Parijse 'hot spot' op nieuwe plek

Het American Center in Parijs is gevestigd op 51, Rue de Bercy, XII-de arrondissement. Geopend van maandag tot en met vrijdag van 11 tot 19 uur. Pure Beauty loopt tot 15 augustus.

PARIJS, 7 JUNI. Vijftig jaar en één dag na D-Day vindt er opnieuw een Amerikaans offensief plaats in Frankrijk, dit keer cultureel van aard. Op 7 juni gaat in Parijs het American Center weer open, new and improved na acht jaar gesloten te zijn geweest, met een opmerkelijk gebouw van de Amerikaanse architect Frank Gehry op een nieuwe locatie - maar met financieringsproblemen en op zoek naar een directeur.

Het centrum, dat van meet af aan particulier is gefinancierd, was in 1931 opgericht om de Amerikaanse cultuur uit te dragen, zowel door middel van taalcursussen als door het tonen van Amerikaanse kunst. Vooral in de na-oorlogse jaren, toen Europa gretig kennis wilde nemen van alles wat uit Amerika kwam en Engels wilde leren, werd het centrum een drukbezocht trefpunt en een hotspot in het Parijse uitgaansleven. “Al vanaf het begin zaten we in een pand uit de jaren dertig aan de Boulevard Raspail,” zegt Henry Pillsbury, toneelregisseur en 23 jaar lang lid van de directie. “Begin jaren tachtig besloten we uit te breiden. De grondprijzen waren toen zo hoog, dat het voordeliger was om te verkopen en naar een heel nieuw gebouw in Bercy te gaan.”

De naam van de Parijse voorstad Bercy, eens het centrum van de groothandel in wijn, klinkt voor de meeste Parijzenaars nog als het einde van de wereld, maar de gemeente doet er alles aan om het arrondissement bij de stad te betrekken. Waar nog niet zo lang geleden een markt stond, is nu het Palais Omnisports dat grote aantallen bezoekers aan sportwedstrijden en popconcerten trekt. Iets verderop staat Paul Chemetovs langgerekte ministerie van financiën, en aan de overkant van de Seine verrijzen de vier torens van Dominique Perraults Très Grande Bibliothèque. Bovendien ligt Gehrys gebouw aan een nieuw enorm park, bijna even groot als de Tuilleries, dat naar een ontwerp van de Franse landschapsarchitect Bernard Huet langs de Seine wordt aangelegd.

“De gemeente wil hier ook in de nieuwbouw de traditionele dichtbebouwde structuur van de stad handhaven en bemoeit zich daarom nogal sterk met de stedebouwkundige aspecten,” zegt Pillsbury. “Zo stond bijvoorbeeld vast dat het gebouw 27 meter hoog moest worden, niet meer en niet minder. Voor een Amerikaanse architect als Frank Gehry was dat erg wennen.”

Zoals alle architectuur van Frank Gehry is ook het American Center een sculpturaal, schijnbaar willekeurig samenraapsel van vormen die organisch uit elkaar lijken te zijn voortgekomen. Bij elke stap naar links of rechts krijgt het gebouw een andere aanzien en silhouet. De uitstulpingen zijn bekleed met zink en zachtgele Franse zandsteen in wat de architect (die in Los Angeles woont) een “aardbevingspatroon” noemt.

Het gebouw bevat 26 appartementen voor bezoekende kunstenaars en onderzoekers, een bioscoop met 100 plaatsen en een theater met 400 plaatsen, tentoonstellingsruimten, een talenschool en een restaurant, met als spil van dit alles het atrium bij de ingang. In dat atrium heeft Gehry op een geraffineerde manier hoogteverschillen verwerkt: behalve het begane grond-niveau is er een verhoogd 'dorpsplein', in feite het dak van een verzonken film- en geluidsstudio, en wie boven aan het werk is, kan door vensters als schilderijlijsten het gekrioel beneden gadeslaan. Pillsbury: “Kunst alleen is niet meer genoeg om mensen te trekken. Wij wilden een gebouw hebben waar mensen graag naar toe komen omdat er wat te doen is èn omdat het prettig is om er te zijn.”

Onder leiding van twee coryfeeën uit de wereld van de particuliere kunstsponsoring, Frederick Henry van de Bohen Foundation en Rachel Bellow van de Andrew Mellon Foundation, is een comité gevormd dat binnen een jaar een nieuwe directeur moet vinden. Voor het comité waren ook coryfeeën te porren, onder wie directeur Suzanne Pagé van het Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris, samenstelster Catherine David van de volgende Dokumenta in Kassel en directeur Richard Koshalek van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Los Angeles, maar het zal niet eenvoudig zijn om een directeur te vinden. Een vanzelfsprekende plaats in het Franse culturele leven heeft het American Center niet (meer), en met de recessie in Amerika zijn de sponsors ook dun gezaaid.

Het gebouw was in september al nagenoeg klaar, en het centrum wilde openen met een ambitieuze tentoonstelling met een begroting van anderhalf miljoen dollar. Maar kort daarvoor was de directie a.i. tot de conclusie gekomen dat de financiële situatie te wankel was om verplichtingen op de lange termijn aan te gaan. Inmiddels zijn 2,3 van de vijf à acht miljoen dollar die per jaar nodig zijn, gevonden - voldoende om de opening vandaag aan te durven.

Het centrum wil zowel Frans als Amerikaans van karakter zijn. De openingstentoonstelling Pure Beauty laat weliswaar recent werk uit Los Angeles zien, maar er staat voor juni ook een serie rondetafelgesprekken gepland onder de titel Youth Culture International.