Antillen betrokken bij 'lozen' jongeren

ROTTERDAM, 8 JUNI. De BVD beschikt over aanwijzingen dat de Antilliaanse overheid betrokken is geweest bij het 'lozen' van probleemjongeren naar Nederland. Dit blijkt uit een tot dusver geheim BVD-rapport, dat in juni vorig jaar werd opgesteld naar aanleiding van een interview met de Amsterdamse korpschef Nordholt in het dagblad Trouw.

Een ondervraagde heeft, aldus het rapport, verklaard dat de voormalige Antilliaanse minister van justitie S. Römer in het verleden als lid van de Curaçaose Commission Pro Justitia het medefinancieren van een ticket naar Nederland heeft goedgekeurd.

Het BVD-rapport is gebaseerd op gesprekken van de Amsterdamse politie met 33 Antilliaanse jongeren. Van hen hadden 11 op Curaçao gevangen gezeten, 7 in Nederland en op Curaçao en 2 alleen in Nederland. In 25 interviews worden details gegeven over de omstandigheden rond het vertrek van de Antillen. In negen verklaringen wordt volgens de BVD sterk gesuggereerd dat de overheid betrokken is bij het verstrekken van de vliegtickets, in drie gevallen kan dit zelfs “min of meer met zekerheid worden vastgesteld”.

Een betrokkene werd door de dienst voor Sociale Zaken/ Gezondheidsdienst naar Nederland gestuurd om af te kicken, maar verdween al snel in het criminele circuit. Een tweede ondervraagde verklaarde dat zijn ticket was betaald door de Commission Pro Justitia, waarin onder anderen Römer zitting had. Een derde betrokkene was in augustus 1985 door de autoriteiten van Curaçao 'uitgewezen' en begeleid naar het vliegtuig naar Nederland.

De BVD concludeert dat het Amsterdamse onderzoek feitelijk niet aantoont dat de Antilliaanse overheid 'anders dan via de Sociale Dienst' betrokken was bij het verschaffen van vliegtickets aan criminele Antilliaanse jongeren. Dat is ook niet nodig, aldus de BVD, want het blijkt “in de Curaçaose samenleving geen probleem om fondsen te vinden als gedemoraliseerde jongeren het vertrek naar Nederland als enig optie voor verbetering van hun situatie zijn gaan beschouwen”. Als financiers noemt de BVD politieke partijen, overheidsinstellingen, welzijnscomités, familie, buurgenoten. “Er wordt met grote stelligheid beweerd dat stichtingen gebruikt worden door de overheid om zelf als geldgever buiten beeld te blijven”, zo schrijft de BVD.

Pag.2: 'Zeer zware druk om te vertrekken'

De Sociale Dienst neemt volgens de BVD bij het wegsturen van randgroepjongeren een bijzondere positie in. Familieleden kunnen daar verklaringen halen, die op het vliegveld kan worden ingewisseld voor een ticket naar Nederland in het kader van een afkickprogramma. Zo worden verslaafde gevangenen direct na vrijlating door gevangenispersoneel tot in het vliegtuig naar Nederland begeleid. Door “zeer onzorgvuldige voorbereiding en gebrek aan begeleiding” belanden deze jongeren direct na aankomst “in het anonieme circuit van de grote steden”. “In feite beperkt de Sociale Dienst zich tot het verstrekken van vervoersbewijzen”, aldus de BVD.

Randgroepjongeren staan onder zeer zware druk om de Antillen te verlaten. Zo zouden ze ondermeer “vrijwel constant bloot staan aan bruut intimiderend politie-optreden”, zo schrijft de BVD. “Naast verklaringen over seksueel geweld en het weigeren van medische verzorging, worden voorbeelden genoemd van het bewust breken van ledematen van verdachten of gevangenen en het toebrengen van ander zwaar lichamelijk letsel, in sommige gevallen leidend tot blijvende invaliditeit en in een enkel geval tot de dood van een arrestant of gevangene.” Het openbaar ministerie, de rechterlijke macht en de gevangenisdirectie zou deze onrechtmatigheden “zonder enig zichtbaar effect” absorberen.

Oud-minister Dales (binnenlandse zaken) weigerde vorig jaar de inhoud van het rapport openbaar te maken. In een brief aan de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse Zaken en Arubaanse zaken schreef Dales dat het BVD-rapport geen bewijs bevat voor “actieve betrokkenheid” van de Antilliaanse regering. Wel was volgens Dales sprake van een “onaanvaardbare situatie” wat betreft de druk die politie, gevangeniswezen en Sociale Dienst uitoefenden om naar Nederland te verhuizen. Openbaarmaking van het rapport zou volgens Dales “de mogelijkheid om in alle rust een bevredigende oplossing te vinden, stellig niet bevorderen.”

Zowel korpschef Nordholt als de vroegere Antilliaanse minister van justitie Römer meenden dat het rapport hun gelijk bewees. Nordholt beklemtoonde dat hij de Antillen er weliswaar van beschuldigde probleemjongeren naar Nederland te lozen, maar ook dat hij niet had beweerd dat hier actief beleid van de overheid achter stak. Römer stelde dat het BVD-rapport actieve betrokkenheid van de Antilliaanse regering niet aatoonde. Slechts in drie gevallen zou er sprake zijn van criminele jongeren die naar Nederland werden gestuurd, aldus Römer indertijd, maar één daarvan noemde ze “suggestief”. “Bij één geval wordt mijn naam genoemd, maar het geval is makkelijk weerlegbaar”. Römer was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.