WRR bepleit einde van monopolie bedrijfsvereniging

DEN HAAG, 7 JUNI. De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wil het monopolie van de bedrijfsverenigingen openbreken. Dat blijkt uit het vandaag gepresenteerde rapport Belang en beleid; naar een verantwoorde uitvoering van de werknemersverzekeringen dat de WRR op eigen initiatief heeft opgesteld.

Volgens de voorzitter van de projectgroep die het rapport samenstelde, prof.dr. D.J. Wolfson, kunnen de negentien bedrijfsverenigingen blijven bestaan, “maar dan wel in een open, transparant en concurrerend bestel, dat het belang van de cliënt centraal stelt”.

De WRR wil financiële prikkels inbouwen in het bestaande stelsel van sociale verzekeringen. Deze prikkels moeten leiden tot een geringer beroep op uitkeringen wegens ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Zo wil de WRR bedrijven hogere premies laten betalen als die bedrijven in het verleden relatief veel schade hebben veroorzaakt. Werkgevers krijgen daardoor een direct financieel belang om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en inactieve werknemers opnieuw op te nemen in het arbeidsproces.

De WRR doet geen uitspraak over de meest wenselijke uitvoering van werknemersverzekeringen, maar schetst zeven opties. Afhankelijk van de vraag of politici meer verantwoordelijkheid voor de uitvoering willen toedelen aan het bedrijfsleven, de overheid of individuen schetst de WRR de bijpassende uitvoeringsvormen. In vrijwel alle opties spelen particuliere verzekeraars een belangrijke rol.

In het rapport Sociale verzekeringen naar de markt?, dat het Verbond van verzekeraars vandaag publiceerde, schetsen ook de particuliere verzekeraars mogelijkheden om nieuwe aanvullende verzekeringen te ontwikkelen. Bij alles wat verzekeraars aanvullend kunnen verzekeren gaan zij uit van een blijvende minimale verantwoordelijkheid van de overheid voor langlopende risico's. “Daarmee blijft de overheid, net als bij de AWBZ, een vangnet bieden voor de sociaal zwakkeren in de samenleving,” aldus het verbond. Daarnaast dient de overheid verantwoordelijkheid te houden voor individuele werknemers met een sterk verhoogd risico, die feitelijk onverzekerbaar zijn.

Volgens de verzekeraars geeft de particuliere verzekering meer zekerheid dan de sociale verzekering. De hoogte van de uitkeringen op basis van de wettelijk geregelde werknemersverzekeringen kunnen volgens de verzekeraars “niet worden gegarandeerd en zijn via de rechter niet afdwingbaar”. Doordat particuliere verzekeraars ingelegde premiegelden rentegevend beleggen kunnen zij, naar eigen zeggen, wel een uitkering op lange termijn garanderen.

Het verzekeren van het risico van inkomensderving als gevolg van werkloosheid is volgens de verzekeraars “verzekeringstechnisch niet mogelijk”. De verzekeraars stemmen in met de onder meer door de WRR gedane voorstellen om meer marktwerking in de uitvoeringsorganisatie te introduceren.