Europa, vooruit dan maar

WIE AAN DE Europese verkiezingen van donderdag denkt, zal een langgerekte geeuw maar moeilijk kunnen onderdrukken. Er zijn geen onderwerpen, geen strijdpunten, geen aansprekende aanvoerders en er is geen urgentie. In Nederland komt daar nog bij dat deze verkiezingen zelfs als een electoraal vuurtje-stoken in het partijenlandschap geen betekenis heeft dit keer. Immers, de eigenlijke verkiezingen zijn net achter de rug en een opwindende formatie is in Den Haag in volle gang.

Bedoeld waren de Europese verkiezingen ooit om de legitimatie van het Europese Parlement te verhogen en Europa en de burger dichter bij elkaar te brengen. Dit laatste is tot nu toe niet gelukt en na anderhalf decennium is de vraag gewettigd of zo'n Europees parlement binnen afzienbare tijd de identificatie met het Europese volk kan verwezenlijken. Geen werkelijk Europees Parlement zonder een werkelijk Europees volk, zo wordt wel beweerd en dat is grotendeels juist. Daar komt nog bij dat het Europese Parlement zich uiteindelijk telkens weer heeft gedragen als een zaal vol ja-knikkers en nooit de confrontatie met de Europese ministers en de Commissie werkelijk is aangegaan. Welk parlement in de geschiedenis heeft macht gekregen zonder daarvoor het gevecht aan te gaan?

DEZE EUROPESE verkiezingen vallen in een algemene malaise-stemming over de Europese integratie. Zeker in Nederland waar jarenlang federale vergezichten werden getekend met een bijna psychologische ontkenning van de werkelijkheid in Europa, is er ook sprake van ontnuchtering. Met verontwaardiging wordt hier te lande nu vastgesteld dat overal in Europese hoofdsteden politici en diplomaten bezig zijn om hun eigen landsbelangen veilig te stellen: Duitsland met de D-mark, Frankrijk met het Europa van de twee snelheden, Spanje met de sociale fondsen, enzovoorts, enzovoorts. Die verontwaardiging is aandoenlijk, maar het proces zelf ondanks alle pijnlijkheden voor Nederland - zie de kandidatuur Lubbers - een leerzame exercitie in buitenlands-politieke realiteiten.

Toch is dit niet het einde van het Europese verhaal. Zoals enkele eeuwen geleden natievorming zich als een proces van modernisering ontwikkelde, zo is Europa als een moderniseringsproces een realiteit. Industriële bedrijvigheid, automatisering, grensoverschrijdend verkeer en communicatie ontwikkelen zich op een schaal die de mogelijkheden van elk afzonderlijk land in Europa te boven gaat. Zelfs Europese blokvorming is in een mondiale wedloop om markten niet uitgesloten. Het gecompliceerde netwerk van grensoverschrijdende afhankelijkheden vereist een bestuurlijke begeleiding en wat er ook allemaal mag mankeren aan de Europese Unie - in elk geval biedt zij een aantal kaders voor de begeleiding van dit proces.

En trouwens: wat is eigenlijk het alternatief? De suggestie dat een tolunie voldoende zou zijn om de belangrijkste landen enigszins bij elkaar te houden, ontkent de variëteit aan wederzijdse afhankelijkheden en gevaren: een paar fikse subsidies op nationaal niveau aan een industrietak en een tolunie houdt op te bestaan.

DE EUROPESE UNIE ZAL lange tijd geen Unie zijn, ja, het is zelfs de vraag of het nodig en verstandig is om dingen te forceren. Nederland is begrijpelijkerwijze vaak geïrriteerd over intergouvernementele arrangementen, omdat het meestal onderonsjes zijn van grote landen, voorop Frankrijk en Duitsland. Gelukkig voor Europa zijn de zorgen hierover bij de meeste andere landen veel geringer - gelukkig, omdat de betrekkingen tussen Frankrijk en Duitsland van te groot belang zijn om ze door de rest van Europa te laten ondermijnen. Parijs en Bonn voeren een verstandshuwelijk dat van elementair belang is voor vrede en stabiliteit in Europa.

Achter de voortdurende behoefte aan symboliek en bezwering tussen beide landen gaat een realiteit schuil, die gekenmerkt wordt door wederzijds ongemak, psychologische geprikkeldheden en complexen en door een overtuiging dat elk alternatief voor Frans-Duitse samenwerking een gevaar voor Europa is. Beide landen zijn dan ook zeer gevoelig voor alles en iedereen die van buitenaf zand in die Frans-Duitse machine zouden kunnen of durven gooien. En geef hen eens ongelijk.

Het Europa van de Gemeenschap is alles bij elkaar verre van ideaal en zal dat ook nooit worden. Het roept frustraties op en legt kortzichtige eigenbelangen bloot. Maar in een wereld van nationale en politieke onzekerheden en sociaal-economische vervlechtingen heeft de Unie een onmisbare functie. Ondanks alles.

Europese verkiezingen dus? Ach, vooruit dan maar.