Gulden breiers

Beleggen in aandelen, obligaties, opties en andere waarden is geen kattepis, zelfs niet voor mensen die het professioneel doen. Daarom is er vraag naar theorieën, produkten, diensten en informatie die de beurspijn verlichten. Op termijn althans en gegarandeerd zeker is het gesuggereerde effect nooit. Het lijkt op kwakzalverij, want niemand weet precies wat beurzen en markten gaan doen. Dus hebben we allemaal, mits kennis en ervaring niet tekort schieten, gelijke kansen.

Zeer bekende dienstverleners voor particulieren en bedrijven zijn beleggingsfondsen, instellingen die geld incasseren van deelnemers en dit beleggen binnen de gekozen doelstellingen. In feite een bedrijfje, met een beheerder als bedrijfsleider, dat vele (kleine) bijdragen bundelt tot een groot geheel om er een zo hoog mogelijke opbrengst mee te behalen, zonder meer risico te lopen dan is vastgelegd in de voorwaarden. Zo zal een obligatiefonds geen aandelen in een marmergroeve in Peru kopen, hoopt een deelnemer.

Fondsen stammen in de Verenigde Staten (onder de naam mutual funds), het Verenigd Koninkrijk (unit trusts) en Nederland (Robeco) uit de jaren rond de krach van 1929. Alles bij elkaar zullen er nu tegen de tienduizend zijn. In ons land een paar honderd, in de VS 4.300 (waarvan 1.000 minder dan een jaar oud), in het VK 1.500 en in Canada 600.

Iedere financiële instelling begint tegenwoordig een of meer breiërijen om uit kleine plukjes wol een zo groot mogelijke pot met guldens te vullen.

In Nederlands bedroeg de totale ingelegde waarde eind vorig jaar 105,8 miljard gulden, verdeeld over koerswinst en inleg. Grote beheerders/exploitanten zijn de Robeco Groep, ABN Amro, ING Bank, Mees Pierson, de Postbank en (in opkomst) Aegon. Waarom die drang van beleggers om samen sterk te willen zijn?

Particulieren willen van oudsher voor lange termijn (weinig) geld spreiden over meerdere waarden. Met een kleine inleg neemt men deel in een grote pool. Daarmee worden koerswinsten èn -verliezen wat gedempt, omdat in een gespreide portefeuille altijd winnaars en verliezers zitten. Tenzij het koersverloop afhangt van één variabele, zoals bij obligatie(groei)fondsen die meer waard worden als de rente daalt en minder wanneer deze stijgt.

Een tweede voordeel is het professionele fondsbeheer. Door je slappe was niet zelf te doen bespaar je tijd en leg je de zorg in handen van iemand die dat gewend is. De concurrentie tussen de duizenden fondsen en publicatie van de resultaten dwingt de beheerders tot het uiterste en soms verder, want de deelnemers kunnen op iedere moment hun geld terugvragen door verkoop van hun fondsaandelen.

Een Amerikaanse geldgoeroe stelt dat particulieren hun gelden moeten bundelen via fondsen en nooit zelf moeten beleggen in aandelen, obligaties of andere waarden. Er zijn, meent hij, goede en lange termijn beleggingen. Maar goed èn lange termijn gaan niet samen. De winnaars van dit jaar doen het over twee of drie slecht door veranderingen in de rente en inflatie.

Vorig jaar en begin dit jaar behaalden fondsen die beleggen in Nederlandse aandelen hoge rendementen. Die zie je terugzakken, omdat de fut er uit is. Obligatiegroeifondsen dito door hogere rente. Liquiditeitfondsen profiteren van de rentestijging. Om van al die veranderingen te profiteren moet je eens per jaar of in de twee jaar de koers verleggen. Alleen zo lukt het om ieder jaar 20 procent onbelast rendement te halen. Zegt die goeroe. Die benadering pleit tegen de combinatie verzekeren plus beleggen in eigen fondsen van een verzekeraar. De keuze beperkt zich dan meestal tot enkele verschillende fondsen.

Met zo'n mobiele strategie is een belegger bijna terug bij af: niet zelf spelen en knoeien in allerlei waarden, maar wèl wisselen van beleggingsfonds(en). Dat is toch even moeilijk als kiezen voor kansrijke aandelen? Jazeker, vooral met meer dan één uitgangspunt. Je wilt bij voorbeeld inkomen uit de belegging, onbelaste koerswinst en een beetje risico lopen in verre landen waar de beurzen een open dak hebben om de koersen tot in de hemel te kunnen laten stijgen.

Hoe nu verder? Actief beleggen in Nederlandse en buitenlandse fondsen staat nog in zijn kinderschoenen. Weliswaar komen er meer, eenvoudig met de computer te produceren, overzichten van historische resultaten, maar die bieden onvoldoende inzicht in de werkwijze, doelstellingen en mentaliteit. Een commissionair, zonder eigen fondsen, gespecialiseerd in het combineren van persoonlijke financiële planning en fondsen kan een stap in de goede richting zijn.