Krachtmeting dreigt op Java

SOLO, 7 JUNI. Solo, een rustige provincieplaats in het hartje van Midden-Java, is de meest aristocratische stad van Indonesië. Tot de uitroeping van de Republiek, bijna een halve eeuw geleden, was dit de hoofdstad van twee Javaanse 'Vorstenlanden': een koninkrijk en een prinsdom. Sindsdien verloren de koning en de prins hun wereldlijke macht, maar zij behielden hun paleizen en vorstelijke titels. De elite van het moderne Indonesië wemelt nog van de graven en baronnen die hun stamboom terugvoeren op deze oude vorstenhuizen.

Javaanse politici, president Soeharto incluis, onderhouden hun hofconnecties met zorg en dat gegeven verleidt de oude adel tot politieke spelletjes. Vorig jaar brak een conflict uit in het prinselijk paleis van Solo. Wat begon als een familieruzie dreigt nu te escaleren tot een krachtmeting tussen royalty en republiek, tussen prins en president.

Even benoorden de kilometerslange straat die Solo van Oost naar West doorsnijdt, ligt het paleis van Zijne Hoogheid Prins Mangkunagoro IX. Zijn grootvader, Mangkunagoro VII, diende in het Nederlandse leger en was adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina. Vader Mangkunagoro VIII voerde nog de titel van Prins Regent, maar hij verwierf de troon in 1944, voordat de Republiek korte metten maakte met de macht der Solonese vorsten.

In 1945 verloren zij hun grondgebied en sindsdien oefenen zij alleen nog formeel gezag uit over hun paleizen en hun omvangrijke families. Als bewakers van de traditie genieten ze echter nog steeds groot aanzien onder de Javanen.

In 1946 besloot Mangkunagoro VIII tot oprichting van een Vereniging van Bloedverwanten; de Indonesische afkorting luidt HKMN. Het is een soort familieparlement, waarin de duizenden nazaten van alle acht Mangkunagoro's zijn vertegenwoordigd en dat 'afdelingen' heeft in een aantal steden van Java. De prins bekleedde deze HKMN met het 'hoogste gezag' over familie, paleis en erfgoed.

Daarmee deed hij niet alleen afstand van zijn alleenheerschappij, maar voorzag hij het inmiddels machteloze hof ook van een basis in de Javaanse samenleving die enige bescherming bood tegenover de republikeinse staat. Onder de nazaten van de acht prinsen zijn namelijk heel wat intellectuelen, zakenlieden en ministers. Verreweg de bekendste afstammeling van het prinselijk huis is Hartinah (Tien) Soeharto, de echtgenote van de huidige president, die zelf van eenvoudige afkomst is.

Mangkunagoro VIII overleed op 3 september 1987 aan een hartaanval. Daarmee stonden zowel de familie als de republikeinse gezagsdragers voor de eerste 'troonopvolging' sinds de uitroeping van de Republiek.

Pag.9: Dwarse prins is populair

De vraag was in welke vorm deze Javaanse hoven moesten worden voortgezet nu zij hun politieke macht hadden verloren. De HKMN besloot na ruggespraak met de autoriteiten tot een compromis. Op voordracht van zijn zes broers en zusters werd Sujiwo Kusumo, de tweede zoon van Mangkunagoro VIII - de eerste kwam in 1977 om bij een auto-ongeluk - door de HKMN geïnstalleerd als hoofd van het prinselijk paleis en hoofd van de familie. Bij zijn installatie in 1988 kreeg hij de titel van Prins Mangkunagoro, maar zonder nummer IX en zonder de titel van regent, want die was ooit verbonden aan het grondgebied van het prinsdom.

De president gaf te kennen het paleis te willen behouden als Javaans cultuurcentrum en maakte - uit familiezin of snobisme - een ruim gebaar. In 1991 kreeg de prinselijke familie een deel van het ooit genaaste onroerend goed (twee hotels en wat grond) terug en ontving ze bovendien een bankdeposito van 3 miljoen gulden. Uit de rente moesten de onderhoudskosten worden voldaan. Beheerder over dit vermogen werd niet de prins, maar de HKMN.

Niet bekend

Na enige tijd liet de jonge prins blijken dat hij niet erg was ingenomen met de beperkingen die regering en familie hem hadden opgelegd. In de loop van 1989 ging hij de titel Mangkunegoro IX voeren en liet hij voor zijn Mitsubishi Galant een speciale kentekenplaat maken met het nummer 9. Op 1 april 1993 ontsloeg hij twee broers uit hofdienst en ontzegde hij hun de toegang tot het paleis.

Daarop diende zijn oudste zuster Satuti, die hem in 1987 had voorgedragen, samen met de vijf andere kinderen van Mangkunagoro VIII een verzoek in bij de HKMN om hem af te zetten als hoofd van de familie en als hoofd van het paleis. Dat gebeurde op 31 juli 1993. De familievereniging benoemde een zuster van zijn vader als tijdelijk draagster van de prinselijke waardigheid.

Sujiwo weigerde echter afstand te doen van de prinsentroon. Afgelopen najaar verzoende hij zich met zijn zes broers en zusters. Zijn jongere broer, die was ontslagen, maar na excuses van Sujiwo terugkeerde in het paleis, gaf een verklaring uit waarin stond dat de broers en zusters hun verzoekschrift aan de HKMN introkken en de kwestie als afgedaan beschouwden. De HKMN hield echter voet bij stuk, verklaarde Sujiwo definitief afgezet en staakte de betaling van zijn salaris, een kleine vijfduizend guden per maand. De prins, die over enig persoonlijk vermogen beschikt, negeerde dit en stak demonstratief eigen geld in de reparatie van het paleisdak. Sujiwo en zijn broers en zusters beroepen zich op de adat (het gewoonterecht), die wil dat de familie in engere zin de opvolging regelt. Maar de HKMN hanteert de 'moderne' spelregels, zoals geformuleerd door hun vader, en vindt daarbij hogere machten aan zijn kant.

Op 11 maart schreef president Soeharto een brief aan de militaire commandant van Midden-Java, waarin hij aandrong op uitvoering van het HKMN-besluit. De generaal verklaarde deze stap uit Soeharto's persoonlijke betrokkenheid als aangetrouwd familielid, maar ingewijden schrijven de president ook politieke motieven toe. Anders dan zijn vader, die doorging voor een trouw kaderlid van regeringspartij Golkar, koestert Sujiwo sterke sympathieën voor de quasi-oppositionele Democratische Partij van Indonesië (PDI), de erfgenaam van de partij van wijlen president Soekarno. Sinds vorig jaar wordt de PDI voorgezeten door Soekarno's dochter en Sujiwo's (ex-)schoonzuster Megawati.

Behalve Sujiwo's politieke voorkeur is er nog een andere, dynastieke factor die het prinselijk huis verbindt met de Soekarno's. Sujiwo's oudste zoon uit zijn huwelijk met Sukmawati, Pondera, die samen met zijn vader in het paleis woont, is een kleinzoon van de eerste president en komt in aanmerking voor 'troonopvolging'. Die kans wordt een stuk kleiner als zijn vader afstand doet ten gunste van een andere tak.

In april ging Sujiwo op zijn prinselijke strepen staan. Geheel onverwachts kwam hij op de proppen met een in het Javaans gestelde wilsbeschikking van wijlen zijn vader, waarin deze Sujiwo aanwees als zijn opvolger. Op 9 mei verklaarde Sujiwo in aanwezigheid van de plaatselijke pers de HKMN plechtig ontbonden en kondigde hij de vorming aan van een nieuwe familievereniging. Zijn 'soevereine' argument: dit lichaam is door mijn vader in het leven geroepen en kan door diens legitieme opvolger worden ontbonden.

Sujiwo, die tot voor kort werd beschouwd als een kleurrijke society-figuur, geeft onverwacht blijk van ambities. Sinds hij de euvele moed heeft gehad om de president te trotseren, wint hij aan populariteit. Menigeen ziet in zijn rebellie aanleiding om persoonlijke en politieke rekeningen te vereffenen. Enkele familielden van Tien Soeharto - allen verwant aan het huis Mangkunagoro - hebben hun steun uitgesproken voor de dwarse prins. Toen Sujiwo de ontbinding van de HKMN aankondigde, werd hij niet alleen geflankeerd door zijn twee jongere broers, maar ook door twee broers en een oom van Moeder Tien. Het is een publiek geheim dat deze verarmde edelen jaloers zijn op het zakelijke succes van de Soeharto's, die zij beschouwen als omhoog gevallen dorpers.

De openlijke weigering van de prins om de president te gehoorzamen, betekent in Javaanse ogen groot gezichtsverlies voor Soeharto, die nu oog-in-oog staat met een populaire prins èn zijn adellijke schoonfamilie. En met wie er nog meer op de wagen springt, want de Javaanse adel wedt graag op het winnende paard. Binnen de HKMN, het instituut waarop Soeharto zijn kaarten heeft gezet, is de desertie al begonnen. Enkele plaatselijke 'afdelingen' hebben hun aanhankelijkheid betuigd aan Sujiwo. Ten slotte zijn er aanwijzingen dat de prins in het legerhoofdkwartier op sympathie kan rekenen. Misschien hoopt men daar dat de successie-oorlog die in Solo is uitgebroken de opvolging in Jakarta helpt versnellen.