Marionetten

Ligt het aan mij of aan jullie, dat ik het gevoel heb dat de wereld niet echt is en dat de marionettenspelers steeds slordiger worden bij het neerzetten van het decor van mijn toneel, 's ochtends vlak voor ik wakker word? Het kan niet aan mij liggen. Ik lees een boekbespreking: “De hoofdpersoon verschijnt op verschillende tijden als een jonge vrouw, een jongetje, een oudere man, een ruimteschip en een levende replica van het beroemdste standbeeld ter wereld.“ Er is sprake van een opstandige puber die zijn woning inricht binnen in zijn moeder, die zichzelf veranderd heeft in een maquette van het vrijheidsbeeld.

Het boek gaat over genetische manipulatie. Er zal nog heel wat gemanipuleerd moeten worden voor een vrouw verandert in een schaalmodel van het vrijheidsbeeld, maar daar gaat het me niet om, het gaat om de opgewekte toon waarop in die recensie al die metamorfoses beschreven worden. Om me vast te laten wennen aan de gedachte dat niets een vaste eigenschap heeft. Kunnen ze straks bezuinigen op het decor. Niet steeds weer mijn eigen vertrouwde huisjes neerzetten, maar iets gebruiken dat ze elders even niet nodig hebben, zodat ik straks wakker word tegenover het vrijheidsbeeld, of er in.

De kranten worden ook steeds nonchalanter en vermaken me met komische affaires zonder zich nog om de geloofwaardigheid te bekommeren. De Omo Power-oorlog van de afgelopen dagen. Ik blijf dicht bij huis, dan kunt u het goed volgen. Als u bestaat tenminste. Vroeger deden de marionettenspelers wel eens een lezersbrief in mijn bus, maar sinds ik ze niet meer geloof doen ze geen moeite meer. Misschien zijn de bezuinigingen al begonnen.

De Powerfabrikant legde uit hoe hij zijn wasmiddel getest had: door een groot consumentenonderzoek. Er werd gevraagd waarom hij in zijn laboratorium geen echte wasbeurten gedaan had, dat was toch veel eenvoudiger en effectiever geweest dan al die consumenten om hun mening te vragen. De fabrikant zei dat die ouderwetse methode al jaren in onbruik was geraakt. Geen enkele fabrikant testte zijn wasmiddelen nog door ermee te wassen, het ging allemaal via enquêtes.

Zo dringt de virtuele werkelijkheid op. Hoe het echt is doet er niet meer toe, alleen wat voor praatjes er over gemaakt worden. Straks kopen we pakken met alleen het wasvoorschrift, het poeder doen ze er niet meer bij, vanwege de bezuinigingen. Het gaf moed dat er nog een kleine verzetshaard van de realiteit bleek te bestaan. De foto van de gerafelde en gescheurde onderbroek knipte ik uit. Die onderbroek was echt gewassen, niet alleen maar in een enquête. Moge hij ooit een nationaal symbool worden, net als de haring en het wittebrood. Symbool van de overwinning van de werkelijkheid op de verzinsels. Straks de nieuwe Nederlandse vlag. Hoewel er dan eerst nog een lange strijd gewonnen zal moeten worden.

De Nederlandse wetgevers staan in die strijd al heel lang aan de andere kant. Het is niet alleen het Vaticaan dat zich zorgen maakt over het verschil tussen wat we zeggen en wat we doen. De Telegraaf had het goede idee om op de dag dat de verplichting voor de Nederlandse werknemer was ingegaan om ter identificatie zijn oormerk op de werkplek te dragen, aan de Kamerleden te vragen of ze dat zelf ook hadden gedaan. Nou, een heleboel hadden dat niet, natuurlijk. Het Kamerlid Van der Stoel moest hartelijk lachen. Stel je voor, iedere dag die zware gele oormerken meeslepen, daar kon ze niet aan beginnen.

Gelijk had ze. Het is inderdaad niet waarschijnlijk dat er tijdens een debat een politie-inval in de Kamer zal komen om de oormerken te controleren. Je moet je zelfs afvragen of de Kamerleden die zich alvast braaf op die overval hadden voorbereid door hun oormerken mee te nemen, wel uit het goede hout gesneden zijn. Niet de figuren om weerbarstige politiemensen tot de orde te roepen, lijkt me.

Zoals de opstandige Kamerleden die hun eigen wetten niet nakwamen, zo zullen de meeste werknemers handelen. “Ik werk niet zwart en ik ben niet zwart, dus die wet is niet voor mij gemaakt“, zullen ze denken. Het zal ook helemaal niet de bedoeling zijn dat men zich massaal aan de nieuwe wet op de persoonsidentificatie zal houden. Het zou een ware administratieve ramp veroorzaken. Zoveel paspoorten, iedere dag meegenomen van huis naar werk, zouden verloren of gestolen worden of verschimmelen, dat de gemeenten de nieuwe niet aan zouden kunnen slepen.

En wat verloren wordt is nog niet weg, vooral een paspoort niet. Het komt terug als vals paspoort. Dag en nacht zouden de persen moeten draaien ten behoeve van de blije verzamelaars van valse paspoorten, als de Nederlandse burgers van plan zouden zijn om zich aan de nieuwe wet te houden. Volgens de kranten zijn ze dat ook en verdringen ze zich bij de loketten om hun oormerk af te halen, maar dat geloof ik niet, dat is weer een van die steeds vaker voorkomende slordigheden van de marionettenspelers.

Overigens wel braaf van de wetgever om zo precies vast te leggen waar en wanneer de oormerken precies gedragen moeten worden. In Frankrijk heerst de heldere cartesiaanse logica. Oormerken zijn voor mensen die er Arabisch uitzien, en dan ook altijd, en de rest wordt niet lastig gevallen. Wij Nederlanders houden er niet van om het zo helder te stellen, en dat is goed, maar het is wel oppassen met die opsomming van specifieke situaties waarin een identiteitsbewijs verplicht is. Als ze straks gaan eisen dat bankrovers en moordenaars hun identiteit kunnen aantonen, zullen we weten dat het hier niet pluis meer is. Zover zullen de decorbouwers niet gaan. Toch zal het niet blijven bij de gevallen die nu zijn aangegeven: werkplek, openbaar vervoer, kraslotverkooppunten, belangrijke voetbalwedstrijden.

De Volkskrant gaf een verslag van een jongerendag van de Evangelische Omroep. “Op het centraal station in Utrecht klinkt een half uur na afloop door de gangen een galmend lied: Amen, Amen, Amen, Amen, Amen.“ Niet gezegd dat de zangers van dit bloedstollende lied iets kwaads in de zin hadden. Wel dat ze menig nietsvermoedende atheïst de stuipen op het lijf gejaagd zullen hebben. Het is weer een voorbeeld van de bezuinigingen waar we onder lijden. Er zijn nog maar weinig figuranten over en hetzelfde groepje wordt in heel verschillende situaties ingezet, bij de voetbalwedstrijden en bij de evangelische jongerendag.