Herdenking zonder adem voor het heden

CAEN, 7 JUNI. Bedankt voor hun moed. Laten wij zorgen dat het nooit meer nodig is. Dat was gisteren de strekking van de herdenkingen op vrijwel alle stranden waar op 6 juni 1944 de geallieerde landingen plaatshadden. Maar hoe de vrede in de toekomst te bereiken, vooral in Midden- en Oost-Europa, voor die vraag ontbrak veteranen en autoriteiten de adem. Het verleden was zwaar genoeg.

6 Juni 1994 was een dag vol ontroering voor de veroveraars van toen en hun nabestaanden. Zij waren bij duizenden teruggekomen om elkaar te zien en hun pet af te nemen voor de kameraden die vijftig jaar geleden of sindsdien zijn gevallen. Sommigen waren ook teruggegaan om het verder te vertellen. De meesten waren zichtbaar liever alleen met hun herinneringen.

Wie er niet direct bij betrokken was, liep noodgedwongen een beetje rond als verstekeling. Een bijzondere rol was in dat verband weggelegd voor Bill Clinton, de eerste president van de Verenigde Staten die na D-day werd geboren en desondanks het symbool van Amerikaanse eenheid en kracht waar veel veteranen naar uit- en opkeken.

Zijn dag begon al vroeg, toen hij om kwart over zeven een krans in zee liet werpen ter nagedachtenis van de militairen die waren omgekomen in de golven. Daarna nuttigde hij aan boord van de USS Washington, waarop hij had geslapen, het ontbijt met de manschappen en vijf geselecteerde veteranen.

Per helikopter ging de president toen naar Pointe du Hoc, de rotsige hoogte aan de zijkant van het actiegebied Omaha Beach, waar 225 Amerikaanse rangers in 1944 een heroïsche strijd leverden om een belangrijk adelaarsnest in de Duitse kustverdediging te veroveren. Meer dan de helft overleefde het gevecht niet, maar de Amerikanen wonnen de slag. Dramatische ontdekking: de Duitse kanonnen waren kort tevoren een kilometer landinwaarts gebracht uit angst voor de verwachte bombardementen. “De moeilijkste dagen van uw leven hebben ons vijftig jaar vrijheid gebracht”, aldus president Clinton. “U deed uw taak, nu moeten wij onze taak vervullen. U heeft uw missie hier vervuld, maar de missie van de vrijheid gaat verder. De strijd gaat door. De langste dag is nog niet voorbij.”

Op het gezicht van de president, die nooit in militaire dienst is geweest, speelden bij iedere ontmoeting met de helden-van-toen de twijfel, de dankbaarheid en de presidentiële trots. Voor de laatste mohikanen van Pointe du Hoc maakte hij een jog-holletje om de spanning te breken. Later op de ochtend op Utah Beach, waar hij met president Mitterrand een erewacht inspecteerde, plaatste hij een gevouwen arm op de borst, zodat zijn rechter hand op het hart rustte. Een civiele variant van het fantasie-salueergebaar waarmee president Reagan zijn patriottische gevoelens placht uit te drukken.

Zo hartelijk en verbroederend als de meeste veteranen hun 50ste D-day beleefden, zo geserreerd ondergingen de twaalf staatshoofden hun aanwezigheid op deze zesde juni 1994. Voor hen waren halsbrekende logistieke verplichtingen vastgelegd, die alleen dank zij een druk helikopterparcours en afgezette wegen in half Normandië (150 kilometer dranghekken, meer dan 10.000 gendarmes) konden worden volbracht. Een Awacs-vliegtuig hing dezer dagen permanent in de lucht om vijandelijke reacties op de geallieerde plechtigheden op grote afstand te kunnen ontdekken.

Bijna ieder land dat in '44 een bijdrage aan de landingen had geleverd beleefde zondag of maandag zijn eigen nationale herdenking. De meest fascinerende evenementen waren de bi- of multinationale herdenkingen. Subtiel maar duidelijk waren in de voorbereiding choreografische voordelen bevochten die, bedoeld of niet, symbolische betekenis hadden. De politiek gaat altijd door.

Zo was de Frans-Britse herdenking op het Britse oorlogskerkhof in Bayeux een thuiswedstrijd voor La Reine d'Angleterre. Het motregende dan ook. Een woordvoerder uit Londen legde desgewenst met engelengeduld uit dat de drie geestelijken die de dienst leidden de religieuze kaart van het koninkrijk redelijk vertegenwoordigden: mgr. Noel Mullin van de marine, de reverend James Parkness van het leger (Church of Scotland) en de reverend Ian Thompson. Persoonlijke accenten en beroepskleding gaven hun gebeden een vanzelfsprekendheid waar het Franse staatshoofd en de vijf eersten zijner ministers zichtbaar niet aan te pas kwamen. Er was geen woord Frans bij.

Over het te volgen scenario was kennelijk onvoldoende afgesproken tussen Londen en Parijs, want de laatste noot had nog niet geklonken of de aanwezige vijfduizend veteranen en drieduizend andere belangstellenden stortten zich op het smalle pad naar de uitgang. Het was maar goed dat een twee dagen eerder gelegde Duitse krans tijdig uit het hart van de begraafplaats opzij was gelegd naar de Duitse graven aan de zijkant. De gendarmes keken of zij er niet bij hoorden. De Britse organisatie had er waarschijnlijk op gerekend dat niemand zou dringen.

Journalisten van de Londense boulevardbladen riepen al snel in hun draagbare telefoons dat zij een scoop van belang hadden: die 'fucking French' hadden geweigerd het Britse volkslied te spelen toen 'De Koningin' aankwam. 50 Jaar D-day en één tunnel zijn voorlopig niet genoeg voor spontaan vertrouwen.

De winnaar van de dag, oneerbiedig als het klinkt, was ongetwijfeld president Mitterrand. Hij zag op verschillende plaatsen kans een menselijke noot te treffen. Hij was ook degene die op de enige plechtigheid waar iedereen aan meedeed de grote toespraak hield. Omaha Beach is de landingsplaats geweest waar de Amerikanen meer dan 3.000 man verloren. Toch arriveerde de limousine van het Franse staatshoofd als allerlaatste.

Een vrolijke noot op Omaha Beach was minister-president Lubbers, die vooraan het rijtje regeringsleiders stond, zodat gastheer premier Balladur ieder nieuw aangekomen staatshoofd steeds naar hem bracht, om zich vervolgens op de volgende gast te concentreren. Zo schudde de Nederlandse premier het langst en het zichtbaarst de gewijde handen van president (linker arm op rechter arm ter bekrachtiging van vriendschap) en mevrouw Clinton, de Walesa's, de Windsors, en al die andere bevriende staatshoofden. Een goede zet voor de Nederlanders - door het Franse televisiestation TF1 “les grands oubliés” van de Tweede Wereldoorlog genoemd.

Van Mitterrand gesproken. Het zou een internationale bijeenkomst zijn om de Amerikaanse helden van het rampzalige Omaha Beach-avontuur te eren. Het werd een evenement waarop het Franse staatshoofd boven de gelegenheid uitrees. Toen hij het woord ging nemen, inviteerde hij de collega-staatshoofden van de grote tribune een eindje mee te lopen naar een kleine tent rondom het monument voor de gevallenen. Staande met zijn rug naar de zee ontvouwde hij een toespraak waarin hij, zoals vaker deze zesde juni, met waardige bewogenheid de bevrijding en de vrijheid bezong. Het was een meesterlijke prestatie tegelijk dank en nationaal zelfrespect gestalte te geven. “Let's go. Allons-y!” De andere staatshoofden zaten er bij alsof zij werden voorgelezen. Dat werden zij ook. En heel mooi.

Het laatste woord was toen al gesproken door de 71-jarige Omaha-veteraan Charles Wright: “Vijftig jaar later zijn de stranden rustig en veilig. Onze kanonnen zijn niet voor niets gestuurd. Mijn broer is hier niet voor niets gestorven.” 6.600 Amerikanen lieten het leven op D-day. Europa zei dankjewel en moet weer verder.