Medisch specialisten (3)

Ik wil mijn instemming betuigen met het artikel van Van Koolwijk over de stagnerende modernisering van de curatieve gezondheidszorg in Nederland.

Na een werkperiode van bijna tien jaar in Oost-Afrika (waar overigens het 'lijnen'model van gezondheidszorg met redelijk succes reeds lang wordt toegepast) ben ik teruggekeerd in Nederland waar ik heb moeten constateren dat er in de stellingname van de medische specialisten in de laatste jaren weinig is veranderd. Er lijkt een soort loopgravenoorlog te zijn ontstaan, al is een zekere differentiatie in de benadering opgetreden: het Nederlands Specialisten Genootschap stelt zich kennelijk positiever op ten opzichte van de adviezen van de commissie-Biesheuvel dan de beide andere specialistenorganisaties. Overigens dient te worden opgemerkt dan het door Van Koolwijk gestelde niet voor alle medische specialismen in gelijke mate geldt. Op ten minste twee punten onderscheiden de Nederlandse kinderartsen zich van hun collega's in andere specialismen:

- Dienstverband: Van de 665 werkende leden van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde zijn slechts 122 (12 procent) vrij gevestigde klinisch werkenden. De overige 82 procent is in dienstverband van ziekenhuizen of andersoortige gezondheidsinstellingen (informatie Secretariaat Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde).

- kindergeneeskunde: de intensieve zorg (“intensive care”) voor zieke pasgeborenen is nu al weer sinds jaren strikt geregionaliseerd. Deze zorg gebeurt alleen in de academische centra en een tweetal niet-academische top-ziekenhuizen. De overige neonatale zorg vindt in principe plaats in alle ziekenhuizen, die over een kinderafdeling beschikken. Dit is dus in overeenstemming met wat Van Koolwijk in zijn stuk 'piramidale opbouw per regio' noemt.

Wellicht is voor de kinderartsen een voortrekkersrol weggelegd bij de modernisering van de intramurale curatieve zorg. Per slot van rekening moet je met dit soort zaken 'klein' beginnen.