Bij beleggen kan technische analyse extra rendement geven

Technische analyse in Theorie en Praktijk, een handleiding voor beleggen. Door M. M. Ahrens en S. Theeuwes. Uitg. BMS, Eindhoven.

Het besproken boek kan worden besteld door overmaking van f 79,- op giro 307571 tnv. BMS te Eindhoven ovv. 'Technische Analyse'.

Het beleggen in effecten spreekt tot veler verbeelding. Wie ziet er niet graag de waarde van zijn of haar spaarcenten als een raket naar de hemel schieten? Een hoog rendement krijg je echter niet kado. Daarvoor moet je de toekomst kunnen voorspellen, zodat je de juiste fondsen kan kiezen. Aldus redeneren veel kleine beleggers. Om vervolgens kranten en tijdschriften uit te pluizen en goeroes te raadplegen, op zoek naar gouden tips. Ook houden ze de historische koersverlopen nauwlettend in de gaten, op zoek naar mogelijkheden om slimmer te zijn dan de markt.

Wat levert al die moeite eigenlijk op? In de academische wereld heerst verdeeldheid over het te bereiken rendement. Volgens een belangrijke theorie wordt alle koersgevoelige informatie direct in de koersen verwerkt. Dit betreft economische en politieke informatie, maar ook de gevolgen van irrationele factoren zoals de angsten en hopen die leven onder het beleggersvolk. Als deze zogenaamde efficiënte-markt hypothese opgaat is het onmogelijk om op grond van publiekelijk toegankelijke informatie, zoals kranteberichten en koersgegevens, een rendement te behalen dat systematisch hoger is dan het gemiddeld marktrendement. Een losse treffer is best mogelijk, een afzonderlijke misser eveneens. Een rendement boven het marktgemiddelde is niet uitgesloten, maar brengt een groter risico op verlies met zich mee. Ook in een afgezwakte versie van de efficiënte-markt hypothese is het onmogelijk om op grond van koersen uit het verleden uitspraken te doen over de koers in de toekomst en daarmee hoge rendementen te behalen.

Als deze hypothese geldt, zo luidt de theorie, dan kan men het beste een portefeuille samenstellen die alle mogelijke beleggingen bevat, in verhoudingen die overeen komen met hun belang in de markt. Dit is niet praktisch te verwezenlijken, maar er zijn verscheidene indexfondsen die deze zogenaamde marktportefeuille aardig benaderen. Men ziet dan ook veel beleggers deze gemakkelijke weg volgen, die hen vrijwaart van intensieve studie van kranten en koersverlopen.

Toch zijn er aanwijzingen, ook vanuit de wetenschappelijke hoek, dat de markt helemaal niet efficiënt is. Er zouden wel degelijk ondergewaardeerde en overgewaardeerde fondsen zijn, fondsen dus waarvan de koers niet in overeenstemming is met de beschikbare informatie. Een veelheid aan studies toont aan dat er vele kleine inefficiënties in de markt zijn. Zo zijn er aanwijzingen dat kleine ondernemingen stelselmatig te laag gewaardeerd worden, of ondernemingen met een lage koers/winstverhouding. Nog een voorbeeld: beweeglijkheid van koersen is geclusterd. Grote koersschommeling op de ene dag gaan vaak gepaard met grote koersschommelingen op de volgende dag. Dat de richting van die schommelingen niet voorspelbaar zijn is met de moderne beleggingsinstrumenten geen bezwaar, want door bijvoorbeeld een optiestraddle uit te voeren kan men speculeren op de beweeglijkheid zelf.

Een tweede verklaring van de marktinefficiëntie is te vinden in een recent artikel uit 'The Economist' (9 oktober 1993). Daar wordt gesteld dat de informatie wel voor iedereen beschikbaar is, maar niet op eenduidige wijze in de markt wordt verwerkt. Mensen zouden verschillend reageren op de ontvangen informatie, doordat ze verschillende tijdhorizons hebben en verschillende eisen stellen aan het te lopen risico. Dit maakt dat één belegger een fonds kan onderwaarderen en gelijktijdig een andere het kan overwaarderen. Volgens 'The Economist' worden enkele van de hieruit voortvloeiende inefficiënties met succes uitgebaat door grote beleggers. Hiertoe zetten ze geavanceerde technieken in, zoals neurale netwerken en andere, op chaostheorie gebaseerde patroonherkenners.

Technische analyse, naast fundamentele voor het kiezen van enkele fondsen, kan dus in beginsel extra rendement opleveren. Wil dit op een betrouwbare wijze kunnen, dan is het nodig de onderliggende wetten te kennen. Voor de fundamentele analyse zijn er redelijke, maar geen onfeilbare wetten, voor de technische analyse is de betrouwbaarheid dubieus, aangezien de wetten die de indicatoren vertegenwoordigen vaag zijn. Hoe het ook zij, technische analyse wordt uitgevoerd.

In het onlangs verschenen boek 'Technische analyse in Theorie en Praktijk' zetten Ahrens en Theeuwes, beide economie studerend in Maastricht, de instrumenten voor technische analyse op een rij. Ze voeren in een inleidend hoofdstuk drie uitgangspunten aan voor technische analyse: (1) de markt verdisconteert alles, (2) de markt en dus de prijzen en koersen bewegen zich voort in trends, (3) de geschiedenis herhaalt zich. De markt verdisconteert alle informatie, namelijk in de koersen en omzetvolumina. De zich herhalende voortbeweging in trends maakt het identificeren van een trend en de overgang naar een volgende trend tot doel van de technische analyse. De auteurs geven als belangrijke richtlijn hiertoe: 'Een koerstrend met een bepaalde snelheid en richting zal deze richting en snelheid veel eerder behouden dan verliezen. De kans dat de koerstrend zich voortzet is dus groter dan de kans op een trendverandering of trendomkeer.'

Een richtlijn als deze trapt een wijd openstaande deur in. In de technische analyse zijn er talloze, een aardige is 'de wal keert altijd het schip'; een trend wordt op een gegeven moment doorbroken. Toch zit in de meeste van deze regels een kern van waarheid. Er zijn trends waarneembaar, ze houden een tijdje aan en op een gegeven moment vindt een trendbreuk plaats, om diverse redenen. Een van die redenen wordt toegeschreven aan het nemen van winst bij een koersstijging: op een gegeven moment stuit een almaar stijgende koers op 'weerstand'. Beleggers incasseren hun koerswinst door te verkopen, waardoor de stijgende lijn van de koers wordt onderbroken door een tijdelijke daling. Met dergelijke wetten in het achterhoofd kan men een trendverandering verwachten. De regel alleen voorspelt de trendverandering, niet het moment waarop. Door de koersen te volgen, of daarvan afgeleide indicatoren, kan het begin van de trendverandering wel vroegtijdig worden waargenomen en soms ook worden benut. De regels zijn dus wel degelijk bruikbaar, maar beperkt.

Met deze gedachten in het achterhoofd dient het werk van Ahrens en Theeuwes gelezen te worden. Ze beloven geen gouden bergen, maar maken zich verdienstelijk door een uitvoerig overzicht te leveren van de tot nu toe gangbare soorten grafieken en indicatoren voor technische analyse. De meeste zijn met een personal computer en wat software eenvoudig te tekenen respectievelijk uit te rekenen. Sommige vereisen zo weinig werk dat ze zelfs met de hand kunnen worden gemaakt. Het boek biedt geen kant en klare handleiding technische analyse zoals de ondertitel doet vermoeden: de lezer zal flink wat tijd moeten besteden om zelf bruikbare conclusies te trekken uit de grafieken en indicatoren. Wel is het boek vlot geschreven en is de uitleg over het algemeen helder. Bovendien lijkt het in een behoefte te voorzien, aangezien een dergelijk degelijk overzicht tot op heden niet verkrijgbaar was in het Nederlandse taalgebied.