De Heerenveense Robinson Crusoe

'Kwam Robinson Crusoe uit Heerenveen?' is tot 27 juni te bezichtigen in Museum Willem van Haren, Van Harenspad 50-52 in Heerenveen.

Drie jaar geleden verklaarde de socioloog Iman Wilkens dat de legendarische havenstad Troje niet in Turkije gezocht moest worden, maar op de vlakte van Cambridge. Ergens tussen Londen en Cambridge in. Homerus zou een Keltische zanger zijn geweest en zijn zeeheld Odysseus doolde door de Oosterschelde in plaats van door de Egeïsche Zee. De onderzoeker publiceerde zijn bevindingen in het boek Where Troy Once Stood en krikte in een keer het bekrompen imago van onze Zeeuwse eilanden op.

Heerenveen koestert ook zo'n mythe. Sinds de Amerikaanse amateurhistoricus Lucius Hubbard in 1921 beweerde dat een Heerenveense knaap model stond voor de befaamde schipbreukeling Robinson Crusoe, vereert de Friese stad de 17de-eeuwse scheepsjongen Sjouke Gabbes. Met overgave. Hij kreeg een standbeeld en onlangs richtte het Museum Willem van Haren een tentoonstelling in met de titel Kwam Robinson Crusoe uit Heerenveen?

Kwam Robinson Crusoe inderdaad uit Heerenveen of hebben we hier te maken met een fanatiek staaltje zondagmiddagwetenschap? In 1719 schreef de Britse romancier, sokkenverkoper en spion Daniel Defoe The Life and Strange Surprising Adventures of Robinson Crusoe. De avonturenroman zou gebaseerd zijn op de wederwaardigheden van matroos Alexander Selkirk, die in 1704 na een ruzie met zijn kapitein werd achtergelaten op het onbewoonde eiland Juan Fernández in de Stille Zuidzee. Het is voorstelbaar dat Defoe zich heeft laten inspireren door de lotgevallen van een gestrande matroos, maar of Selkirk nu model stond voor Crusoe is nooit helemaal bewezen. Inmiddels circuleren er meer dan honderd namen van Crusoe-archetypen.

In 1910 legde Lucius Hubbard de hand op een in 1701 verschenen verslag van de ontdekkingsreis van De Geelvink. Dit VOC-fregat vertrok op 17 augustus 1696 onder leiding van commandeur Willem de Vlamingh naar Zuydlandt - zoals Australië toen heette - om er de “gouden” westkust in kaart te brengen. Aan boord bevond zich de Heerenveense scheepsjongen Sjouke Gabbes, in wie Hubbard de ware Robinson herkende.

Bij het verlaten van de Kaap noteerde commandeur De Vlamingh in zijn logboek: “Maendag smorgen de wint NNW en NW top zijlscoelte met hol water, des smiddags brack ons dagelijck touw en gingen wat van de wal. God den Heer hij sij gedankt voor een behoude reijs tot hier aen toe.” En toen hij op 1 december 1696 voet aan wal zette op Sint Paul, een eiland in de Indische Oceaan, schreef de kapitein opgetogen: “Aldaar in de valley versch water gevonden, doch geen groente als riet, gelijk ook geen bosschazie, noch gedierte, maar wel veenige bolle grond. En waaide het die dag heel styf.”

Op 23 januari 1697 kwam Zuydlandt in zicht, dat door tekenaar Victor Victorszoon direct als “heel dor landt” werd getypeerd. De kust was zo onherbergzaam en de stromingen in de branding zo verraderlijk dat De Geelvink onmogelijk voor anker kon gaan. Er werd een sloep uitgezet en 46 bemanningsleden vertrokken de volgende dag naar het vasteland.

Het verkennings-eskader omschreef de eerste inlanders als “heel naekt en swart, sonder eenige geweer.”

In het grootboek - een soort kasboek waarin de baten en schulden van alle opvarenden nauwkeurig werden bijgehouden - staat vermeld dat Sjouke Gabbes op 26 januari voor een bedrag van ƒ 2,03 aan boord warm ondergoed en hemden inkoopt. Opmerkelijk, noemt de Heerenveense historicus Peter Schoen die aanschaf. “Die tijd van het jaar is het snikheet in die contreien. Wie kamgaren kleding draagt in felle zon heeft waarschijnlijk hoge koorts.”

Acht dagen later, op 3 februari 1697, noteerde commandeur Willem de Vlamingh terloops tussen zijn meteorologische observaties: “De wint ZZO, mooij labbercoelte, hadden een doode met name Sjouke Gabbes van 't Heerenveen, jong matroos, de wint ZZW en Z lijk, topzijlcoelte”. Voor ƒ 4,10 gingen de schamele bezittingen van Gabbes bij opbod naar een Letse medematroos.

Hubbard zei te kunnen aantonen dan één lid van het verkenningseskader dat het Zuydlandt betrad, nooit meer was teruggekeerd. Bovendien ontdekte de Amerikaan met hulp van de Nederlandse matitiem-historicus Honoré Naber, dat Gabbes' naam in eerste instantie op de dodenlijst stond genoteerd, maar later weer was doorgestreept. Reden genoeg, zo vond Hubberd, om aan te nemen dat de Heerenveense matroos niet aan scheurbuik was gestorven, maar zijn laatste dagen op het eenzame terra incognita had doorgebracht.

Het verhaal van Sjouke Gabbes groeide in het begin van de 18de eeuw uit tot een Hollandse mythe. Dat Daniel Defoe zich erdoor liet inspireren, was volgens Hubbard niet zo vreemd. Voordat Defoe zijn meesterwerk schreef, bracht hij een bezoek aan Nederland. Waarschijnlijk is hem toen het Gabbes-verhaal ter ore gekomen. Mogelijk verdiepte hij zich vervolgens in de VOC-archieven.

Hubbards redenering klonk directeur Ad Geerdink van het Museum Willem van Haren en historicus Peter Schoen aannemelijk in de oren. Ze besloten een tentoonstelling over de Heerenveense Crusoe in te richten. Maar hoe enthousiast ze zich de afgelopen twee jaar ook door de omvangrijke collectie scheepsjournaals en monsterrollen van De Geelvink heenworstelden, harde bewijzen hebben ze tot nu toe niet kunnen aanvoeren. Zowel het scheepsverslag uit 1701, als de bewuste dodenlijst waarop Hubbard zijn theorie baseert, zijn namelijk onvindbaar.

Het verbaasde Boudewijn Büch geenszins dat er prolemen zijn met de bewijsvoering. “Klinkklare nonsens”, noemde hij Hubbards bewering onlangs op een literaire avond in Heerenveen. “Sjouke is iemand die voor hij stierf wellicht niet meer heeft gezien dan de kust van Australië. Daar is hij in zee geflikkerd. Deze mythe is de verbeelding voorbij en uit de aantekeningen van Hubbard kan ik concluderen dat de man een chaotische gek is geweest.”

Neemt niet weg dat de tentoonstelling Kwam Robinson Crusoe uit Heerenveen? de ene schoolklas na de andere trekt. Dat die overweldigende belangstelling eerder te danken is aan Robinson Crusoe dan aan een ziekelijke Hollandse lichtmatroos, lijkt niemand te storen.