Loes Luca en Peter Blok schitteren met veertien rollen in Cartwrights Twee; Venijnige knietjes onder de bar

Voorstelling: Twee (Two) van Jim Cartwright, door stichting De Kist. Spel: Loes Luca en Peter Blok. Vertaling: Jules Deelder. Regie: Ian Pieters. Gezien: 4/6 t/o Hotel New York, Rotterdam. Aldaar t/m 26/6, daarna met De Parade in Utrecht (8 t/m 13/7) en Amsterdam (31/7 t/m 7/8).

“Je ken d'r maar beter om lachen, toch?” zegt de kasteleinse in Twee van Jim Cartwright op ietwat meewarige en tegelijk moederlijke toon - en daarmee vat ze het oeuvre van de Engelse toneelschrijver handzaam samen: lachen om niet te huilen. Cartwright schept karakters uit de heffe des volks, met weinig uitzicht op een beter leven, en met hun kleurrijke taalgebruik als enig wapen tegen de grauwheid. Zijn stukken komen voort uit het sociaal realisme, maar ontsnappen aan de kitchen sink-clichés door hun hardhandige humor. Dat maakt ze doorgaans tot publiekssuccessen.

Hier is Jim Cartwright bekend geworden door Road, bij het RO Theater gespeeld onder de titel Straat, en de vrije-sectorproduktie Little Voice. Mede door de lenige manier waarop Jules Deelder de spreektaal een Rotterdams equivalent gaf, vonden ze ook in Nederland bijval. Twee, eveneens in een levendige Deelder-vertaling, is een produktie van stichting De Kist, de theaterwerkplaats van de Rotterdamse Schouwburg, en wordt deze maand door Loes Luca en Peter Blok gespeeld in een tent tegenover het coproducerende Hotel New York.

Twee acteurs, maar ze spelen in totaal veertien rollen. In plaats van een reguliere toneeltekst met een welomlijnde intrige is Twee bovenal een transformatie-schets, die de beide spelers naar hartelust ruimte geeft voor adembenemend snelle verkledingen en pregnante typeringen. De handeling speelt zich af in een café, met een kastelein en een kasteleinse die elkaar in de loop van de avond afbekken en onder de bar venijnige knietjes geven. De vraag wat er tussen die twee aan schort, zou ons moeten bezighouden tot ze in de slotscène wordt beantwoord. Maar erg interessant of opzienbarend weet Cartwright dat raadsel niet te maken. Veel sterker zijn de puntige nummertjes die hij tussen de bedrijven door laat spelen door diverse - zeer uiteenlopende - cafébezoekers. En omdat die telkens door dezelfde twee acteurs worden vertolkt, is zijn stuk in de eerste plaats een test voor het raffinement van de spelers.

Loes Luca en Peter Blok slagen daarin met glans. Terwijl het gewone-mensen-engagement van Cartwright in de Nederlandse versies van Straat en Little voice werd platgewalst onder kluchtigheid, bereikt regisseur Ian Pieters in Twee een bezienswaardig evenwicht tussen de pret en het oprechte sentiment. Zonder in pathetiek of in komiekerigheid te vervallen, maken Luca en Blok van al hun rolletjes zorgvuldige miniatuurtjes, met subtiele slapstick en een fenomenaal gevoel voor timing. Vooral hun kasteleinsechtpaar is een voorbeeldig vertoon van komediantentalent, vol razendsnelle schakelingen tussen de beroepsglimlach en de vileine terzijdes.

Van de andere scènes herinner ik me vooral een op het scherp van de snede gespeelde dialoog tussen een muizig meisje met zwangere buik en haar macho-vriend met matje in de nek, een oude dame wier dagelijkse pilsje het hoogtepunt van de dag vormt, en een melancholieke weduwnaar die alleen maar de koffiepot hoeft aan te raken om zich weer dicht bij zijn overleden vrouw te voelen. Doorgaans wordt er in deze voorstelling ferm op de lach gespeeld, maar soms dwars daar doorheen - en dat levert de mooiste momenten op.