Dirigent Gardiner blikt terug op tumultueus succes; 'We zijn boven onszelf uitgetild'

Don Giovanni: 10/6 19.17-21.45 uur NOS Ned. 3.

De Holland Festival- uitvoering van Mozarts Don Giovanni onder leiding van de Britse dirigent John Eliot Gardiner was afgelopen zondagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw een sensationeel succes. De voorstelling, die vanavond nog wordt herhaald, is vrijdagavond te zien op de NOS-tv.

“Het publiek kan een voorstelling maken of breken. In Amsterdam is het publiek niet negatief of blasé, zoals in sommige andere steden. Vanaf het moment dat je hier opkomt, voel je dat je wordt gesteund. De mensen komen voor Mozart, niet om de snob uit te hangen. De sfeer in de zaal was werkelijk onvergetelijk. Na afloop kwamen de zangers en orkestleden naar me toe. Ze zeiden: dit hebben we nog nooit meegemaakt, die ongelooflijke spanning en intensiteit.”

In de lobby van zijn hotel, op een steenworp afstand van het Amsterdamse Concertgebouw, blikt dirigent John Eliot Gardiner terug op het tumultueuze succes van zijn semi-scènische Don Giovanni, zondagmiddag. “We werden boven onszelf uitgetild. Er was niet meer dan vijf uur repetitietijd geweest. De dag voor de voorstelling ontbrak het halve orkest omdat het vliegtuig waarmee ze uit Londen kwamen kapot was.”

Zó levensecht oogde en klonk de wereld van Mozart en Da Ponte dat het niemand zou hebben verbaasd als aan het eind een kleine bepruikte man naar voren was gewandeld om het applaus in ontvangst te nemen. Uit de enscenering die Lorenzo Mariani in Parma daar maakte, nam Gardiner elementen die hij vertaalde naar de ruimtelijke dimensies van de Grote Zaal. “Ik ben dol op die zaal, het is de beste in de wereld. Ze heeft een prachtige sfeer en enorme theatrale mogelijkheden. Het enige probleem is de iets te lange nagalmtijd.”

Voor Gardiner is het symbolisch dat het orkest midden op het podium zit; het is immers de motor, de krachtcentrale van de voorstelling. De handeling speelt zich af rond de musici en zelfs achter in de zaal, op het moment dat de Stenen Gast verschijnt om af te rekenen met Don Giovanni. “Bij Mariani kwam de vermoorde Commendatore op in een rolstoel, als een soort Abraham Lincoln. Ik vond het spannender als hij langzaam tussen het publiek door zou lopen, met drie trombonisten achter hem als symbolen van de dood. Bij het podium aangekomen gooit de huiveringwekkende gestalte Don Giovanni als een zak aardappelen over zijn schouder.”

De rokkenjager Don Giovanni is bij Gardiner een breedgeschouderde macho die zelfs even een zonnebril draagt en een zwart t-shirt met afgeknipte mouwen. Staan deze eigentijdse accenten niet haaks op het streven naar een historisch adequaat klankbeeld? Gardiner: “Nee. Anders dan Così fan tutte of Nozze di Figaro die absoluut scheppingen zijn van hun tijd, de late achttiende eeuw, is Don Giovanni een tijdloos verhaal. Je kunt het actualiseren zonder de opera geweld aan te doen. Als Peter Sellars beweert dat je opera moet aanpassen bij de tijd, vind ik dat bevoogdend tegenover het publiek. Maar zijn Don Giovanni-enscenering was de enige die ik echt mooi vond.

“Er is een trend om nogal gezochte ensceneringen te bedenken als contrapunt tegenover de muziek. In het geval van Mozart lijkt mij dat pervers. Je hoeft zijn partituren maar te onderzoeken en je ziet precies welke bewegingen nodig zijn, welke ambiance. Geen operacomponist had een beter gevoel voor timing. Neem bijvoorbeeld de ontdekking van Cherubino in de Nozze of de doodsscène in Don Giovanni.

Toch zijn er voorstellingen waarin Mozarts partituuraanwijzingen volstrekt worden genegeerd.

“In de muziek streef ik ernaar accuraat te zijn en dat is niet hetzelfde als antiquarisch. Mozart spelen op een hedendaags instrumentarium lijkt wel modern, maar in feite maak je de muziek oud. Ons oor associeert de klank van moderne instrumenten namelijk met negentiende-eeuws repertoire, Brahms en Mahler. Door te spelen op historische instrumenten laat je het ruwe klankmateriaal horen waardoor de muziek frisser en eigentijdser gaat klinken.”

Volgend jaar komt er met Die Zauberflöte een einde aan de Mozart-cyclus van Gardiner. En dan?

“Ik ga eerst een semi-scènische uitvoering maken van Beethovens Fidelio in de vroege Leonore-versie. In mijn optiek is het niet een Wagneriaans doorgecomponeerde opera, maar een dramatische reeks tableaux vivants. Daarna wil ik graag Falstaff van Verdi doen, Berlioz en Weber, maar ook weer Handel en Monteverdi. Ik wil blijven proberen hun stijl te begrijpen, in hun huid te kruipen, maar ik besef dat we luisteren met twintigste-eeuwse oren die beïnvloed zijn door pop, jazz en vreselijke achtergrondmuziek. Dat is niet erg. Het gaat om een dialectiek tussen hun tijd en de onze.”

Na het gesprek wandelt Gardiner door de motregen naar een van de regiewagens van de NOS om de opnamen te bekijken voor de televisieuitzending van aanstaande vrijdagavond. Hij hoopt dat er thuis iets over komt van de begeestering die hij in de zaal voelde. “Een mens dankt God voor een groot genie als Mozart die ons in 1994 zo kan raken met wat hij tweehonderd jaar geleden schreef.”