook een krachtmeting tussen de regeringscoalitie van kanselier Helmut Kohl (CDU/ CSU en FDP) en Rudolf Scharpings SPD. Met de Groenen, die in enquêtes op 8,5 procent liggen, zijn dat de enige partijen die echt een kans hebben op een of meer van de (nu) 99 Duitse zetels (was: 81) in het van 518 tot 567 zetels vergrote Europarlement. CDU/ CSU en SPD gingen twee weken geleden nog gelijk op met elk 38,5 procent, maar Kohl lijkt Scharping nu achter zich te hebben gelaten.

Kohl heeft de wind in de zeilen dank zij het economische herstel, en daardoor groeiend vertrouwen in West- én Oost-Duitsland, al zal de werkloosheid in '94 gemiddeld zeker nog niet verminderen. Zijn plotselinge electorale 'revival' blijkt ook uit het feit dat hij weer meer publiek trekt dan welke andere campagnevoerder ook. In drie Oostduitse provinciestadjes kreeg hij vorige week drie keer meer dan 10.000 mensen op de been. Scharping is bovendien tegenover de 'erkende Europeaan' Kohl gehandicapt omdat hij diens Europese beleid uitdrukkelijk steunt en hem in dit verkiezingsjaar vooral wil aanvallen op zijn sociale- en de werkgelegenheidspolitiek.

De SPD kritiseert in haar Eurocampagne dus niet de Europese politiek van de regering maar het veel te hoge werkloosheidscijfer binnen de Europese Unie. Op posters pleit de SPD wat deze verkiezingen betreft enigszins raadselachtig voor 'Veiligheid in plaats van angst', op andere heeft zij 'Aufschwung für alle' gezet. Op weer andere is haar voor het Duitse presidentschap geklopte kandidaat Johannes Rau te zien naast de zin 'Deze verkiezing wordt door U beslist'. CDU-aanplakbiljetten zijn niet echt avontuurlijker: 'Tegen oorlog, geweld en terreur in Europa'. En, boven het in reclamekringen ook populaire echtpaar met twee kinderen en een hond: 'Veilig naar de toekomst, CDU'. Voorts: 'In het belang van Duitsland, CDU'.

Behalve naar de vraag of de SPD zondag inderdaad 'slechts' op de tweede plaats eindigt, gaat de belangstelling vooral uit naar de resultaten van de FDP van vice-kanselier Klaus Kinkel en de exclusief Beierse CSU. Voor beide partijen staat veel op het spel. Kinkels FDP is dit voorjaar in de regionale verkiezingen in Nedersaksen onder de kiesdrempel gebleven, zij zit nu in de peilingen ook net beneden 5 procent. Als partijvoorzitter moet Kinkel een nieuw intern debat vrezen over plaats en koers van de FDP (te dicht bij de CDU of niet?) als de liberalen wéér op de kiesdrempel sneuvelen. Als minister van buitenlandse zaken zou hij dan ook gezichtsverlies lijden, zeker als Kohl goed uit de stembus komt en het bezwaar van de kiezers 'dus' niet zozeer tegen de Europese politiek van Bonn gericht geweest kan zijn.

Bij de CSU is de spanning groot omdat 1) Duitsland groter geworden is en er in Beieren dus meer stemmen moeten worden gehaald om de landelijke kiesdrempel te passeren, 2) de Beierse zuster van de CDU de afgelopen twee jaar door allerlei affaires van prominente politici haar bijna 'vaste' greep op een regionale meerderheid verloren lijkt te hebben en 3) de bezwaren tegen 'Brussel' en 'Maastricht' nergens zo luid klinken als in de Beierse vrijstaat, waar een kleinere opkomst wordt verwacht dan elders in Duitsland.

Een rekenvoorbeeld: als de opkomst elders in Duitsland 62 procent is, maar in Beieren 51, moet de CSU in Beieren 42,5 procent van de stemmen halen om over de kiesdrempel van 5 procent in héél Duitsland te springen en zetels in het Europarlement te halen. Als dat mislukt moet de CSU óók het ergste vrezen voor de landdagverkiezingen van 25 september (1990 haalde zij daarin 54 procent) en de Bondsdagverkiezingen van 16 oktober. Kortom: kanselier Kohl maakt zich voor zijn CDU misschien niet zó ongerust voor komende zondag, maar wèl voor de FDP en de CSU, partijen die voor zijn regeringscoalitie in Bonn onmisbaar zijn.