Estland; Een val met een luchtje

De Letse minister van buitenlandse zaken, Georgs Andrejevs, is gisteren gestruikeld over zijn verleden. Andrejevs gaf zowel zijn ministerschap als zijn parlementszetel op nadat was gebleken dat hij vanaf 1963 als informant van de KGB heeft gewerkt.

Het is, althans wat Andrejevs betreft, het sluitstuk van een rel die in april begon met de onthulling dat vijf prominente politici - Andrejevs, minister zonder portefeuille Edvins Inkens en drie leden van het parlement (van drie verschillende partijen) - voorkwamen op een lijst van informanten van de KGB. Het vijftal werd direct geschorst; een van hen trok zich al in mei voorgoed uit de politiek terug.

Andrejevs reageerde heftig op de onthulling. In een emotionele en op sommige plaatsen bittere open brief, gepubliceerd in een speciale bijlage van het blad Diena, liet hij op 28 mei weten zich allesbehalve als een crimineel te zien. Hij was als student medicijnen in 1963 door de KGB benaderd en zwichtte, ondanks gewetensproblemen, voor de druk, uit angst bij een weigering geen baan te kunnen vinden. Als arts had hij de geheime dienst slechts “beperkte informatie” verschaft over patiënten en collega's en over zijn doen en laten op buitenlandse reizen. Dat, zo suggereerde de minister, was misschien laakbaar, maar geen halszaak; bovendien had hij als informant van de KGB collega's kunnen waarschuwen als hij merkte dat de geheime dienst meer dan normale belangstelling voor hen had.

Laakbaar was echter hoe dan ook, zo voerden critici van de minister aan, dat hij kennelijk meineed heeft gepleegd: alle hoge Letse functionarissen hebben voor hun benoeming moeten zweren geen banden met de KGB te hebben onderhouden.

Andrejevs betoonde zich vooral bitter omdat hij als 'kleine vis' wordt gedwongen zijn carrière te beëindigen, terwijl de 'grote vissen' - de werkelijk belangrijke KGB-medewerkers - er dank zij hun invloed al lang en breed in zijn geslaagd hun dossiers te vernietigen of anderszins te laten verdwijnen. Niet voor niets is het grootste deel van de KGB-dossiers in Letland spoorloos verdwenen - een fenomeen dat ook parlementaire onderzoekcommissies in Estland en Litouwen al was opgevallen. Zij zijn volgens Andrejevs ofwel vernietigd, ofwel naar Moskou meegenomen om te gelegener tijd te voorschijn te worden gehaald - bijvoorbeeld als er iemand in diskrediet moet worden gebracht.

Het tijdstip van de onthulling, zo voerde Andrejevs verder aan, was dan ook geen toeval: “Bronnen in Rusland en Letland” die hem ten val wilden brengen, hadden zijn dossier te voorschijn gehaald en details over zijn verleden laten uitlekken. Andrejevs is een tegenstander van het recente akkoord tussen Riga en Moskou over de terugtrekking van de laatste Russische troepen uit Letland - een akkoord dat in Letland uiterst omstreden is. De Russen, zo suggereerde Andrejevs, zijn kennelijk nog steeds in staat de carrière van onwelgevallige ministers in de andere ex-Sovjet-republieken te breken.

Het KGB-schandaal kon voor de Letse regering niet op een ongelukkiger tijdstip komen. De populariteit van de regering bevindt zich op een dieptepunt, vooral als gevolg van de op 30 april getekende troepenakkoorden met Rusland. Die akkoorden voorzien weliswaar in de aftocht van de Russen per 31 augustus, maar ze voorzien ook in de blijvende aanwezigheid van 20.000 gepensioneerde officieren van het Russische leger en in de huur, door Rusland, van het radarstation in Skrunda - twee bepalingen die de Letse bevolking zeer zwaar op de maag liggen.

Zondag werden in Letland gemeenteraadsverkiezingen gehouden die, door alle opwinding van de afgelopen maanden over de akkoorden met Moskou, met lokale politiek niets meer te maken hadden: ze werden vooral gezien als een onofficieel referendum over de troepenakkoorden en als een vertrouwenstest voor de regering van premier Valdis Birkavs.

Die test werd voor de regeringspartijen - geheel volgens verwachting - een fiasco. In Riga kreeg de oppositionele nationalistische Nationale Onafhankelijkheidsbeweging (LNNK) 36,6 procent van de stemmen en 22 van de zestig zetels. De belangrijkste regeringspartij, Latvias Celš (Letse Weg), die bij de laatste parlementsverkiezingen nog meer dan eenderde van de stemmen had gekregen, veroverde slechts twee zetels en kreeg slechts 3,4 procent van de stemmen.