Veteraan zoekt erkenning

Het artikel 'Nederland leert niet van oorlogsmisdaden' van Elsbeth Locher-Scholten (opiniepagina, 20 mei), gaat over het Nederlandse zelfbeeld, dat een lange traditie kent van zelfverheerlijking. Nederland vindt het niet leuk om aan een pijnlijk verleden herinnerd te worden. Scholten schrijft: “Een verdrongen koloniaal verleden, de strijd in Indië in de jaren 1945-1949, staat opnieuw ter discussie”. Het verdrongen koloniaal verleden en de strijd zijn dus synoniemen. Zo maakt ze de militairen inderdaad tot zondebok.

Dat er excessief geweld is gebruikt wordt door niemand ontkend. Zulke dingen gebeuren helaas waar wordt gevochten. Als Locher dit aspect betrekt in haar strijd tegen een 'verwerpelijk koloniaal zelfbeeld', moet zij eerst aantonen dat het op het militaire vlak in Indië anders is gelopen dan elders waar wordt gevochten. Dat zal moeilijk zijn.

Iets soortgelijks geldt voor 'Poncke' Princen. Stel dat in de jaren vijftig een Nederlandse dienstplichtigen-strijdmacht naar Korea was gezonden. Wellicht had dan een Amsterdamse communist het kapitalistische, uitbuitende Nederland verruild voor de progressieve, democratische staat van Kim Il Sung. Princen heeft dat toevallig gedaan in Indonesië, maar voor de afkeer die veteranen hebben tegen een deserteur die zich tegen zijn eigen mensen keert, maakt dat geen verschil.

De Indië-veteranen kampen niet met een onverwerkt verleden. Zij zijn zich ervan bewust hoe de strijd is gestreden. Maar ook weten zij dat excessief geweld geen regel was en zij verzetten zich terecht tegen dergelijke suggesties. Het overgrote deel heeft zijn plicht gedaan.

Het derde punt is de prijs die de betrokken militairen persoonlijk hebben betaald. Zevenenvijftighonderd van onze makkers liggen in Indonesië begraven. Velen onder ons lijden nog aan lichamelijk of pyschisch letsel. Zij hebben in opdracht van de regering onder slechte omstandigheden en hoge mentale druk gediend in de tropen. Toen voor ons volk in '45 de vrede aanbrak, begon voor hen de oorlog pas goed. Maar in het algemeen leidde dat niet tot frustraties. De meesten zijn teruggegaan naar de plek waar zij hebben gediend en werden daar vriendelijk ontvangen. De banden tussen de Nederlandse en de Indonesische veteranenorganisaties zijn uitstekend.

Wat mij, als oud-minister, tegenstaat is het wijzen naar tekortkomingen in het militaire apparaat, maar de verantwoordelijke politici buiten schot houden. Anno 1994 zit het trauma van de dekolonisatie bij het progressieve volksdeel dat jet slecht kan verkroppen dat het (naast enige katholieken) socialistische ministers waren die het beleid voerden dat zij nu veroordelen (zoals Drees, Schermerhorn, Jonkman en Lieftink). Onlangs zei Mansholt, destijds minister van landbouw, voor de tv dat hij eigenlijk tegen het Indië-beleid van het kabinet was. Na bijna 50 jaar probeert hij alsnog zijn handen schoon te wassen.

Het is mij best dat het beeld van vadertje Drees overeind wordt gehouden, maar niet door de Indië-veteranen tot Kop van Jut te maken. Daarin heeft Locher gelijk. De meeste militairen in Indië hebben hun taken loyaal en correct uitgevoerd. Zij verdienen daarvoor waardering en erkenning van ons gehele volk.